5e zondag van de Veertigdagentijd – jaar C

C-cyclus · Vasten · 5e zondag van de Vasten · paars

Hallo allemaal, De volgende drie preken heb ik geprobeerd om vanuit mijn verlof in Spanje door te sturen, wat spijtig genoeg niet is gelukt. Daarom is er een van hen hopeloos te laat, maar misschien toch nog bij een andere gelegenheid bruikbaar;

  1. 3e zondag van de veertigdagentijd: De club der dode dichters - Ik heb hierin een vergelijking getrokken tussen de parabel van de vijgenboom en de film Death poets society. In de parabel krijgt de vijgenboom nog een extra jaar om goede vruchten voort te brengen en in de film is de boodschap: “maak iets van je leven voor het te laat is”. Zorg er voor dat je op het einde van je bestaan kan terugkijken op een vruchtbaar leven waarin je je eigen talenten ten volle hebt benut.

  2. Vader vergeef mij…, voor mij de mooiste parabel uit de Bijbel. Het beeld van de barmhartige Vader die alles kan vergeven uit liefde voor zijn kind.

  3. Wie vrij van zonde is… Het verhaal van de vrouw die op heterdaad op echtbreuk is betrapt en nu gestenigd zou moeten worden; Die situatie wordt door de Farizeeen gebruikt om Jezus een val te zetten. En Jezus, die schrijft in het zand en zet hen daarna volledig schaakmat; Wie onder u zonder zonde is… Hoe zouden wij op die situatie gereageerd hebben?

Hartelijke groeten

Frank Theré


5e zondag van de veertigdagentijd Cyclus C 2016 Fillipenzen 3, 8-14

Johannes 8, 1-11

Wie zonder zonde is..

Beste vrienden, “Amaai, wat een pijnlijke situatie. Daar is iemand op heterdaad bij echtbreuk betrapt – om zo te zeggen “in Flagranti!” Ze hebben stiekem nog wat toegekeken en smerig gegrijnsd, en dan een verontwaardigd geschreeuw aangestemd! “Schandalig, dat die zich niet schamen!”

Dat is zowat de eerste indruk die we van dit evangelie zouden kunnen opvangen. Maar leven onze hedendaagse geïllustreerde weekbladen niet juist van dergelijke verhalen? Ontrouw, slippertjes, nieuwe vriendin of nieuwe vriend. We kunnen er gewoon niet genoeg van krijgen welke BV nu juist met wie…, of zelfs gewoon welke Buurman met welke Buurvrouw…

Op heterdaad betrapt worden bij echtbreuk. Dat klinkt op zichzelf al hoogdravend. Zo ongeveer als: De slaapkamer binnen breken, het koppel uit bed sleuren, waarschijnlijk nog naakt of alleen schamel met een laken bedekt; dan bekeken door honderden paar ogen, bespot en vernederd. Ruwe mannenhanden hebben de vrouw bepoteld en doen haar pijn aan armen en polsen. Sommigen sleuren haar bij de haren omhoog tot aan de tempel. En overal staan er hopen mensen met open mond te gapen, te sneren en te spuwen. Daar had toch al lang iemand moeten ingrijpen en haar een weinig beschermen. Ook al zou ze een echte mannenverslindster geweest zijn die haar echtgenoot tot voorwerp van algemeen gespot had gemaakt. Maar misschien was ze wel helemaal niet zo. Misschien was ze gewoon een ongelukkige vrouw die in een gearrangeerd huwelijk met een gewelddadige man verkommerd was en dan pas door een andere man de ware liefde had ontdekt. Misschien had ze met die man voor he teerst dat gevoel van „vlinders in de buik“ ontdekt. Maar het was verboden, onmogelijk, hopeloos.

