Witte Donderdag C - 2007

C-cyclus · Vasten · Witte donderdag · wit

Wij hebben echt nood aan goede herinneringen die ons inspireren om goed te leven. Ik heb een enorm goede herinnering aan mijn vader. In mijn relaties met mensen Denk ik wel eens: hoe deed ‘ons vader’ dat?

Het evangelie is zo een herinnering aan Iemand die op een heel bijzondere wijze geleefd heeft en die inspirerend werkt: Jezus van Nazareth, Jezus de Christus, Jezus de Messias. Hij is in deze wereld gekomen opdat wij leven zouden hebben en wel in overvloed. Hij is gekomen om de mens te verheffen en om aan God zijn Vader de plaats te geven die Hem toekomt: de eerste.

Welke herinnering heeft de evangelist van die laatste avond met Jezus? Hij doet iets wat uiteindelijk zeer banaal schijnt te zijn maar wat iedereen aan tafel verbijstert. Hij bindt zich een schort om en begint met iedereen de voeten te wassen. Dat is iets wat totaal ongewoon is. De Heer doet nu het werk van een Slaaf, en geeft daar commentaar bij. Zijn leerlingen moeten doen zoals hij het heeft voorgedaan. Weer eens, zoals vaak in het evangelie: geen grote theorieën maar een klein gebeuren met een enorme betekenis. De laatste wilsbeschikking van Jezus is: ‘speel geen baas, de een over de ander zoals dat ze vaak gebeurt bij de mensen. Jullie moeten elkander dienen.’

Christenen blijven Jezus gedenken doordat ze, zoals hij het zo dikwijls in zijn leven heeft gedaan, de menselijke verhoudingen op hun kop zetten. Hij creëert nieuwe verhoudingen tussen de mensen. De meester wordt dienaar, de arme wordt rijk, de gevangene komt vrij… Zo moeten we leven ter zijner gedachtenis… De dag na het laatste avondmaal maakt Jezus dat nog eens duidelijk voor Pilatus. ‘Koning ben Ik inderdaad, maar van een rijk dat niet van deze wereld is.’

‘t Is toch curieus dat in het Johannesevangelie van vandaag niet gesproken wordt over de instelling van de eucharistie. Er is toch veel meer gebeurd dan die voetwassing. We weten het: de Heer heeft iets heel bijzonders gedaan. Dat lezen we niet bij Johannes maar bij de andere evangelisten en bij Paulus in de eerste brief aan de Korinthiërs.

“Blijf dit doen om Mij te gedenken”, zegt Jezus, nadat Hij brood en wijn, teken van zijn geofferd lichaam en vergoten bloed, heeft rondgedeeld. We moeten Hem blijven gedenken door samen eucharistie te vieren; maar we kunnen slechts eucharistie vieren als we dienstbare mensen zijn.

In sommige kerken wordt symbolisch de voeten gewassen, gewoonlijk van mensen die resideren in een bejaardentehuis. Vooraf geeft men die mensen wel de raad hun voeten goed te wassen. Met vuil voeten kan je niet deel hebben aan de dienst. Dat wil zeggen dat we ons moeten bekeren tot dienstbaarheid, tot verzoening als we willen deel nemen aan de eucharistie.

In de Bergrede van Matteüs staat het duidelijk: als wij in onmin leven met onze medemensen, dan moeten wij ons eerst met hen verzoenen alvorens wij met onze offergaven naar het altaar komen. De dienst van onze medemensen is onlosmakelijk verbonden met de dienst van God. Ik ben, er vast van overtuigd dat wij ons telkens weer moeten bekeren om te doen wat Jezus gedaan heeft en te leven ‘tot zijn gedachtenis’.

Zoeken in Preken Online