5e zondag van de Veertigdagentijd – jaar C

C-cyclus · Vasten · 5e zondag van de Vasten · paars

5e 40-d C

Wanneer je in de zomer bij laag water langs de vloedlijn wandelt, dan gebeurt het wel meer dat je daar iets in het zand ziet geschreven staan. Kinderen amuseren er zich mee om iets in het zand te tekenen, jonge mensen hebben er wel eens met een stokje een liefdesverklaring in gegrift. Maar een stuk later komt het water aan en alles wat in het zand getekend of geschreven staat wordt uitgewist. Het evangelieverhaal van vandaag heeft me daar doen aan denken, want Jezus schrijft ook iets in het zand, vertelt Johannes. Alleen is het niet bekend WAT Jezus schreef.

Er is ook dat verhaaltje van die twee vrienden die door de woestijn trokken. Op zekere dag hadden ze een slaande ruzie, en dat ‘slaande’ was ook letterlijk zo. En het slachtoffer schreef in het zand: ‘Vandaag heeft mijn vriend mij geslagen’. Een paar dagen later geraakt dezelfde in nood in ergens een waterpoel; zijn vriend redt hem, en de geredde schrijft in steen: ‘Vandaag heeft mijn vriend mij het leven gered’. Zijn overtuiging was echt evangelisch: wat niet zo mooi is, als je er nood aan hebt om het te uiten: schrijf dat in het zand, het zal er niet blijven staan. Heb je iets moois beleefd, schrijf het in steen: het zal langer bewaard blijven.

In het evangelie van vandaag worden we meegetroond naar een joodse rechtszaak. Het avontuur van de overspelige vrouw is ons allen voldoende bekend en het is voor een predikant vrij moeilijk om niet hetzelfde te zeggen als het jaar voordien. Ik kan blijven verwijzen naar de joodse wet die een steniging voorzag voor die zondares en naar de hypocrisie van die ‘oudsten’ wiens boekje maar best ook niet opengedaan werd. Maar het weze me toegelaten om terug te denken aan hedendaagse rechtszaken waar iemand al dan niet schuldig verklaard wordt. Stel je maar in de plaats van die politieagent die uit noodzaak zijn wapen heeft gebruikt en die zou kunnen veroordeeld worden. Wat een opluchting als hij na maanden eindelijk vrijgesproken wordt. Er is ook het probleem van een rechtszaak waar de advocaat een beslissende rol speelt, en het is nu eenmaal zo dat de ene verdediger meer wint dan de andere, maar niet elkeen kan de beste advocaat betalen. Als er in het evangelie sprake is van de ‘oudsten’ als aanklagers, dan moet ik denken aan de vele ruwe en ongezouten reacties die mensen spuien op internet en in lezersbrieven van sommige kranten. ‘Geen medelijden’ ‘Zouden ze direct moeten doodschieten’. Enz. Maar of die mensen dan geen boter op het hoofd hebben is voor mij toch maar de vraag. Uiteraard moet recht geschieden, maar het moet dan wel ‘recht’ zijn, en uitgesproken door mensen die daartoe het RECHT hebben.

Er is ook de ‘rechtbank van de straat’, en ik hoop dat je begrijpt wat ik daarmee bedoel. Daar worden veel dingen in steen geschreven in plaats van in zand, jammer genoeg. En misschien moesten we ook maar meer aandacht hebben voor diegenen die verwanten zijn van diegenen die beklad worden of inderdaad iets deden dat niet zo mooi was. Als je het ruim genoeg bekijkt, dan geloof ik dat dit tegenwoordig vrij dikwijls van toepassing is en niet alleen rond het artikel waar de vrouw uit het evangelie voor ter verantwoording werd geroepen.

Vrienden, wat Jezus in het zand schreef heeft Johannes niet verteld. We weten wel wat hij dacht. Allicht zou het voor ons goed zijn om niet te kunnen vergeleken worden met de oudsten uit het evangelie, wel met mensen die sommige dingen in het zand schrijven en andere in steen. Mag ik dit uit het evangelie van vandaag afleiden?

Zoeken in Preken Online