Goede Vrijdag – jaar C

C-cyclus · Vasten · Goede vrijdag · rood

Enkele praktische schikkingen voor een vlot en rustig-ingetogen verloop van de tocht:

Volg de aanwijzingen van de begeleiders a.u.b.

Voorzichtig met de fakkels! Gelieve ze niet aan minderjarigen door te geven…

Mogen we uitdrukkelijk vragen om deze tocht in een bezinnende stilte te houden? Ook tussen de haltes door. Dan kunnen zowel het lijdensverhaal van Jezus van Nazareth, als de lijdensverhalen van mensen vandaag, dieper tot ons doordringen. En zo wint de tocht aan zeggingskracht en diepgang.

Dank voor de medewerking.

Bij het einde van de tocht kan je een vrije bijdrage geven voor de boekjes en andere onkosten. De inzamelaar(ster)s zijn goed herkenbaar.

INLEIDING OP DE TOCHT

Welkom, beste mensen.

Meestappen in een tocht als deze doe je niet zomaar – het is een bewuste keuze van ieder van jullie om vanavond hier te zijn. Dankjewel daarvoor.

Het feit dat we hier vanavond aanwezig zijn bewijst dat we iets meer willen doen dan het lijden in de wereld observeren en zeggen dat het een schande is. We willen ook meer doen dan vlug even een voorbede formuleren voor al die ongelukkige slachtoffers en verliezers.

Onze symbolen zijn: kruisen én fakkels: symbolen van het lijden onder zijn vele vormen, maar ook symbolen van waakzaamheid, wakker zijn, meeleven, in verzet gaan.

Meestappen zal dus ook zijn: de vraag bij onszelf toelaten of wij als individu, als groep, als kerk, als organisatie, écht meedoen aan de strijd voor gerechtigheid en vrede.

De vraag toelaten of we ze eerlijk steunen: de profetische figuren in maatschappij en Kerk, die geëngageerd en geïnspireerd opkomen voor een andere en betere wereld; of we de stille doorduwers in ons midden en de vele kernen-van-hoop over heel de wereld metterdaad ondersteunen.

Met andere woorden: de vraag of onze Goede-Vrijdag-devotie levengevend is, en of onze lijdende en strijdende wereld daar beter van wordt.

You never walk alone – wegen ontstaan, als mensen in dezelfde richting gaan…

Niet alleen de lijdende mensen die ons dierbaar zijn, nemen we vanavond met ons mee op onze tocht. Niet alleen onze bekenden die door ziekten en kwalen, tegenslagen, frustraties en mislukkingen een moeilijk leven doormaken.

Maar ook de ontelbaren in de wereld die lijden omdat ze dagelijks, soms heel hun leven, zwaar onrecht ondergaan. Meestal anoniem, door heel de wereld vergeten. Massa’s mensen die creperen door honger, aids, oorlog, discriminatie en uitsluiting; door gebrek vaak aan het meest elementaire. Mensen in kampen, in bidonvilles, mensen op de vlucht…

Blijf dichtbij, waken met Mij,

waken en bidden, waken en bidden… (Taizé)

Ze zijn vanavond bij ons,

de mensen die lijden in ziekenhuizen,

in rustoorden en psychiatrische instituten,

in asielcentra en gevangenissen.

Maar ook zij die professioneel of door vrijwilligerswerk

hun kruis helpen dragen.

Ze zijn bij ons,

de armen uit eigen land;

allen die minder kansen gekregen hebben

of zich voortdurend uitgesloten voelen.

Maar ook zij die via Welzijnsschakels en

Verenigingen waar armen het woord nemen,

of via zoveel andere vormen van solidariteit en verbondenheid

samen met deze mensen op weg gaan

en werken aan verandering.

Blijf dichtbij, waken met Mij,

waken en bidden, waken en bidden… (Taizé)

Ze zijn bij ons,

de vele slachtoffers van het geweld in het verkeer

en de slachtoffers door misbruik van het milieu.

Maar ook zij die zich sociaal én politiek engageren

om de grootste schade te herstellen

en door bewustmaking, opvoeding, vorming en een verbeterde wetgeving

veel leed trachten te voorkomen.

Ze zijn in gedachten bij ons,

de velen die zwaar lijden omdat ze

letterlijk of figuurlijk vastzitten door straf of verslaving.

