
Als christen omgaan met racistische haatmails
KMS brengt een nieuwe handleiding en een pastorale handreiking op de markt om te
reageren op racistische e-mailberichten.
“Ik heb een migratiegeschiedenis, en je hebt me opgenomen”. Zo zou Jezus’ oproep vandaag misschien luiden. Deze uitnodiging is brandend actueel. Tegelijk blijft het voor vele christenen een grote uitdaging om op de uitnodiging in te gaan. De angst voor de “vreemde”, en niet het minst voor moslims, leeft sterk in onze hedendaagse samenleving en ook in kerkgemeenschappen. Ook op internet is deze angst tastbaar. Misschien kreeg je al een e-mail in je mailbox over moslims, asielzoekers en “allochtonen”. De boodschap in zo’n “haatmails” is vaak glashelder: “de moslims zijn een bedreiging”, luidt het. Of “asielzoekers profiteren van de welvaartstaat”.
Het is niet evident iets met dergelijke e-mails aan te vangen. De berichten zien er dikwijls heel geloofwaardig uit, maar zijn dat feitelijk niet. Ze spelen vooral op onze emoties en proberen ons tot vijand te maken van “de andere”. Willen we op Jezus’ uitnodiging ingaan om “de andere” te verwelkomen, dan kunnen we deze e-mails niet naast ons neerleggen. De negatieve berichtgeving die via haatmails verspreid wordt, staat immers een echte ontmoeting met migranten of mensen met een andere huidskleur, cultuur of levensbeschouwing in de weg.
We nodigen je uit de nieuwe handleiding van KMS (Kerkwerk Multicultureel Samenleven) over het omgaan met racistische e-mails te lezen. KMS zet ontvangers van racistische haatmails aan om de aard van de e-mail te Verifiëren, de verspreiding ervan te Limiteren, een Antwoord naar de afzender te sturen en de e-mail te Melden. De originaliteit van deze aanpak ligt vooral in het sturen van een gericht en beredeneerd antwoord naar de afzender. Dit antwoord is geïnspireerd door de manier waarop Jezus met andersdenkenden communiceerde.
Naast de handleiding ontwikkelde KMS ook een pastoraal luik, dat verschillende mogelijkheden biedt om racistische haatmails in christelijke middens bespreekbaar te maken.
Als haat bij bosjes in je mailbox groeit
EEN PASTORALE HANDREIKING
“Ik was vreemdeling, en jullie hebben Me opgenomen”(Matteüs 25: 35)
In de Blijde Boodschap van Jezus Christus worden we uitgenodigd om “de vreemdeling” te verwelkomen. Die uitnodiging is in onze binnenlandse geschiedenis sinds meerdere decennia brandend actueel. De “witte” naoorlogse samenleving werd in korte tijd een
gekleurde multiculturele maatschappij. Niet alleen cultureel maar ook levensbeschouwelijk bewonen we nu samen een ander land. Het landschap met vele kerktorens en huizen van vrijzinnigheid, werd verrijkt met andere cultusplaatsen.
Tegelijk beleven we sociaaleconomisch bewogen tijden. We delen een complexe wereld en weten niet goed weg met allerhande vraagstukken van ongelijkheid, klimaatverandering en gewelddadige conflicten.
In een poging om hun angst voor de toekomst te bezweren, zien velen in mensen met een migratiegeschiedenis een bedreiging voor hun eigen belangen. Het gesloten nationalistische denken en de onverdraagzaamheid nemen toe. Het racistisch denken stijgt. Het vindt in België ook op internet zijn weg, onder meer via racistische haatmails. Dat zijn e-mails over moslims, asielzoekers of buitenlanders die een negatieve beeldvorming verspreiden over deze groepen.
Hoe kunnen we de evangelische oproep naar deze actuele context vertalen? Streven naar een juistere beeldvorming is al een belangrijke stap. De negatieve vooroordelen en stereotiepen die onder andere via haatmails verspreid worden, staan immers een echte ontmoeting met de “vreemdeling” in de weg.
Deze publicatie – die een bijlage is bij “Haatmails in je mailbox: een handleiding” – biedt je enkele mogelijkheden om het omgaa met racistische e-mails in christelijke gemeenschappen en verenigingen bespreekbaar te maken. Je vindt suggesties om je leden op weg te zetten naar een effectievere omgang met racistische boodschappen. Om ons daarin te scholen, staan we niet alleen. Het evangelie is een opeenvolging van ontmoetingen. Jezus ontmoet vissers, een overspelige vrouw, tollenaars, blinden, melaatsen, Farizeeërs… De houding die Jezus in het kader van zo’n ontmoetingen aanneemt, werkt inspirerend om zelf aan de slag te gaan met het beeld dat we van de andere hebben.
We wensen je veel goede moed om met de suggesties die in deze handreiking zijn opgenomen aan de slag te gaan in je eigen pastorale context.
“Haatmails in je mailbox: hoe ga je ermee om? Een handleiding” en “Als haat bij bosjes in je mailbox groeit. Een pastorale handreiking” zijn uitgaven van Kerkwerk Multicultureel Samenleven.
