Dag iedereen,
volgend weekend mag ik weer voorgaan en preken voor de gedetineerden in de gevangenis PCB Brugge. We werken daar gedurende de hele veertigdagentijd met het aloude ‘ganzenspel’ als rode draad doorheen de vieringen, en er gaan ook gespreksgroepen door voor mensen van ‘binnen’ en ‘buiten’ gemengd, waarin we met elkaar in gesprek gaan over het ganzenspel en wat een mens op zijn levensweg allemaal kan meemaken… (zie vierde bijlage)
We hebben de viering van het komende weekend voorbereid met de liturgische werkgroep in de gevangenis, waar ook enkele gedetineerden deel van uitmaken. Het heeft geleid tot een bijzonder intens en vruchtbaar gesprek, waaruit ik zelf veel inspiratie en ’levenswijsheid’ kon putten. Nu moet ik in de komende dagen nog verder werken aan een heel sterk verkorte versie van de homilie; die korte samenvatting dan nog vertalen in het Frans en het Engels, en dan moet er nog door iemand van de liturgische werkgroep een power-point worden gemaakt… Dus is er nog werk genoeg op de plank…
Maar omdat ik een beetje vroeger dan verwacht klaar ben met mijn eerste ‘huiswerk’, dacht ik dat het misschien de moeite waard was om de teksten en illustraties plus de toespraak/homilie nog l even door te sturen. Wie weet kan iemand daar nog iets uit gebruiken voor het komende weekend, of op een ander moment en in een andere context. Verder delen mag alleszins - geen probleem…
Met hartelijke groet. In verbondenheid!
geert dedecker
vrijwilliger-aalmoezenier in de gevangenis PCB Brugge
Viering PCB Brugge
Vierde zondag in de veertigdagentijd - C
26-27 maart 2022
Welkom - kruisteken
Een hartelijk welkom aan iedereen.
Vandaag lezen we prachtige evangeliewoorden over pijn en vreugde, over verliezen en terugvinden, over weggaan van huis en terugkomen. Veel kan verloren gaan in het leven en een mens kan veel kwijtspelen onderweg: zijn integriteit, zijn geluk, zijn relatie, het beste van zichzelf. Maar wie, zoals de verloren zoon, op zijn stappen terug wil keren, uit zichzelf treedt, op zoek gaat naar de Vader die op ons wacht, die vindt vroeg of laat de vreugde en het geluk terug.
En wat het ganzenbord betreft – de rode draad
die wij aanbrengen doorheen de veertigdagentijd hier in de gevangenis:
vandaag staan we stil bij nummer zes: de Brug.
En we vragen ons af: voor wie hier ‘binnen’ en ook ‘buiten’
zou ik zelf als een brug kunnen zijn?
En wie wil een brug zijn voor mij, zodat ik eindelijk verder kan…
Laten we dit samenzijn beginnen in de naam van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
Un accueil chaleureux à vous tous ici.
Aujourd’hui, nous lisons de belles paroles d’évangile
qui nous racontent de la douleur et de la joie,
sur le fait de perdre et de retrouver,
le fait de quitter la maison et d’y revenir.
On peut perdre beaucoup dans la vie
et chacun peut voir sortir des mains tant de choses en cours de route:
son intégrité, son bonheur, sa relation, le meilleur de lui-même.
Mais celui qui, comme le fils prodigue, veut revenir sur ses pas,
qui sort de lui-même, et va à la recherche du Père qui nous attend,
il retrouve tôt ou tard la joie et le bonheur.
Et pour ce qui est du jeu de l’oie - le fil rouge du Carême ici en prison:
aujourd’hui, nous nous arrêtons au numéro six: le Pont.
Et nous nous demandons: pour qui, “ici dedans " et “dehors”
pourrais-je être un pont moi-même?
Et qui voudrait être un pont pour moi, pour que je puisse enfin
continuer mon chemin dans la vie..?
Commençons cette célébration
au Nom du + Père, du Fils et du Saint-Esprit. Amen.
A warm welcome to each of you here.
Today we read beautiful words in the Gospel,
about pain and joy,
about losing and finding again,
about leaving home and coming back.
Much can be lost in life
and a person can lose a lot of things along the way:
his integrity, his happiness, his relationship, the best of himself.
But those who, like the prodigal son, want to retrace their steps,
who comes out of the loneliness, and goes in search of the Father who is waiting for us,
sooner or later he finds joy and happiness again.
And as for the goose board - the red thread we bring
through Lent here at the prison in this year:
today we pause at number six: the Bridge.
And we ask ourselves: to whom here “inside” and also “outside”
could I myself be like a bridge?
And who would like to be a bridge for me, so that I can finally move on and find my way to hapiness..?
Let us begin this celebration in the Name of + the Father, the Son and the Holy Spirit. Amen.
Aansteken van de Paaskaars
en aanbrengen van ‘de brug’ op nummer zes van het ganzenbord.
