(deze bezinning sluit perfect aan bij de viering voor aswoensdag door Marc Christiaens)
Marcus houdt het wel erg kort. Drie kleine zinnetjes. Maar alles zit erin.
De Geest dreef Jezus weg, recht de woestijn in.
Niemand trekt uit eigen beweging de woestijn in. Ook Jezus niet. Het was de Geest die Hem de woestijn indreef, zegt Marcus. Het was God die zijn volk veertig jaar liet ronddolen in de woestijn, hoorden we in de eerste lezing.
In de woestijn valt nauwelijks te leven. Zoiets zoek je niet op. Dat is iets dat je overkomt, dat je overvalt: leegte, eenzaamheid, crisis, twijfel, ziekte, opgebrand-zijn, niet meer weten hoe het verder moet. Daar kies je niet voor.
Hij bleef in de woestijn, op de proef gesteld door de satan.
De leegte dreigt je te verzwelgen. Je wilt eruit weg… Je alleen en verlaten voelen, stilte die verplettert… het maakt je bang, je probeert die ervaring te verdringen door in de drukte te vluchten, je te verliezen in onbenulligheden, je te ergeren aan de omstandigheden die je het leven moeilijk maken, je vast te klampen aan pseudo-zekerheden, aan wat altijd zo geweest is. Het fundamentalisme dat in kerkse kringen geregeld de kop opsteekt, is dikwijls een angstige reactie van mensen die aan de rand van woestijn hebben gestaan, maar er niet durven binnenstappen.
Er zijn zovele bekoringen die we maar al te graag aangrijpen om aan die beangstigende woestijnervaring te ontsnappen. De satan stelde niet alleen Jezus op de proef. Erger nog: in het boek Deuteronomium was het God die zijn volk Isra
Gedreven worden, recht de woestijn in (2007)
C-cyclus · Vasten · Aswoensdag · paars