Ze zijn te bestellen via of 02 502 11 28. De handleiding staat ook deels online op www.haatmails.be.
Meer informatie:
We wensen je veel geluk bij het ter sprake brengen van deze thematiek in je pastorale activiteiten. Aarzel niet KMS te contacteren voor advies en ondersteuning.
Redactie: Thomas Peeters
Een uitgave van Kerkwerk Multicultureel Samenleven
1000 Brussel
Breng haatmails ter sprake tijdens een gemeenschapsviering of een bezinning
Hoe kunnen we proberen onze aanpak van personen die racistische berichten verspreiden over een andere boeg te gooien om zo de verspreiding van haatmails te limiteren? Een voorbeeld – voor de 5° zondag in de veertigdagentijd – C (16-17 maart 2013)
De overspelige vrouw (Johannes 8: 1-11)
Commentaar geïnspireerd door THIRAN-GUIBERT (A. en B. ), Entrer dans l’Évangile pour sortir de la violence, Namen-Parijs,
2006, pp. 85-101.
Dit evangelie toont hoe Jezus afstapt van een zwart-wit denken en een derde weg voorstelt. Geen vrijspraak, maar ook geen beschuldiging.
Het evangelie van de overspelige vrouw vertelt ons veel over onze klassieke omgang met racisme en met haatmails. De houding van Jezus kan inspirerend werken om een andere weg te kiezen dan een simpele veroordeling of passiviteit.
Niemand is onberispelijk
Net zoals de Schriftgeleerden, de Farizeeën en de menigte in de tempel zichzelf in het begin van dit evangelie als “de goeden” beschouwen, en de vrouw als “de slechte” zien, kan het gebeuren dat we op dezelfde manier kijken naar iemand met racistische
gedachten. Wij zijn onberispelijk, ideologisch zuiver, tolerant, zonder vooroordelen. De ander – die ons zojuist een haatmail stuurde – is de racist, die weinig begrijpt van de multiculturele wereld en een lesje moet geleerd worden. Hij moet weten dat dergelijke berichten versturen niet kan. Hij moet veranderen en kritischer leren omgaan met internet.
Jezus wijst er ons op dat we ook in de spiegel moeten durven kijken. “Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen” (Joh 8:7). We zijn niet zo onberispelijk als we soms denken of wensen. Weinigen onder ons zullen van zichzelf
beweren dat ze geen vooroordelen hebben of nooit racistische gedachten (gehad) hebben. In het evangelie kunnen weinigen zeggen dat ze zich nooit aangetrokken gevoeld hebben tot een andere vrouw dan hun echtgenote.
De overspelige vrouw heeft weliswaar een stap verder gezet en heeft overspel gepleegd. De Schriftgeleerden en Farizeeërs reageren er sterk op: ze moet gestenigd worden. Misschien valt deze sterke reactie deels te verklaren door hun angst om zelf tot daden over te gaan. De sterke reactie is dan een poging om afstand te nemen van de vrouw, waarvan ze eigenlijk niet zover verwijderd zijn. Er kan zich iets gelijkaardig afspelen bij onze reactie op racisme. We willen ideologisch zuiver blijven en afstand nemen van elke vorm van racisme. Maar we zijn misschien onzeker over ons vermogen om een persoon van buitenlandse herkomst, of een vrouw met een hoofddoek zonder vooroordelen en als volwaardig mens te bekijken. We uiten deze onzekerheid in verontwaardiging.
Vaak bekijken we “racisten” op een beschuldigende manier, zonder stil te (durven) staan bij wat dieper bij hem of haar leeft. We blijven vaak doof voor de diepere redenen die iemand ertoe aanzet zich racistisch te uiten. Ook de Schriftgeleerden en Farizeeën vragen zich niet af waarom of in welke omstandigheden de vrouw overspel gepleegd heeft.
Ze stellen Jezus een strikvraag: wat moet er met de vrouw gebeuren? Welke houding kiest Jezus? Kiest hij de kant van de vrouw en gaat hij dus tegen de joodse Wet in? Of kiest hij de kant van de Farizeeërs en veroordeelt hij de vrouw? Kiezen we voor de “racist” en vinden we excuses voor zijn gedrag? Nemen we resoluut de verdediging van de “buitenlander”? Of blijven we eerder passief en reageren we niet, zoals de menigte in dit verhaal misschien doet? Negeren we haatmails die in onze mailbox terechtkomen? Jezus kiest een middenweg.
Tijd nemen
Vooraleer hij echter op de vraag van de Farizeeër ingaat, begint hij op de grond te schrijven. Hij neemt een moment om na te denken, om scherper inzicht te krijgen wat de inzet van de situatie is. Hij wordt door de Farizeeërs en Schriftgeleerden in een hoge
positie gezet, de positie van rechter (hij moet een oordeel vellen). Hij zou op een steen kunnen gaan staan zodat iedereen zijn stem goed kan horen. Hij zou voluit gebruik kunnen maken van de gezagspositie waarin men hem zet. Hij buigt zich echter naar de grond, verlaagt zich. In plaats van vanuit zijn gezagspositie te spreken, maakt Jezus zich klein. Hij plaatst zich op dezelfde hoogte als de vrouw. Of misschien zelfs iets lager.