Een lied om het thema van deze viering in te leiden…
The Fool On The Hill -
Day after day, alone on a hill, The man with the foolish grin is keeping perfectly still. But nobody wants to know him, They can see that he’s just a fool. And he never gives an answer, But the fool on the hill sees the sun going down, And the eyes in his head See the world spinning ‘round.
Well on the way, head in a cloud, The man of a thousand voices talking perfectly loud. But nobody ever hears him, Or the sound he appears to make. And he never seems to notice,
But the fool on the hill Sees the sun going down, And the eyes in his head See the world spinning ‘round.
Nobody seems to like him, They can tell what he wants to do, And he never shows his feelings, But the fool on the hill Sees the sun going down, And the eyes in his head See the world spinning ‘round.
He never listens to them, He knows that they’re the fools, They don’t like him. But the fool on the hill Sees the sun going down, And the eyes in his head See the world spinning ‘round.
Moment van inkeer
Hier, in Gods tegenwoordigheid, willen wij eerlijk en oprecht in ons eigen hart kijken. Dan kunnen wij misschien vandaag nog
een begin maken met het grote avontuur
om terug te keren naar huis,
ons bekeren en toekeren naar de Vader
en Hem vragen dat wij nieuwe mensen mogen worden.
-Wij bidden voor die jongste zoon in ons die telkens weer uit het huis van de Vader weggaat op zoek naar verre, onhaalbare dromen
en aangetrokken wordt door een heel ander soort geluk dan het feest dat de Vader voor ons heeft voorbereid.
-Wij bidden voor die jongste zoon in ons die zo moeilijk kan opstaan en terugkeren naar het huis van de Vader
om zijn zwakheid te belijden, zijn schuldgevoel los te laten,
zijn onmacht en verlorenheid te erkennen. Die zich niet durft overgeven en toevertrouwen
aan de onvoorwaardelijke liefde van de Vader.
-Tenslotte bidden wij ook voor die oudste zoon in ons die ten onder gaat aan de diepe klacht: ik heb zo mijn best gedaan, ik werkte zo lang en zo hard en toch ben ik niet gelukkig…
Misschien ben ik wel vergeten
dat er ook vergeving, genade en barmhartigheid bestaat
en durfde ik te weinig geloven
dat er in het huis van mijn Vader ook plaats is voor mij.
Ici, en présence de Dieu,
nous voulons regarder honnêtement et sincèrement dans nos propres cœurs.
Alors peut-être qu’aujourd’hui nous pouvons
commencer la grande aventure
pour rentrer à la maison
nous repentir et nous tourner vers le Père
pour Lui demander de faire de nous des personnes nouvelles.
-Nous prions pour le plus jeune fils qui est en nous.
qui, à maintes reprises, quitte la maison du Père
à la recherche de rêves lointains et inatteignables.
et qui est attiré par un type de bonheur très différent
de la fête que le Père a préparé pour nous.
-Nous prions pour le plus jeune fils qui est en nous,
qui trouve si difficilement la force
de se lever et de retourner à la maison du Père
d’avouer sa faiblesse,
de se débarrasser de sa culpabilité,
de reconnaître son impuissance et sa perte.
Qui n’ose pas s’abandonner et se confier
à l’amour inconditionnel du Père.
-Finalement, nous prions aussi pour le fils aîné en nous
qui s’enfonce dans les profondeurs de la plainte:
J’ai fait de mon mieux,
J’ai travaillé si longtemps et si dur
et pourtant je ne suis pas heureux…
Peut-être ai-je oublié
qu’il y a aussi le pardon, la grâce et la miséricorde
et que j’ai osé croire trop peu
qu’il y a aussi une place pour moi dans la maison de mon Père.
Here, in God’s presence,
we want to look honestly and sincerely into our own hearts.
Then perhaps yet today we can
begin the great adventure
to return home,
to repent and turn towards the Father
and ask Him that we may become new people.
-We pray for that youngest son in us
who time and again leaves the Father’s house
in search of distant, unattainable dreams
and who is attracted to a kind of happiness that is very different
from the feast that the Father has prepared for us.
-We pray for that youngest son in us
who finds it so difficult to get up and return to the Father’s house
to confess his weakness,
to let go of his guilt, to acknowledge his powerlessness and lostness.
He, who does not dare to surrender and entrust himself
to the unconditional love of the Father.
-Finally, we also pray for that eldest son in us
who is sinking into deep complaint:
i tried so hard,
I worked for so long and so dedicated,
and yet I am not happy…
Maybe I have forgotten
that there is also forgiveness, grace and mercy
and I dared to believe too little
that in my Father’s house there is also a place for me.
Openingsgebed
God, die ieder van ons door en door kent, Gij weet dat er in ons een onweerstaanbaar verlangen leeft om onze ‘eigen baas’ te zijn, en onze eigen weg te gaan in het leven. En daardoor lopen wij zo vaak weg van U en van ons eigen geluk. Maar Gij, Vader, Gij hebt tijd, Gij wacht met goddelijk geduld tot wij ons hart weer voor U openen. Daarom zijn wij dankbaar, Vader, dat wij, nadat wij onszelf zijn tegengekomen in de woestijn van eenzaamheid en ongeluk, opnieuw mogen thuiskomen bij U. En Gij ontvangt ons daar met open armen en maakt ons leven opnieuw tot een feest waar wij met iedereen samen aan tafel mogen zitten, brekend en delend, naar het voorbeeld van Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.