En zeker zijn ook hun slachtoffers bij ons.

Maar ook zij die ondanks alles met hen verbonden willen blijven,

hen bezoeken, met hen in gesprek blijven,

en blijven zoeken naar ooit een nieuwe start.

Blijf dichtbij, waken met Mij,

waken en bidden, waken en bidden… (Taizé)

Ze zijn bij ons,

de ontelbaar velen die door een onrechtvaardige wereldhandel,

door uitbuiting of allerlei misbruiken van lokale heersers

er niet of nauwelijks in slagen te overleven

en voor wie de vlucht naar elders – heel misschien –

nog een laatste kans biedt.

Maar ook zij die door allerlei vormen van netwerking en solidariteitsacties,

door bewustmaking en politiek werk

op brede schaal én lokaal,

de wereld proberen leefbaar te maken

voor wie nu geen menswaardig leven kent.

Ze zijn bij ons,

de slachtoffers van oorlog en terreur,

ook van die oorlogen die helemaal

uit de media verdwenen zijn.

Maar ook zij die protesteren tegen oorlogvoerders;

zij die valse informatie en misbruik van godsdienst of ideologie ontmaskeren

door goede journalistiek en gedegen onderzoek;

zij die machtshonger en economische plundering blijven aanklagen;

de vredestichters die zich dagelijks oefenen

om conflichten geweldloos op te lossen.

Blijf dichtbij, waken met Mij,

waken en bidden, waken en bidden… (Taizé)

We spreken samen een tekst uit, als ‘missie’ op onze tocht:

We nemen ze vanavond allemaal met ons mee:

de naamlozen en de stemlozen;

al wie zich alleen voelen,

zij die moeten leven zonder waardigheid,

zij die altijd vergeten worden, verschopt en gepest…

De verloren en weggewaaide kinderen,

de vrouwen die geen plaats krijgen in een macho-wereld,

de werkloze jongeren,

de ouderen en zieken met niemand aan hun bed,

zij die zelfs nooit de statistieken halen.

Ook zij die al hun tranen reeds uitgeschreid hebben.

En ook – zeer concreet en tastbaar nabij –

die éne mens die al jaren op ons wacht,

op een groet, op een goed woord, een blijk van waardering.

Al de mensen die wij levende dood lieten zijn,

we nemen ze vanavond met ons mee op onze tocht…

HALTE I: GOEDE VRIJDAG VANDAAG…

Lied:

Uit de krant…

“Honderd rijksten kunnen vier keer eind maken

aan armoede in de wereld”

© afp. Somalische kinderen wachten op een voedselbedeling in Mogadishu.

De honderd rijkste mensen verdienden in 2012 samen een bedrag dat volgens experts volstaat om wereldwijd vier keer paal en perk te stellen aan de armoede in de wereld. Zij voegen er aan toe dat de economische crisis van vandaag de superrijken nog rijker maakt.

De door de globalisering nog toenemende kloof tussen Noord en Zuid, tussen rijk en arm, is en blijft het grootste schandaal van onze tijd, dat niet genoeg kan worden aangeklaagd. De getallen zijn vaak geciteerd, maar blijven schrijnend: iedere dag sterven er op de planeet nog 100.000 mensen van de honger, waaronder om de 7 seconden een kind onder de tien. En dat terwijl de aarde nu al genoeg produceert om 12 miljard monden te voeden.

Tegenover de schrijnende armoede van miljarden mensen staat het geweldige fortuin dat privé-personen blijven opstapelen. Zo is het fortuin van de vijftien rijkste mensen van de wereld voor het ogenbllik groter dan het Bruto Nationaal Inkomen (BNI) van heel sub-sahariaans Afrika bijeen. En het fortuin van de 225 rijkste mensen op aarde bedraagt onderussen zowat 1000 miljard dollar – dat is zoveel als het jaarlijks inkomen van de helft van de wereldbevolking samen… (De Morgen.be − 21/01/13)

Uit het leven van Romero

Als God geld had…

Ik vraag me af hoe het zou zijn als God geld zou hebben?

Zou hij het onder een appelboom in de tuin begraven?

Of naar een bank brengen en voor zich laten werken,

en ondertussen rustig toezien, omdat er gezorgd wordt voor zijn toekomst?

