‘Vrij om opnieuw volop te leven!’
De Farizeeërs en Schriftgeleerden. Het komt hen wel heel goed uit. Dankzij deze overspelige vrouw kunnen zij mooi hun eigen morele superioriteit laten zien. Want hier staan zij ver boven, uiteraard! Maar ze kunnen nu ook prachtig die meester, die rabbi die hier zo mooi in de tempel zit te onderwijzen, te grazen nemen! ,Ze brengen de vrouw voor Jezus-wat vindt U daar nu van? In de wet staat immers…Ja, de wet is heel duidelijk: overspel mag niet. Het is dus duidelijk een strikvraag! Als Jezus een lichtere straf voorstelt, wat ze wel verwachten, want Hij gaat immers voornamelijk met zondaars om, kunnen ze mooi laten zien dat Hij niet zuiver op de graat is. Iemand die het met de Wet niet al te nauw neemt.Maar zoals zo vaak geeft Jezus niet direct antwoord. Hij zwijgt, bukt zich, en schrijft wat op de grond in het stof van de straat. Vreemd… De aanklagers reageren ook ongeduldig-ze blijven aandringen. Jezus stopt met schrijven, kijkt op en spreekt dan die ons nu zo bekende woorden: ‘ Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen…’ Daarna schrijft Jezus weer verder op de grond. Vreemd… Een voor een druipen de aanklagers af, de oudsten voorop. Wat is dat? Waarom doen ze dat? Wat heeft Jezus eigenlijk in het stof geschreven? We weten het niet. Het is duidelijk dat zij niet zonder zonde zijn want anders hadden ze vast een steen geworpen. Daarom pakken ze hun biezen. Ze worden daar liefst niet mee geconfronteerd.
Zelf de eerste steen gooien betekent dat er zuiver geoordeeld moet worden, en niet met verkeerde bedoelingen, niet met een dubbele moraal, niet om zelf te scoren ten koste van die ander. Maar hoe makkelijk doen we dat niet, zelf oordelen? Weten we vaak niet al heel gauw hoe de vork in de steel zit (vooral voor een ander?) Zonder dat we ons echt verdiept hebben in die persoon om wie het gaat, geluisterd hebben, gewikt en gewogen? Wat doen we gauw mee met het doorvertellen van ‘heb je het al gehoord-verhalen’, het zwart maken van een ander om er zelf beter uit te komen
Dat wordt hier door de woorden van Jezus aan de kaak gesteld: kijk eerst naar je zelf. Ben je eerlijk en oprecht? Zuiver en integer? Wie zonder zonde is werpe de eerste steen… Jezus richt zich op-wat gaat Hij nu doen? Pakt Hij de eerste steen? Als er Eén is die dat mag, die daar recht op heeft, is Hij het immers. Als er Eén zonder zonde is, is Hij het. Gooit Hij?… Hij richt zich op- en kijkt de vrouw, die alleen is achtergebleven, aan en vraagt haar: Waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld? En het enige wat ze zegt is: ‘Niemand, Heer’ Er klinkt geen spijt, geen verontschuldiging, geen berouw, geen vraag om vergeving. Toch zegt Jezus: ‘ Ook ik veroordeel u niet. Ga naar huis en zondig vanaf nu niet meer!’
Wat is dit heerlijke genade! Op en top genade: iets wat je wel verdient (straf) niet krijgen, en iets wat je niet verdient (vrijspraak) wel krijgen. Hij praat echter niet goed wat er is gebeurd. Hij blijft zonde wel zonde noemen. Fouten maken is menselijk, maar geen reden om elkaar te veroordelen. Jezus laat dat heel simpel merken door de omstaanders, ons, een spiegel voor te houden. Pas als Hij de vrouw ook niet veroordeelt , is ze vrij om ‘niet meer te zondigen’ en volop te leven.
Laten we dan zelf ook bereid zijn om mee de handen aan de ploeg te slaan, om te doen wat moet gedaan worden: talenten delen en verdelen, mild zijn, niet veroordelen zodat anderen nieuwe kansen krijgen om volop te leven! Mensen van genade zijn !
5e vastenzond.-C- bij Joh 8,12-20 * door Christine Hagehebaert * past.eenheid Emmaüs * St.-Andries-St.-Michiels-Brugge
Gewetensonderzoek
5e vastenzondag – C –
Bij de parabel v.d. publieke zondares
Heer God, met een handvol stenen kom ik voor u staan,
het zijn de stenen die ik al zo dikwijls heb gegooid.
Een harde steen van wrok om wat mij werd aangedaan,
een harde steen van onbegrip om wat een ander meemaakt,
een harde steen van achterklap
over de kleine kanten van een ander,
een harde steen van leugen om onze kleine kanten
te verdoezelen,
een harde steen van onverschilligheid
om de problemen van het Zuiden,
een harde steen van jaloerszijn om het succes van de ander,
een harde steen van moedeloosheid
omdat de wereld niet verandert,
een harde steen van bezitterig-zijn voor mezelf alleen.
Ik geef deze stenen aan U af.
Aanvaard ze en vorm ze om tot bouwstenen
voor een betere wereld.
Een zachte steen van vergeving om opnieuw op te bouwen,
een zachte steen van inleving in het leven van de ander,
een zachte steen van open gesprek
met onze huisgenoten of collega’s,
een zachte steen van moed
om de waarheid te durven spreken,
een zachte steen van betrokken inzet om een betere wereld,
een zachte steen van bemoediging
en waardering voor elke mens,
een zachte steen van volharding om te blijven vechten
voor vrede en rechtvaardigheid,
een zachte steen van samen delen
van de rijkdom van onze aarde.
God, op mij mag je rekenen om de wereld om te bouwen
tot uw Rijk op aarde.