Evangelie
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas (Lc., 15, 1-3. 11-32)
In die tijd kwamen alle tollenaars en zondaars telkens naar Jezus luisteren. De farizeeën en schriftgeleerden spraken daar schande van en zeiden: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’ Maar Hij vertelde hun deze gelijkenis:
‘Iemand had twee zonen. De jongste zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij mijn deel van de erfenis.” En hij verdeelde zijn vermogen onder hen. Niet lang daarna vertrok de jongste zoon met al zijn bezit naar een ver land, waar hij het verkwistte in een losbandig leven. Toen hij alles opgemaakt had, kwam er een zware hongersnood over dat land en ook hij begon gebrek te lijden. Hij zwierf rond tot hij in dienst trad bij een van de inwoners van dat land; die stuurde hem het veld in om de varkens te hoeden. Graag had hij zijn honger gestild met het voer dat de varkens aten, maar niemand gaf hem wat. Toen kwam hij tot zichzelf en zei: “Zoveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik verga hier van de honger! Ik ga terug naar mijn vader. Ik zal hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten, behandel me als een van uw dagloners.” En hij ging terug naar zijn vader. Toen hij nog ver van huis was, zag zijn vader hem al en werd ontroerd; snel liep hij op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem. “Vader,” zei de zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten.” Maar de vader zei tegen zijn dienstknechten: “Haal vlug de mooiste kleren en trek ze hem aan, doe een ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten. Haal het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren, want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden.” En het feest begon. Maar zijn oudste zoon was nog op het land. Toen hij naar huis kwam, hoorde hij muziek en dans. Hij riep een van de knechten en vroeg wat er te doen was.
Die antwoordde: “Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond en wel terug heeft gekregen.” Toen werd de oudste zoon kwaad en hij wilde niet binnenkomen. Daarop kwam zijn vader naar buiten en probeerde hem tot andere gedachten te brengen. Maar hij gaf zijn vader ten antwoord: “Ik dien u nu al zoveel jaren en nooit heb ik een gebod van u overtreden, maar aan mij hebt u nog nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen, die uw vermogen met hoeren heeft verbrast, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.” Maar de vader zei: “Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat ik heb is van jou.
We moeten feestvieren en blij zijn, want die broer van je was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden.”
Évangile de Jésus Christ selon Saint Luc (Lc 15, 1-3.11-32)
En ce temps-là, les publicains et les pécheurs venaient tous à Jésus pour l’écouter. Les pharisiens et les scribes récriminaient contre lui: «Cet homme fait bon accueil aux pécheurs,et il mange avec eux!» Alors Jésus leur dit cette parabole: «Un homme avait deux fils. Le plus jeune dit à son père: ‘Père, donne-moi la part de fortune qui me revient.’ Et le père leur partagea ses biens. Peu de jours après, le plus jeune rassembla tout ce qu’il avait, et partit pour un pays lointain où il dilapida sa fortune en menant une vie de désordre. Il avait tout dépensé, quand une grande famine survint dans ce pays, et il commença à se trouver dans le besoin. Il alla s’engager auprès d’un habitant de ce pays, qui l’envoya dans ses champs pour garder les porcs. Il aurait bien voulu se remplir le ventre avec les gousses que mangeaient les porcs, mais personne ne lui donnait rien. Alors il rentra en lui-même et se dit: ‘Combien d’ouvriers de mon père ont du pain en abondance, et moi, ici, je meurs de faim! Je me lèverai, j’irai vers mon père, et je lui dirai: Père, j’ai péché contre le ciel et envers toi. Je ne suis plus digne d’être appelé ton fils. Traite-moi comme l’un de tes ouvriers.’ Il se leva et s’en alla vers son père. Comme il était encore loin, son père l’aperçut et fut saisi de compassion; il courut se jeter à son cou et le couvrit de baisers. Le fils lui dit: ‘Père, j’ai péché contre le ciel et envers toi. Je ne suis plus digne d’être appelé ton fils.’ Mais le père dit à ses serviteurs: ‘Vite, apportez le plus beau vêtement pour l’habiller, mettez-lui une bague au doigt et des sandales aux pieds, allez chercher le veau gras, tuez-le, mangeons et festoyons, car mon fils que voilà était mort, et il est revenu à la vie; il était perdu, et il est retrouvé.’ Et ils commencèrent à festoyer.