Of zou Hij alleen het hoogst noodzakelijke voor zichzelf uitgeven,

en de rest delen met de armen, met de mensenrechtenorganisaties,

met hervormingsbewegingen en veranderingsgezinde krachten,

om zo bij te dragen aan de grote strijd voor gerechtigheid en vrede?

Maar God heeft immers helemaal geen geld…

Hij gaf het aan jou en mij!

En de vraag is: wat doen wij ermee?

Mgr. O. A. Romero

We moeten keuzes maken, met woord en daad…

Mgr. Romero benadrukte na zijn “bekering” voortdurend dat ‘een betere wereld mogelijk is’, en ook: ‘wat wij vooruitgang noemen is maar vooruitgang als iedereen er deugd aan beleeft – in het bijzonder de armen’.

Hij moedigde de armen aan zich in ‘volksbewegingen’ te verenigen en collectief op te komen voor hun rechten.

Hij herinnerde er telkens weer aan dat een beslissing, een plan, een keuze maar goed is, als ook de kleinste, de armste, de kwetsbaarste er beter van wordt – er meer toekomst of meer waardigheid door krijgt.

Hij wees er op dat zelfs de mooiste instituten of organisaties door rijkdom, machtsstreven of profitariaat kunnen weggroeien van hun roeping of de zin van hun bestaan; dat geen mens zonder waakzaamheid kan.

Hij riep rusteloos op om te blijven strijden voor sociale rechten en levenskansen voor elk mensenkind, en nooit definitief te bezwijken onder de bekoringen van cynisme of moedeloosheid.

Lied:

Uit het leven van Jezus van Nazareth

‘Niemand kan twee heren dienen:

hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben,

of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten.

Jullie kunnen niet God dienen

én de Mammon, de god van geld en bezit…’

(uit de Bergrede – Matt. 6,24)

Armer

dan de armsten

had hij

geen huis

geen vrouw

en geen kind

zelfs geen vriend –

want in het uur

van zijn lijden

was hij

de meest eenzame

aller tijden.

Niemand

om hem

bij te staan

niemand

om met hem

de dood

in te gaan

niemand

die één uur

met hem

kon waken.

Verlaten

door iedereen

verraden

door de kus

van een vriend

verloochend

door de anderen

is hij

zijn weg

alleen gegaan.

Armer

dan de armsten -

zelfs

zijn klederen

werden verloot

in die

eenzame avond

voor zijn dood.

Bewust is hij

zijn kruisweg

gegaan

onbevreesd en stil.

Hij heeft

zich niet verzet

weerloos heeft hij

het grootste onrecht

laten begaan

geweldloos

is hij ten onder

gegaan.

Toen hij stierf

herkregen de dingen

hun waarde

en kreeg de liefde

uiteindelijk gelijk.

Door hem begon

de wereld

te wankelen

zijn dood

deed de graven

opengaan.

Door hem

is de grootste

revolutie

aller tijden

de revolutie

van de geest

ontstaan.

Door geweldloos

de dood

in te gaan

heeft hij

het geweld overwonnen

en het kwaad.

Verrezen is

op dat moment

voorgoed

de droom

van een ander

bestaan, voorbij de dood.

Gebed om samen te bidden

God van leven,

één iets vragen wij U:

dat wij het opmerken

wanneer uw Geest aan het werk is

tegen de afgoden van alle tijden in;

wanneer verlamden opstaan en in beweging komen,

wanneer de kleinste mensen hun waardigheid herwinnen

en een stem krijgen, een naam en een gezicht.

Wij vragen U

om nooit negatief, bitter of

chronisch ontmoedigd te worden;

om het geloof te bewaren

dat verandering mogelijk blijft;

om te vermijden dat ons ongeduld

zondebokken in eigen kring aanwijst.

Laat ons zo nu en dan

kracht van opstanding ervaren,

en vreugde van nieuw leven

midden in de dood. Amen.

Tijd om even na te denken onderweg…

Paasmens word je

als je weggedrumde, vergeten, benadeelde en uitgesloten mensen

echt opzoekt, beter wil leren kennen en begrijpen.

En hun bondgenoot wordt.

Paasmens word je

door actief en bewust de kant te kiezen

van degenen die willen rekening houden

met het welzijn van anderen:

van de minderbedeelden (wereldwijd)

en van de bedreigde volgende generaties.

Wil jij vanuit deze oproep ook iets proberen?