Stel dat wij daar toen mee onder het volk zouden hebben gestaan en dat alles ook hadden meegemaakt en gezien. Hoe die vrouw daar stond, met hangend hoofd en bevend van schrik. De man, die even schuldig was, die hebben ze gerust gelaten. Toch wel een fantastische gerechtigheid in die door mannen gedomineerde wereld! Maar daar gaat het voor de Farizeeën. Met triomferende blikken kijken ze Jezus uitdagend aan. Ze weten dat ze Hem nu hebben! Ofwel moet Hij zijn eigen boodschap van liefde, van de toeneiging van God voor alle zondaars, verloochenen, of Hij moet toegeven dat Hij niet in de naam van God spreekt, wan dat heeft Mozes reeds gedaan… En wat doet Jezus? Hij bukt zich en schrijft in het zand van het tempelplein. Hij neemt de tijd en laat ons ook de tijd om te reageren en een positie in te nemen; een dergelijke positie zou bv kunnen zijn: “ Hebben ze er weer een te pakken gekregen. Een schande is dat. Zet haar man horens en schaamt zich daar niet eens voor. Dat moet toch worden bestraft.“ Het is een mening waar men, volgens het gangbare recht, zonder meer kan achter staan; Want volgens de toen gangbare wet is de vrouw schuldig en moet ze worden veroordeeld. Een andere positie zou dan kunnen zijn: “Moment, niet zo vlug. Ge moet toch ook niet direct overdrijven. Wat die vrouw heeft gedaan, dat kan toch iedereen overkomen, dat komt toch in de beste families voor. Een slippertje.” En dan voegt een ander er misschien nog aan tot: “Wie weet wat voor man heeft ze thuis. Misschien is die wel de schuld van alles omdat hij haar nooit de tederheid en de liefde heeft gegeven die zij zo nodig had.
Wanneer we daar over nadenken hebben we de tijd om te erkennen dat ons oordeel ook altijd met onszelf te maken heeft. Wanneer ik heel verontwaardigd kan zijn over die vrouw, dan lijken mijn eigen fouten en misstappen maar een kleinigheid; Want de blikken van de mensen richten zich niet meer op mij, maar op anderen. Het geroddel gaat niet meer over mij, en bij het spreken over de mislukkingen en de schuld van de anderen, verdwijnen mijn eigen mislukkingen en schuld op de achtergrond. Maar ook het vergoelijken van de schuld is veelbetekenend. Wanneer ik zeg: “ zo erg is dat toch niet.” Dan zegt die uitdrukking ook iets over mezelf. Dit soort van verontschuldiging van anderen verbergt misschien ook wel een verontschuldiging van mezelf?
Merkt u het? Zowel de reeds gereed liggende steen voor de beschuldigde alsook de verontwaardiging over die strenge rechter, beide dienen ze om mijn eigen persoon te ontlasten. Achter beide reacties verbergt zich een grote portie onbekwaamheid om met de eigen schuld om te gaan, en ook wel een portie schijnheiligheid. Jezus laat ons de tijd om dat aan te voelen en hij verspert ons de mogelijkheid om het vonnis snel te voltrekken en zelf buiten schot te blijven. “Wie onder jullie zonder zonde is, die werpe de eerste steen.” Maar een zin, maar wel een zin die effect heeft. Hij laat al die reeds opgeraapte stenen in de handen gloeiend heet worden – wie zou er nu nog een steen kunnen werpen?
Jezus onderbreekt die steniging door de aandacht van de vrouw weg en op de omstaanders te vestigen. Dat begrijpen ze allemaal en een voor een druipen ze af. Dan pas richt Jezus zich tot de vrouw en zegt tegen haar: “Heeft niemand u veroordeeld?” En wij hebben nog altijd in ons oor hoe zij zegt: „niemand Heer.“ Je kan haar opluchting bijna met de hand grijpen. De bedreigeng, de druk en de angst zijn verdwenen. Wie waagt het om schuld te bekennen wanneer iedereen om je heen om bestraffing roept? Maar wat Jezus zegt en doet, dat helpt: “ook ik veroordeel je niet. Ga, en zondig voortaan niet meer.” Dat is zijn manier om met schuld om te gaan. Geen veroordelen en ook geen verdringen, maar ook niet gewoon maar de spons erover. Jezus minimaliseert de schuld van de vrouw niet. Wat ze gedaan heeft is verkeerd, en dat weet ze ook, want ze probeert nergens om zich vrij te praten. Ze vecht haar schuld niet aan en loopt er ook niet van weg. Maar Jezus geeft haar de ruimte om haar schuld te bekennen en Hij schenkt haar vergeving. Daardoor kan ze terug met een schone lei beginnen. Veroordeling en bedreigen met straf dwingen ons om te verdoezelen en te verdringen, te ontkennen en misschien zelfs te vluchten. Het onschuldiger voorstellen dan het is helpt ook niet, want dat neemt ons de mogelijkheid om onze schuld open te erkennen en eraan te werken. Alleen de weg van Jezus: de schuld ernstig nemen en vergeving schenken, beide samen geven me de mogelijkheid om nieuw en vooral anders te leven. Wat Jezus hier, in opdracht van God, doet, wordt zeer duidelijk in het volgende verhaal uit Sicilie: „In een vissersdorp heerste een ongeschreven wet: Wie op echtbreuk betrapt wordt moest van een hoge zwarte klip naar beneden worden gestort. Nu hebben mannen uit het dorp een vrouw op echtbreuk betrapt. Ze krijgt nog even de tijd om nog een laatste keer met haar man te praten, maar zelfs wanneer hij haar zou vergeven moet het vonnis toch worden uitgevoerd. Maar de man is niet thuis en komt ook niet meer thuis voor de afloop van de uitsteltijd. Het oordeel wordt dus genadeloos uitgevoerd.
Maar s’anderendaags zien haar „rechters“ de vrouw springlevend thuis aan de haard staan. Wat was er gebeurd? De echtgenoot van die vrouw wist van de echtbreuk. Hij had haar vergeven, maar kon de verschrikkelijke straf niet verhinderen. Dus spande hij, onder gevaar voor eigen leven, een net onder de afgrond. Dat net had zijn vrouw veilig opgevangen. De anderen waagden het nu niet meer om haar te belagen, want het oordeel was volstrekt en de liefde van de man te groot.
God spant voor ons ook een net van barmhartigheid onder de afgrond van onze schuld. Hij veroordeelt de zonde, maar nooit de berouwvolle zondaar. Jezus heeft ons van dat net verteld. Het heeft zo fijne mazen dat niemand die op Gods barmhartigheid en liefde vertrouwt, er zal doorvallen. Is dat te mooi om waar te zijn? Neen, ik geloof daar vast aan. Amen.

Zoeken in Preken Online