Or le fils aîné était aux champs. Quand il revint et fut près de la maison, il entendit la musique et les danses. Appelant un des serviteurs, il s’informa de ce qui se passait. Celui-ci répondit: ‘Ton frère est arrivé, et ton père a tué le veau gras, parce qu’il a retrouvé ton frère en bonne santé.’ Alors le fils aîné se mit en colère, et il refusait d’entrer. Son père sortit le supplier. Mais il répliqua à son père: ‘Il y a tant d’années que je suis à ton service sans avoir jamais transgressé tes ordres, et jamais tu ne m’as donné un chevreau pour festoyer avec mes amis. Mais, quand ton fils que voilà est revenu après avoir dévoré ton bien avec des prostituées, tu as fait tuer pour lui le veau gras!’ Le père répondit: ‘Toi, mon enfant, tu es toujours avec moi, et tout ce qui est à moi est à toi. Il fallait festoyer et se réjouir, car ton frère que voilà était mort, et il est revenu à la vie; il était perdu, et il est retrouvé!»
Holy Gospel of Jesus Christ according to Saint Luke ()
Tax collectors and sinners were all drawing near to listen to Jesus, but the Pharisees and scribes began to complain, saying: “This man welcomes sinners and eats with them.” So to them Jesus addressed this parable: “A man had two sons, and the younger son said to his father: ‘Father give me the share of your estate that should come to me.’ So the father divided the property between them. After a few days, the younger son collected all his belongings and set off to a distant country where he squandered his inheritance on a life of dissipation. When he had freely spent everything, a severe famine struck that country, and he found himself in dire need. So he hired himself out to one of the local citizens who sent him to his farm to tend the swine. And he longed to eat his fill of the pods on which the swine fed, but nobody gave him any. Coming to his senses he thought: ‘How many of my father’s hired workers have more than enough food to eat, but here am I, dying from hunger. I shall get up and go to my father and I shall say to him: “Father, I have sinned against heaven and against you. I no longer deserve to be called your son; treat me as you would treat one of your hired workers.” So he got up and went back to his father. While he was still a long way off, his father caught sight of him, and was filled with compassion. He ran to his son, embraced him and kissed him. His son said to him: ‘Father, I have sinned against heaven and against you; I no longer deserve to be called your son.’ But his father ordered his servants: ‘Quickly bring the finest robe and put it on him; put a ring on his finger and sandals on his feet. Take the fattened calf and slaughter it. Then let us celebrate with a feast, because this son of mine was dead, and has come to life again; he was lost, and has been found.’ Then the celebration began. Now the older son had been out in the field and, on his way back, as he neared the house, he heard the sound of music and dancing. He called one of the servants and asked what this might mean. The servant said to him: ‘Your brother has returned and your father has slaughtered the fattened calf because he has him back safe and sound.’ He became angry, and when he refused to enter the house, his father came out and pleaded with him. He said to his father in reply: ‘Look, all these years I served you and not once did I disobey your orders; yet you never gave me even a young goat to feast on with my friends. But when your son returns who swallowed up your property with prostitutes, for him you slaughter the fattened calf.’ He said to him: ‘My son, you are here with me always; everything I have is yours. But now we must celebrate and rejoice, because your brother was dead and has come to life again; he was lost and has been found.’”
Toespraak

Een lied om nog wat na te mijmeren…
Les yeux de ma mère - Arno
Ma mère, elle a quelque chose Quelque chose de dangereuse Quelque chose d’une allumeuse Quelque chose d’une emmerdeuse
Elle a des yeux qui tuent Mais j’aime ses mains sur mon corps Et j’aime l’odeur au-dessous de ses bras Oh oui, je suis comme ça
Dans les yeux de ma mère Il y a toujours une lumière Dans les yeux de ma mère Il y a toujours une lumière
L’amour je trouve ça toujours Dans les yeux de ma mère Dans les yeux de ma mère Il y a toujours une lumière
Ma mère elle m’écoute toujours Quand je suis dans la merde Elle sait quand je suis con et faible Et quand je suis bourré comme une baleine
C’est elle qui sait que mes pieds puent C’est elle qui sait comment j’suis nu Mais quand je suis malade Elle est la reine du suppositoire
Dans les yeux de ma mère Il y a toujours une lumière Dans les yeux de ma mère Il y a toujours une lumière
L’amour je trouve ça toujours Dans les yeux de ma mère Dans les yeux de ma mère Il y a toujours une lumière, yeah
Ma mère, elle a quelque chose Quelque chose de dangereuse Quelque chose d’une allumeuse Quelque chose d’une emmerdeuse
Dans les yeux de ma mère Il y a toujours une lumière Dans les yeux de ma mère Il y a toujours une lumière Dans les yeux de ma mère Il y a toujours une lumière Dans les yeux de ma mère
Onze Vader
Vredeswens
De vrede van de Heer zij altijd met u.
La paix du Seigneur soit toujours avec vous.
The peace of the Lord be always with you.
MAKE ME A CHANNEL OF YOUR PEACE (Geraldine Latty)
Make me a channel of Your peace Where there is hatred, let me bring Your love; Where there is injury, Your pardon Lord, And where there’s doubt, true faith in You.
Oh Master, grant that I may never seek So much to be consoled as to console, To be understood as to understand, To be loved as to love with all my soul.