HALTE II: TEGEN HET VERGETEN…

Lied:

Goede Vrijdag, kruisweg houden,

lijden, onrecht en dood gedenken

wereldwijd en midden onder ons.

Het lijkt haast onwezenlijk daarbij nog te stil te staan

in een tijd van alsmaar meer,

alsmaar sneller, altijd maar vooruit…

Wat heeft het verleden nog te bieden

als enkel ‘hier en nu’ nog betekenis heeft?

Toch willen we tijdens deze tocht van Fakkels en Kruisen

een sterk pleidooi houden voor de herinnering, het gedenken, de ‘memoria’ –

en ‘tegen het vergeten’.

Want zoals Elie Wiesel zegt:

‘…Wie vergeet, is gedoemd om te herhalen…’

We beluisteren een getuige van de Holocaust

Verontrustende volgzaamheid…

In het boek ‘Wu Tao Tsu, een mythe’ vertelt de Zweedse schrijver Sven Lindqvist het volgende: ‘Voordat zij met het uitroeien van de Joden begonnen, waren de nazi’s er niet zeker van in hoeverre dat praktisch uitvoerbaar was. Zou men de Joden er toe kunnen bewegen op eigen kracht hun ondergang tegemoet te gaan, ieder met zijn eigen koffertje, midden in de nacht en zonder enige voorafgaande bekendmaking? Hoe zouden de omwonenden reageren wanneer zij de volgende ochtend de lege woningen zouden ontdekken?

Om die zaak te onderzoeken werden twee experimenten uitgevoerd. Het eerste betrof de deportatie van dertienhonderd joden uit Stettin, die in één enkele nacht, 13 februari 1940, werd uitgevoerd. Het was de eerste deportatie van Duitse Joden. Heydrich had het bevel ertoe gegeven onder het mom dat hun woonruimtes absoluut nodig waren om redenen die verband hielden met de oorlogseconomie. De Joden werden onder ongewoon schandelijke omstandigheden naar de omgeving van Lublin gebracht. De tweede deportatie vond in de herfst van hetzelfde jaar plaats. Toen werden alle Joden uit Baden en Saarpfalz weggevoerd – ongeveer vijfenzeventig honderd mannen, vrouwen en kinderen.’

‘Het is eigenaardig te bedenken’, zegt Lindqvist, ‘dat deze achtentachtighonderd mensen, ongewapend tegenover een volstrekte overmacht, waarschijnlijk alleen door het ingooien van ramen, door schoppen, bijten en weigeren zich te verroeren miljoenen van hun rasgenoten zouden hebben kunnen redden. Het is nog eigenaardiger te bedenken dat de omwonenden door woedend te worden en ongemakkelijke vragen te stellen hetzelfde effect zouden hebben kunnen bewerkstelligen. Maar het experiment slaagde. De slachtoffers volgden gedwee en de omwonenden zeiden niets…’

En hij voegt er aan toe: ‘Wanneer je de gapende sociale kloven tussen de landen van de wereld ziet; wanneer je getuige bent van de overmoedigheid van de rijken en de ellende van de armen, vraag je je af waarom er vrijwel niets gebeurt om daar tegen te protesteren. Mensen ondervinden hongersnood en onderontwikkeling. Ze worden uitgebuit en arm gehouden. Hun kinderen sterven aan ziektes die genezen hadden kunnen worden. Maar toch gaat het leven in ons rijke Westen gewoon voort. Dag in dag uit. Jaar in jaar uit.’

De volgzaamheid die Sven Lindqvist hier beschrijft is verontrustend, en zeer herkenbaar…

Uit het leven van Romero

Piet Declercq schrijft in zijn dagboek, op 19 oktober 2008:

Een timmerman die zijn meter (of meetlat) niet bij zich heeft, moet er niet aan denken dat hij kan werken…

Eigenlijk is het dat wat Jezus aan de Herodianen en de Farizeeën voortdurend verwijt: jullie zijn je maatstaf (meetlat) kwijt.

Is dat niet het probleem van onze tijd? Wat is voor ons de norm? Voor een christen is dat zeker Jezus van Nazareth – zijn woord en zijn voorbeeld.

Voor ons in El Salvador is en blijft ook Romero een belangrijke maatstaf. Ik verzamelde enkele van zijn uitspraken die wellicht ook voor jullie van dienst kunnen zijn (een maatstaf voor de Kerk en de wereld?)

