Maria ten hemelopneming C- 2004

Feest · 15 augustus · Maria ten hemelopneming · wit

Zusters en broeders,

In alle kerken, waar ook ter wereld, branden er kaarsjes voor het Mariabeeld. Stille getuigen van de algemeen verspreide Mariaverering. Even typerend voor katholieke landen en regio’s zijn de Mariakapelletjes langs wegen en aan huizen. En al even typerend zijn de talloze Mariabedevaartsoorden. Alle grote devotieplaatsen zijn inderdaad aan Maria gewijd. Denk maar aan Lourdes, Fatima en, dichter bij huis, Scherpenheuvel en Banneux.

Maria bekleedt dus een erg opvallende plaats in het geloofsleven van heel veel katholieken, en dat is merkwaardig, want zij is een vrouw, en binnen de katholieke kerk bekleedt de vrouw niet echt zo’n belangrijke plaats. In elk geval niet in de leiding en in de hiërarchie. Dat is een pure mannenzaak. Daar geldt het plaatje: ‘Vrouwen niet toegelaten‘. Een paar jaar geleden nog verkondigde de paus dat het priesterambt niet voor vrouwen zal worden opengesteld, nu niet, en ook later niet. Nooit. Een merkwaardige uitspraak. Ik heb namelijk altijd gedacht - en ik denk dat nog altijd - dat eeuwigdurende wetten en uitspraken alleen van God kunnen komen, niet van mensen. Maar hoe ook, tussen de vrouw en onze mannenkerk is er een probleem, dus heb ik gedaan wat ik altijd doe als ik ergens niet uitgeraak: ik ben eens in de bijbel gaan rondneuzen.

“Alles begon met God”, zingen we tijdens de Paaswake, en dat is een opbeurende gedachte, zeker als we er wat dieper op ingaan. Want dan merken we dat wanneer God iets nieuws, iets definitiefs met zijn mensen wil beginnen, Hij zich daarvoor richt tot een vrouw. Voor Hem was ze als vrouw toch goed genoeg om de Moeder van zijn Zoon te worden. Wanneer die Zoon later op een heel bijzonder manier door Palestina trekt en het woord van God verkondigt, doet Hij alleen een beroep op mannen. Dat kon ook niet anders: in het jodendom was het vrouwen immers op geen enkele manier toegestaan zich met verkondiging in te laten. Ze mochten zelfs de Schriften niet bestuderen Dat is vandaag overigens nog niet anders. Maar wat blijkt? Dat Jezus resoluut breekt met die wet. Zijn eerste missionaris is niet een van zijn apostelen, wel een vrouw, een Samaritaanse nog wel, die Hij aan een bron ontmoet. Jezus vindt haar helemaal niet te min om zijn zendelinge te worden naar haar halfheidense geloofsgenoten. Zijn eerste zendelinge nog wel.

En wie blijft bij Hem de dag van zijn lijden en dood? Wie staat onder zijn kruis? Petrus heeft Hem verloochend, en is daarna, net als de andere apostelen, op de vlucht geslagen. Alleen enkele vrouwen zijn gebleven. Zij blijven letterlijk trouw tot ter dood. Zij zijn het ook die Hem na de sabbat eer willen bewijzen door zijn lichaam te balsemen. En bovenal: zij zijn het aan wie Hij zijn verrijzenis heeft geopenbaard. Niet aan zijn apostelen, wel aan Maria Magdalena en aan die andere Maria, de moeder van Jacobus. Aan hen verscheen Hij het eerst. Hun gaf Hij de opdracht bij de apostelen te getuigen van zijn verrijzenis.

Zusters en broeders, het is allemaal heel merkwaardig. In beslissende momenten van Jezus’ leven, dood en verrijzenis zijn het niet de apostelen die het voortouw nemen of krijgen, wel enkele vrouwen. Voor God en voor zijn Zoon waren ze dus wel goed genoeg voor het hoogste en het eerste. Waarom kunnen ze dat dan voor onze kerk niet zijn? “Onze” kerk, zei ik, met een moedwillige vergissing. Het is immers niet onze kerk, wel die van Christus, van God zelf. Niet van mensen. Ik denk dat het goed is dat de mannenkerk zich daarover bezint. Misschien is het ook goed dat zij de lofzang van Maria in het evangelie van vandaag leest en herleest: over hoe God welwillend neerzag op de kleinheid van zijn dienstmaagd, en over hoe Hij de trotsen van hart uiteenslaat.

Zusters en broeders, ik wil deze bezinning bij dit feest van Maria Tenhemelopneming besluiten met een wens. Dat onze kerk een kerk zou zijn met een hart voor iedereen, en dat ze ook ruimte zou geven aan iedereen. Ook dus aan de vrouwen. Vooral aan vrouwen. Zoals God zelf en zijn Zoon hebben gedaan. Ik ben er zeker van dat onze kerk dan meteen meer hart en meer liefde zou hebben dan ze nu dikwijls heeft. Het hart en de liefde waarvan God altijd heeft gedroomd en die zijn Zoon altijd heeft voorgeleefd. Amen.

Zoeken in Preken Online