Make me a channel of Your peace:
Where there’s despair in life,
let me bring hope; Where there is darkness, only light And where there’s sadness, ever joy
Oh Master, grant that I may never seek
So much to be consoled as to console To be understood as to understand To be loved as to love with all my soul
Make me a channel of Your peace It is pardoning that we are pardoned, In giving to all men that we receive, And in dying that we’re born to eternal life.
Maak mij tot een instrument van Uw vrede,
Waar haat is laat mij steeds Uw Liefde brengen
Waar mensen elkaar kwetsen, Uw vergeving
Waar twijfel is, diep geloof in U.
O Heer, geef dat ik eerder zoek
te troosten dan getroost te worden
te begrijpen méér dan begrepen te worden,
lief te hebben met heel mijn hart en ziel,
eerder dan te worden bemind.
Maak mij tot een instrument van Uw vrede.
Waar wanhoop ’t leven bedreigt,
laat mij hoop brengen,
Waar duisternis is, laat me enkel licht zijn
en waar droefheid is, niets dan vreugde.
O Heer, geef dat ik eerder zoek
te troosten dan getroost te worden,
te begrijpen méér dan begrepen te worden,
lief te hebben met heel mijn hart en ziel,
eerder dan te worden bemind.
Maak mij tot een instrument van Uw vrede.
Want alleen als wij vergeving schenken,
vinden wij zelf vergeving,
door te geven aan anderen zullen wij ontvangen,
en door te sterven zullen wij verrijzen tot het eeuwige leven.
Voorbeden
God, Gij die ons ruimte en vrijheid gunt,
leer ons die vrijheid zo te gebruiken
dat wij anderen niet de ruimte ontnemen.
Maak ons ontvankelijk voor elkaar.
Wees bij degenen die zorgen hebben,
om hun eigen situatie, om hun toekomst,
om hun kinderen of andere geliefden,
om hun gezondheid of hun werk.
Dat zij niet alleen zijn in hun angst of verdriet,
dat troost hen niet ontbreekt.
Dieu, Toi qui nous accorde l’espace et la liberté,
apprenez-nous à utiliser cette liberté de cette manière
que l’on ne prive pas les autres d’espace.
Rendez-nous réceptifs les uns aux autres.
Soyez avec ceux qui s’inquiètent,
pour leur propre situation, pour leur avenir,
pour leurs enfants ou d’autres êtres chers,
pour leur santé ou leur travail.
Qu’ils ne sont pas seuls dans leur peur ou leur chagrin,
qu’ils ne manquent pas de consolation.
God, You who grant us space and freedom,
teach us to use that freedom in this way
that we do not deprive others of space.
Make us receptive to each other.
Be with those who worry,
for their own situation, for their future,
for their children or other loved ones,
for their health or their work.
That they are not alone in their fear or sorrow,
that they do not lack consolation.
Laten wij bidden – Prions le Seigneur – Let us pray…
Gij die onvermoeibaar zijt
in het maken van een nieuw begin,
wees dicht bij hen die moedeloos zijn,
die niet meer durven dromen,
die de hoop verloren hebben
dat de wereld ooit nog leefbaar wordt,
dat vrede mogelijk is,
dat de geschiedenis ten goede kan gekeerd worden.
Toi qui es infatigable
en prenant un nouveau départ,
sois proche de ceux qui sont découragés,
qui n’osent plus rêver,
qui ont perdu l’ espoir
que le monde redeviendra vivable
que la paix est possible,
que le cours de l’ histoire peut être amélioré.
You who are tireless
in making a new beginning,
be close to those who are despondent,
who no longer dare to dream,
who have lost hope
that one day the world will become livable again
that peace is possible
that history can be turned for the better.
Laten wij bidden– Prions le Seigneur – Let us pray…
Help ons om ook oog te hebben
voor al het goede dat gebeurt,
voor alles wat Uw toekomst dichterbij brengt:
mensen die zorgen voor elkaar,
eigenbelang dat niet het zwaarste weegt,
plaatsen waar vergeving is, trouw en barmhartigheid.
Laat het geloof dat deze krachten sterker zijn dan alle dood
in ons niet uitdoven.
Ga met ons mee. Amen.
Aidez-nous à avoir aussi un œil
pour tout le bien qui arrive,
pour tout ce qui rapproche Votre avenir:
des gens qui prennent soin les uns des autres,
l’intérêt personnel qui n’est pas le plus important,
des lieux où règnent le pardon, la fidélité et la miséricorde.
Que la croyance que ces forces sont plus fortes que toute sorte de mort
ne s’éteindrait pas en nous.
Nous te demandons de venir avec nous. Amen.
Help us to have also an eye
for all the good that happens,
for everything that brings Your future closer:
people who take care of each other,
self-interest that is not the most important,
places where there is forgiveness, faithfulness and mercy.
Let the belief that these forces are stronger than all death
do not quench in us.
Go together with us. Amen.
*Laten wij bidden– Prions le Seigneur – Let us pray… *
Nog even stilstaan bij de BRUG – nummer 6 van het ganzenspel…

Litanie-van-alle-mensen
Een moeder is brug tussen haar schoot en het leven.