Mijn eer bestaat erin dat ik midden onder het volk sta.

Trouw zijn aan dit engagement: ik wil het volk niet in de steek laten.

De herder moet zijn waar het lijden is.

De voorkeursoptie voor de armen is het Evangelie in de zuiverste vorm.

De Kerk die niet één is met de armen is de Kerk van Christus niet.

Niets is belangrijker dan het leven van de mensen.

We schamen ons niet de Kerk van de armen te zijn.

God eren is maken dat de armen kunnen leven.

Daags voor zijn dood – 23 maart 1980 – zei Mgr. Romero in een preek:

‘Ik weet dat velen zich aan mijn woorden ergeren en de Kerk ervan beschuldigen dat zij de prediking van het evangelie aanwendt om zich met politiek te bemoeien. Ik ben het niet met die beschuldiging eens. Integendeel. Ik zet mij ervoor in dat alles waartoe het Tweede Vaticaans Concilie ons heeft willen stimuleren niet alleen op papier staat en door ons in theorie wordt bestudeerd, maar dat we het daadwerkelijk beleven en het vertalen. Zo prediken we het evangelie aan ons volk zoals het hoort. Daarom vraag ik de Heer de hele week, terwijl ik de weeklacht van het volk hoor en de pijn van zoveel misdaad en schande en zoveel geweld zie, om mij het juiste woord te geven om te troosten, aan te klagen en op te roepen tot spijt…’

Lied:

Uit het leven van Jezus van Nazareth

‘Voorbijgangers hoonden hem. (…)

De priesters en de schriftgeleerden

spotten onder elkaar:

Anderen heeft hij gered,

zichzelf kan hij niet redden…’

(Matt. 27, 39-41)

Zelfredzaamheid

Hangende aan het kruis wordt Jezus gehoond door voorbijgangers, mensen die overal vluchtig aan voorbijgaan en liever van niets willen weten, maar die hun oordeel veilig weten aan de kant van de meerderheid. Hij wordt bespot door priesters en schriftgeleerden, tempelheren en boekhouders van God, die naast die Ene ook andere, Romeinse heren dienen.

Wat spotten zij? ‘Anderen heeft hij gered, zichzelf kan hij niet redden.’ Wat een feilloze analyse van de ideologie van de markt, in één zinnetje! Hongerigen heeft hij te eten gegeven, blinden doen zien, doden doen opstaan. Maar zichzelf? Wie zichzelf niet redden kan, die redt het dan maar niet.

Zo zijn, bijvoorbeeld, de armen van deze wereld met handen en voeten vastgenageld op het kruis van de schuldenlast en het winstbejag, en ze worden zonder mededogen dag na dag bespot door de ‘hogepriesters’ van de ongebreidelde markt, de ‘tempeldienaars van de neo-liberale religie…

Gebed om samen te bidden

Om het licht

van jouw gelaat wil ik bidden.

Dat je geboren wordt in mij.

Dat je opstaat, Jezus, in mij

oog en oor van jou,

jouw handen en voeten,

jouw manier van leven dus.

Mijzelf verlatend

om de ander nabij te zijn

en om de aarde die mij lief is

te helpen dragen.

En als ik jouw woord mag geloven,

zal ik nog grotere wonderen doen dan jij.

Om het licht

van jouw gelaat wil ik bidden.

Voor mensen in het donker,

verstrooid over de hele wereld;

voor kinderen,

vroeg groot gemaakt in oorlog en haat,

en voor volwassenen,

nog altijd klein gehouden

in het harde spel om de macht.

Dat ze jouw gezicht

mogen zien in mensen

die niet meer praten

over privé en bezit,

maar die komen als jij,

om te delen en te helen.

Om het licht

van jouw gelaat wil ik bidden.

Voor allen die eenzaam zijn,

die verkleumd en verschrompeld

wachten of ooit nog eens iemand

van al die voorbijgangers

hen zal aankijken

en op weg helpen naar een nieuw begin.

Ik bid jou voor iedere mens

die wacht op een ander,

op jou misschien wel

in mij.

(Kompasliturgie)

Tijd om even na te denken onderweg…

BERICHT VOOR ALLE GOEDE MENSEN…

Voor het slagen van het kwaad is

niets anders nodig

dan dat goede mensen niets doen.