Hoe gaan wij om met de gezagspositie waarin we soms geplaatst worden? Personen die met mensen met migratiegeschiedenis werken, worden soms ook gevraagd partij te kiezen wanneer racistische uitspraken geuit worden.
Jezus kiest ervoor om tijd te nemen. Hij beseft dat elk antwoord in het heetst van de strijd contraproductief zal zijn. Wellicht zou niemand dan naar hem luisteren. Zowel de vrouw als de menigte niet. Hij trapt niet in de val van de spontane reactie. Tegelijk geeft
Jezus zichzelf de tijd om tot rust te komen. Vanuit die rust kan hij dan gerichter en juister handelen.
Wanneer we een racistische reactie horen, kunnen we ons we sterk verontwaardigd voelen. Dat is op zich heel goed. Hoe kan de ander zoiets zeggen? We hebben de neiging spontaan te reageren. We kunnen ook zoals Jezus kiezen om onszelf de tijd te geven tot rust te komen, om niet vanuit een zekere kwaadheid te reageren. Tegelijk kan dit uitstel ons de mogelijkheid geven om ons tot God te richten, tot onze bron en daaruit inspiratie te putten. We kunnen bijvoorbeeld naar de andere proberen te kijken zoals God naar hem kijkt. Niet als een “racist”, maar voor alles als een mens.
Een mens is veel meer dan zijn racistische gedachten alleen. Wanneer we op de grond schrijven, kunnen we ook onze onmacht (hoe kan ik daarop nu goed reageren?) toevertrouwen aan God en beseffen dat we er niet alleen voor staan. Bij haatmails is het net iets gemakkelijker om deze tijd te nemen, omdat de verzender niet voor ons staat.
De Farizeeërs en Schriftgeleerden dringen aan: wat moet er nu met die vrouw gebeuren? Jezus richt zich op. Hij zet zich terug op gelijke hoogte met de menigte. We kunnen ons inbeelden dat de vragen stoppen en de menigte stil wordt, benieuwd naar wat Jezus zal zeggen. De rust van Jezus, de sterkte van deze verrassende houding (schrijven op de grond, weer opstaan) creëert ruimte voor dialoog.
En hij zegt ons: “Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen” (Joh 8:7). En hij gaat weer op de grond schrijven. Hij confronteert ons met onze eigen vooroordelen en racistische gedachten, maar kijkt niet wie het eerst vertrekt. Hij staart de mensen niet met beschuldigende ogen aan. Hij daagt ons niet uit: “jij hebt ook racistische gedachten, en jij, en jij… en jij ook!”
Onder vier ogen
Uiteindelijk blijft hij alleen met de vrouw. Dit is het moment dat hij kiest om met de vrouw te praten. Alleen, onder vier ogen. Hier kunnen we ook een gelijkenis zien met situaties waarmee we geconfronteerd worden: vaak worden racistische gedachten in het bijzijn van verschillende mensen geuit. We zijn geneigd er direct op in te gaan. De kans bestaat echter dat de persoon, om het gezicht niet te verliezen, in de verdediging kruipt en zijn
standpunten zelfs versterkt. Jezus wacht echter tot hij alleen met de vrouw is om met haar te praten. En hij stelt een vraag. “Waar zijn ze gebleven?”. Met zijn vraag geeft hij de vrouw het woord. Wat een verschil met de situatie waarin de vrouw in het begin van
het verhaal verkeerde! Ze werd in de tempel gebracht om gestenigd te worden en was eigenlijk al veroordeeld. Ze kreeg geen gelegenheid om haar gedrag uit te leggen. En nu krijgt ze van Jezus het woord. We kunnen beslissen om de afzender van een racistische e-mail een vraag te stellen: wat leeft er bij haar/hem?
De vrouw antwoordt niet direct op Jezus’ vraag. Misschien durft ze nog niet, of is ze zo verwonderd door de vraag en door de niet veroordelende houding van Jezus. “Heeft niemand je veroordeeld?” vraagt hij. Waarop ze antwoord: “Niemand, Heer”. Het antwoord van Jezus is opnieuw verrassend: “Ook ik veroordeel u niet. Ga, maar zondig voortaan niet meer”. Jezus behoudt het overzicht en het evenwicht. Hij veroordeelt de vrouw niet, maar vergeet ook niet te verwijzen naar wat fout gelopen is. Hij zegt eigenlijk: “je bent groter dan wat je gedaan hebt. Je bent in staat voor een grotere liefde te kiezen dan voor een vluchtige relatie”.
We kunnen ook kiezen om zo naar iemand met racistische gedachten te kijken. We kunnen geloven dat de persoon in staat is te veranderen en zijn plaats kan vinden in de multiculturele samenleving. We kunnen graven naar de diepere zorgvragen die achter een racistische e-mail schuilen en tegelijk de racistische toon bespreekbaar maken.