Een vriend is brug tussen alleen en samen.
Een verpleegster is brug tussen leven en dood.
Een priester is brug tussen mensen en God.
Een vader is brug tussen klein-blijven en groot-worden.
Een oude mens is brug tussen verleden en toekomst.
Een dichter is brug tussen werkelijkheid en droom.
Een kind is brug tussen reeds en nog niet.
Een meisje is brug voor haar jongen.
Een jongen is brug voor zijn meisje.
De nacht is brug tussen gisteren en morgen.
Een zoen is brug tussen spreken en zwijgen.
Een lied is brug tussen klank en woord…
Ieder van jullie kan een brug zijn waarover ik loop.
En ik vraag jullie: zorg dat ik veilig kan overgaan.
Ik zal jou herkennen
als de rots in de rivier,
als de steen in de bedding,
als de steunende hand,
als het woord dat mij draagt.
Ik zal hardop jouw naam noemen, als jij mij draagt…
(vrij naar M. Ploem en H. Roeffaers in ‘Als een zachte bries…’)
Litany-of-all-people
A mother is a bridge between her womb and life.
A friend is a bridge between alone and together.
A nurse is a bridge between life and death.
A priest is a bridge between people and God.
A father is a bridge between staying small and becoming big.
An old man is a bridge between the past and the future.
A poet is a bridge between reality and dream.
A child is a bridge between already and not yet.
A girl is a bridge for her boy.
A boy is a bridge for his girl.
The night is a bridge between yesterday and tomorrow.
A kiss is a bridge between speaking and silence.
A song is a bridge between the sound and the word….
Each of you can be a bridge over which I walk.
And I ask you: make sure I can cross safely.
I will recognize you
as the rock in the river, as the stone in the bed,
as the supporting hand, as the word that carries me.
I will call your name aloud, if you carry me…
Litanie-de-tous-les-gens
Une mère est un pont entre son ventre et la vie.
Un ami est le pont entre la solitude et être ensemble.
Une infirmière est le pont entre la vie et la mort.
Un prêtre est le pont entre les gens et Dieu.
Un père est le pont entre rester petit et devenir grand.
Un vieil homme est un pont entre le passé et le futur.
Un poète est un pont entre la réalité et le rêve.
Un enfant est un pont entre le déjà et le ‘pas encore’.
Une fille est un pont pour son garçon.
Un garçon est un pont pour sa fille.
La nuit est un pont entre hier et demain.
Un baiser est un pont entre la parole et le silence.
Une chanson est un pont entre le son et le mot…
Chacun d’entre vous peut être un pont sur lequel je marche.
Et je vous le demande: laissez-moi traverser en toute sécurité.
Je vous reconnaîtrai
comme le rocher dans la rivière, comme la pierre dans le lit,
comme la main qui supporte, comme le mot qui me soutient.
J’appellerai à haute voix ton nom, si tu me portes…
**Slotgebed **
God, Gij gunt ons de ruimte om onze eigen wegen te gaan, ook al zijn ze meestal de Uwe niet.
En terwijl wij verdwalen in het leven
en hopeloos de weg kwijt zijn die leidt naar het geluk,
blijft Gij wel op de uitkijk staan, klaar om ons in Uw armen te sluiten
en feest te vieren met ons. Altijd mogen wij naar U terugkeren. Gij zijt immers een God van barmhartigheid, van vrede en verzoening. Bij U thuisgekomen en geborgen in Uw armen
ontvangen wij de kracht om een nieuw begin te maken,
wie weet - misschien vandaag nog als het kan. Dank U, Vader, Moeder, God, Gij zijt er altijd voor ons. Amen.
God, Thou givest us the space
to go our own ways,
even though they are not usually Yours.
And while we get lost in life
and hopelessly lose the way that leads to happiness,
You remain on the lookout,
ready to take us in Your arms
and to prepare a feast for us.
Always we may return to Thee.
For Thou art a God of mercy,
of peace and reconciliation.
Coming home to You and being safe in Your arms
we receive the strength to make a new beginning,
who knows - perhaps even today if it is possible.
Thank You, Father, Mother, God,
for Thou art always there for us. Amen.
Dieu, Vous donnez l’espace à nous
pour suivre nos propres chemins,
même s’ils ne sont généralement pas les vôtres.
Et pendant que nous nous perdons dans la vie
et nous cherchons désespérément le chemin qui mène au bonheur,
Vous restez à l’affût,
prêt à nous prendre dans tes bras
pour nous préparer un festin.
Nous pouvons toujours revenir vers Vous.
Car Vous êtes un Dieu de miséricorde,
de paix et de réconciliation.
Venus à la maison auprès de Vous et en sécurité dans Vos bras
nous recevons la force de prendre un nouveau départ,
qui sait - peut-être même aujourd’hui si c’est possible.
Merci, Père, Mère, Dieu,
parce que Vous êtes toujours là pour nous. Amen.