Als goede mensen niets anders doen

dan voor hun gezinsleden zorgen,

hun sport beoefenen, televisie kijken…

kunnen kwadere machten ongestoord

hun onzalige praktijken uitvoeren.

De kwade krachten worden dan niet gehinderd

door de zogenaamde zwijgende meerderheid.

M. L. King

‘We moeten weer burgers worden, die onze stemmen verheffen en verbolgen zijn over het feit dat met onszelf en met anderen wordt gesold: de miserabele behandeling van migranten, de excessen van het financiële kapitalisme, de graaizucht van de banken, de groeiende kloof tussen arm en rijk, het Israëlische beleid in Gaza, het lot van de Palestijnen, de vernietiging van het milieu, de uitstoting van zigeuners.

We mogen geen leven en maatschappij aanvaarden waarin geld en profijt alles dicteren.

Voor onverschilligheid is geen ruimte…’

(Stéphane Hessel – inspirator en bezieler van de ‘Indignados’ – onlangs op 95-jarige leeftijd overleden)

Paasmens word je

als je groeit in vrijheid en vrijheid schept

op sociaal, cultureel en religieus gebied

door slogans en vooroordelen te doorbreken

en onvrijheid in kerk en maatschappij te signaleren.

Wil jij vanuit deze oproep ook iets proberen?

TOT SLOT: ALLEEN VOOR DE LIEFDE BUIG IK…

Lied:

Uit de krant…

Een meisje loopt langs de muur tussen Israël en de Palestijnse gebieden, op de Westbank. In haar witte bloesje en blauwe jurkje huppelt ze voorbij de graffiti PALESTINE INTIFADA PEACE NO WALL.

Het is het ‘kleine meisje hoop’ van Charles Péguy…

Meisje. Kleintje. Palestijntje. Boodschappertje. Voorlopertje. Profeetje van een betere wereld. Blijf, in godsnaam, lopen langs die muur. Als het moet: zeven keer!

Jos Smeets o.p.

Uit het leven van Romero en van Jezus van Nazareth

Er is maar één vindplaats van de Verrezene: in de gekwetste en vernederde mensen van vroeger en vandaag zien wij de doorboorde handen en voeten en herkennen wij het weerloze gelaat van de Messias. Dit beeld is niet te verwarren met één of ander spookbeeld of een ‘geest’: er spreekt het onvoorwaardelijk appèl uit aan ons gericht, om onze handen en voeten opstandig, oprichtend en bevrijdend met alle slachtoffers en verliezers te verbinden…

Op weg naar Pasen: van wanhoop naar hoop…

Diep in onszelf dragen wij de hoop.

Als die er niet meer is,

wordt alles uitzichtloos.

**Hoop is ergens voor werken omdat het goed is, niet alleen omdat het kans van slagen heeft. **

Hoop

is niet hetzelfde als optimisme en evenmin de overtuiging

dat iets goed zal aflopen.

** Wel de zekerheid dat iets zinvol is ongeacht de afloop of het resultaat.**

(Vaklav Havel)

Hoop heeft twee dochters: woede en moed.

Woede over de situatie zoals ze is,

en moed

om er iets aan te veranderen (Augustinus)

Lied: Litanie van de profeten van deze tijd

(Tekst & Muziek Carlos Desoete)

Oscar Arnulfo Romero, verdediger van de armen, ga voor ons uit.

Bartholome de las Casas, apostel der indianen, ga voor ons uit.

Leonidas Proaño, herder van de indigenas, ga voor ons uit.

Dom Helder Camara, profeet van een nieuwe wereld, ga …

Moeder Teresa, van de minsten in Calcutta…

Mahatma Gandhi van India, strijder zonder geweld…

Steve Biko in Zuid-Afrika, martelaar van de apartheid

Marianella García, mensenrechten kind

Moeders van Buenos-Aires, uw kinderen zullen weer leven

Victor Jara, vermoord om uw lied

Maximiliaan Kolbe, vermoord om een leven te redden

Anne Frank, Dietrich Bonhoeffer, stemmen van hoop in de holocaust

Martin Luther King, vermoord om het recht van de zwarten

Franciscus van Assisi, arm met de armen geworden

Jezus van Nazareth, licht van de wereld.