Zending en zegen
Goede mensen hier in de kapel,
of we ons nu herkennen in de jongste of in de oudste zoon, één ding is zeker: God houdt van ons!
Hij geeft ons ruimte om te leven en Hij wacht altijd op ons.
En vanuit nummer zes van het ganzenbord vraagt Hij ons vandaag
om zelf als een brug te zijn voor ieder die ons nodig heeft. Daartoe wil Hij ons ook zegenen
met de mildheid en de liefde van + de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
Good people here in the chapel,
whether we recognize ourselves in the youngest or the oldest son,
one thing is certain: God loves us!
He gives us room to live and is always waiting for us.
And from number six on the goose board he asks us today
To be like a bridge to all who need us.
To that end, He also wants to bless us
With the kindness and love of + the Father, the Son and the Holy Spirit. Amen.
Chers frères et soeurs ici dans la chapelle,
que nous nous reconnaissions dans le fils le plus jeune ou le plus âgé,
une chose est sûre: Dieu nous aime!
Il nous donne de l’espace pour vivre et nous attend toujours.
Et à partir du numéro six du tableau de l’oie, Il nous demande aujourd’hui
d’être un pont vers tous ceux qui ont besoin de nous.
À cette fin, il veut aussi nous bénir
avec la bonté et l’amour du Père, du Fils et du Saint-Esprit. Amen.

Een lied om af te sluiten
Bridge over troubled water – Simon and Garfunkel
When you’re weary Feeling small When tears are in your eyes I’ll dry them all I’m on your side Oh, when times get rough And friends just can’t be found
Like a bridge over troubled water I will lay me down Like a bridge over troubled water I will lay me down
When you’re down and out When you’re on the street When evening falls so hard I will comfort you I’ll take your part
Oh, when darkness comes And pain is all around
Like a bridge over troubled water I will lay me down Like a bridge over troubled water I will lay me down
Sail on silver girl Sail on by Your time has come to shine All your dreams are on their way See how they shine Oh, if you need a friend I’m sailing right behind
Like a bridge over troubled water I will ease your mind Like a bridge over troubled water I will ease your mind
Wij maken de brug

VEERTIGDAGENTIJD en GOEDE WEEK - 2022 JAAR C
5-6 mrt. 1e zondag veertigdagentijd - Luc. 4,1-13 – bekoringen in de woestijn - BERNARD
de levensweg – spiraal –processie van Echternach
12-13 mrt. 2e zondag veertigdagentijd - Luc. 9,28b-36 – verheerlijking op de berg Tabor – ANTOON
geluk hebben is: twee zessen gooien
19-20 mrt. 3e zondag veertigdagentijd - Luc. 13,1-9 – de onvruchtbare vijgenboom – LIEVE
de put /bron
26-27 mrt. 4e zondag veertigdagentijd - Luc. 15,1-3.11-32 – de verloren zoon – GEERT (met lit. werkgroep)
de brug
2-3 apr. 5e zondag veertigdagentijd - Joh. 8,1-11 – overspelige vrouw – BERNARD
de gevangenis
9-10 apr. Palmzondag - Luc. 19,28-40 – een koning op een ezel – GEERTRUI
de eenzaamheid
14 apr. Witte Donderdag - Joh. 13,1-15 – de voetwassing – GEERTRUI?
de herberg
15 apr. Goede Vrijdag Matteüs - 26, 36-46 - het gevecht in de nacht – hof van Olijven – GEERTRUI?
de doolhof en de dood
17 apr. Paaszondag - Joh. 20,11-18 – Maria Magdalena en de tuinman in de tuin van Pasen - ANTOON
het paradijs – de Tuin van Pasen - nummer 63
Vragen per thema
Geluk hebben: ANTOON
Waar of wanneer heb je geluk ervaren in je leven?
Uit welke kleine dingen kan je momenteel geluk halen?
Op welke manier maak je anderen graag gelukkig?
De put/ bron: LIEVE
Is er een moment geweest dat je in de put zat en het niet meer zag zitten?
Wat heeft er eventueel voor kunnen zorgen dat je er uit geraakte?
Hoe zou je iemand anders, die in de put zit, kunnen helpen?
De brug: GEERT
Waar of wanneer heb je iemand ontmoet die veel betekend heeft voor je?
Uit welke contacten haal je momenteel het meeste energie?
Waar of wanneer heb je ervaren dat je in een team werkte? Hoe was je ervaring hierbij?
De gevangenis: BERNARD
Wat heb je nagelaten te doen en was beter niet gebeurd?
Wie ben je geweest? Wie ben je nu?
Wat zou je van jezelf wil aanpakken?
De eenzaamheid: MIEKE en GEERTRUI
Was er een moment in je leven dat je er alleen voor stond?
Heb je ooit het gevoel gehad dat je er niet bij hoorde?
Hoe ging je om met dit gevoel? Was er iets dat je hierbij hielp?
De herberg: MIEKE en GEERTRUI
Waar mocht je zijn, zoals je bent?
Van wie heb je waardevolle dingen geleerd in je leven die je nu nog probeert toe te passen?