Vertrouwen in het Goede, ondanks alles

Want overal zie je mensen, die

stand houden in het goed-zijn:

toegewijd voor elkaar, een tafel

dekken, wonden verbinden, de

moedeloosheid bezweren, de dood

weerstaan, terugvechten, enz…

Met Romero en al deze profeten voor ogen

willen wij dat vieren en opnieuw

kiezen voor recht en gerechtigheid.

(naar H. Oosterhuis)

Paasmens word je

als je open staat voor, en je toevertrouwt aan

het mysterie van het leven - noem het misschien God,

de groeikracht van elke mens;

als je blijft geloven dat liefde geen hersenschim is;

dat een betere wereld mogelijk is

en dat geen elke vorm van dood het allerlaatste is.

Wil jij vanuit deze oproep ook iets proberen?

“Ik spreek ieder jaar opnieuw

met een aantal mensen af

dat we niet zullen wanhopen.

Het is een eenvoudige boodschap,

maar ik vind het toch zwaar om zoiets te zeggen,

omdat ik mezelf daar ook mee verplicht.

Als ik zoiets zeg, moeten mensen ook veel van me kunnen vragen.

Ze moeten bij me terecht kunnen.

Je kunt niet roepen ‘wanhoop niet’ en dan de deur dichthouden.

Je kunt niet zeggen dat je hoopt

dat er een nieuwe wereld zal komen

waar brood, recht en liefde is voor iedereen

en vervolgens weigeren een asielzoeker te helpen.

Het is zwaar, maar niet onmogelijk.

Er is zoveel goeds in de wereld.

Edelmoedigheid, respect, trouw.

Het gebeurt overal, ook daar waar je het niet ziet.

Dat weet je, je wéét dat het gebeurt.

Er is een groot onzichtbaar draagvlak.

Daar moet je in willen geloven.”

(Huub Oosterhuis – in ‘Trouw’ – 5 april 2008)

Gebed: BID IN MIJ

Ontketen in mij de hoop.

Geef mij de kracht om gaande te blijven.

Behoed mij op al mijn wegen.

Stuw mij en richt mij,

dat ik niet vastloop.

Dat ik mij niet verzoen

met het bestaande,

de heersende feiten:

moord en doodslag,

kinderen verminkt.

Dat ik niet berust in rijk en arm,

in ongerechtigheid.

Dat ik mij niet voeg

in die kringloop van kwaad tot erger.

Dat ik niet, bestookt van alle kanten,

ten einde raad,

mij aan het noodlot overgeef,

of aan de wanhoop.

Doe mij uitzien

naar wat nog niet is.

Rek mij uit

naar het onmogelijke.

Zoals een hert reikhalst

naar levend water,

doe mij zo verlangen naar de dag

dat wij, nu nog verdeelde mensen,

in uw stad verzameld zijn,

in U verenigd en voltooid,

in U vereeuwigd.

Maak een mens van mij

die zoekt wat is verloren,

die bij de neergedrukte is,

die niet wegloopt

van een ander mens

en zijn ellende.

Geef mij levensmoed,

dat ik opweeg

tegen de wanhopigen.

Doe mij geduldig en meedogend zijn,

maak mij waakzaam,

bid in mij.

(H. Oosterhuis)

Lied:

siempre hay

pórque vivir

pórque luchar

siempre hay

pórque vivir

y a quién amar

Mensen worden geboren, anderen sterven,

er zijn er die lachen, er zijn er die huilen,

wateren zonder bedding, rivieren zonder zee,

droefheid en vreugde, oorlog en vrede…

Maar er is altijd iets om voor te leven,

er is altijd iets om voor te strijden,

altijd iemand om te beminnen.

En uiteindelijk blijft het werk van mensen bestaan,

ook dan als ze wegvallen :

anderen zullen het voltooien.

Het leven gaat altijd door…

Er zijn maar weinig echte vrienden.

Wel zijn er veel die je loven als je aan ’t winnen bent.

Maar als je echt verliest zal je ontdekken

dat de echte vrienden blijven, de andere gaan er vandoor.

Om het even waar, - de plaats is van geen belang –

vind je goede mensen die hun leven geven;

en terwijl ze op een andere plaats sterven,

leven de volkeren verder zonder nog aan iets meer te denken.

siempre hay

pórque vivir

pórque luchar

siempre hay

pórque vivir

y a quién amar

Zoeken in Preken Online