Voor wie wil jij er graag zijn in je leven?
Doolhof en dood: MIEKE en GEERTRUI
Waar of wanneer heb je een keuze moeten maken. Heb je dan een goeie weg ingeslagen of een verkeerde?
Waar of wanneer heb je van iets of iemand afstand moeten nemen?
Wat zou voor jou helpend zijn in de toekomst bij het maken van keuzes?

HET GANZENSPEL
een reis doorheen het leven
Een stukje geschiedenis
Het oude ganzenspel wordt op vandaag vaak afgedaan als zomaar een ‘kinderspelletje’ en dus niet zo belangrijk. En toch blijkt dit spel, dat zich doorheen de eeuwen haast onveranderd wist te handhaven, heel wat meer te zijn dan zomaar een spelletje.
De oorsprong van het spel is niet zo duidelijk.
De benaming zou uit de Griekse mythologie stammen, waar de gans de verpersoonlijking van het noodlot was en dus zowel voor- als tegenspoed kan brengen. Sommigen gaan verder terug en verbinden het ganzenspel met het spiraalspel dat in Egyptische graven werd gevonden of met het ‘Spel van de Mandarijn’ uit China.
Het oudste spoor van het spel in onze streken vinden we in een Brusselse keure van 1342:
“Wie men vonde worpende ter gans, waers om 20 schellinghe”. Hier is dus sprake van een kansspel dat op straffe van boete verboden wordt.
De oorsprong van het ganzenspel zoals wij het kennen situeert zich in Frankrijk. Daar bestond het al in de 16de eeuw en het verspreidde zich in de 17de eeuw over de omliggende landen.
De Florentijn Francesco de Medici schonk op het einde van de 16de eeuw reeds een ganzenbord aan de Spaanse koning Filips II.
Het oudst bewaarde Vlaamse exemplaar komt uit Brugge en werd tussen 1683 en 1706 door Jacobus Beernaerts gedrukt.
Waar het aanvankelijk een spel voor volwassenen was, begon het ook ingang te vinden als spel voor kinderen. De oudste aanwijzing daaromtrent staat in het ‘Journal’ van Hérouard, die in 1612 over de elfjarige Lodewijk XIII vermeldt: ‘Il joue à l’ oie’.
En ondanks alle variaties die er in de loop der eeuwen op gemaakt werden, won het oude ganzenspel het telkens weer van de concurrentie, vooral omwille van zijn beeldspraak die direct op het leven geënt is.
Ganzenbord en mensenlot
Maar genoeg geschiedenis.
Het oude ganzenspel wordt vandaag vaak afgedaan als zomaar een kinderspelletje en dus niet zo belangrijk. En toch blijkt dit spel, dat zich doorheen de eeuwen haast onveranderd wist te handhaven, heel wat meer te zijn. Het klassieke ganzenbord is eigenlijk een wijsheidsspel.
Levensweg
Ondanks alle variaties die er in de loop der eeuwen op gemaakt werden, won het oude ganzenspel het telkens weer van de concurrentie, vooral omwille van zijn beeldspraak
die direct op het leven geënt is.
Uiteindelijk gaat het om de essentie van dit spel: het beeld van de levensweg die elke mens, zij het elk op zijn eigen wijze, gaat.
Als we iets van die essentie, die boodschap willen verstaan, dan moeten we de taal waarin het spel zich tot ons richt begrijpen. Dat is de taal van de symbolen(ook de getallensymboliek), de taal ook van de sprookjes en de dromen.
De levensweg die een speler op het bord aflegt, is voorgegeven. Het is voor iedereen dezelfde weg: een weg die zich spiraalsgewijs ontvouwt van 0 tot 63.
Het getal 63 stelt vanouds de ouderdomsgrens voor. In de 16de eeuw – bij het ontstaan van het spel – stierven de meeste mensen immers rond die leeftijd.
Toch is de weg voor iedere speler anders, want iedereen heeft het binnen bepaalde beperkingen zelf in de hand hoe snel en hoe hij of zij het einddoel wil bereiken: elk van ons gooit immers de dobbelstenen. En je kunt niet anders gooien dan je bent en je kunt daardoor ook nooit verder komen dan waar je aan toe bent. De beperkingen zijn zoals die van bij een schilder die zich beperkt weet door het materiaal dat hij gebruikt. Op diezelfde manier drukt de speler zich met zijn dobbelstenen op het ganzenbord uit. De wereld van het sprookje en van de droom kennen immers geen toeval. Alles heeft daar betekenis.. De spelregels gelden voor iedereen en blijven altijd dezelfde. Noch het ganzenspel, noch het leven zelf zijn een spel-zonder-grenzen….
De brug, de put, de dood, de herberg… staan voor levenservaringen.
Een voorbeeldje:
De herberg: even mogen rusten en op adem komen, met kersverse dromen opnieuw mogen mogen….
De dood: hoeveel keren ging ik al dood aan doodgewone dingen hierover durven springen, maakt me groot….
De brug: een brug is als een rug, ze draagt ze schraagt, jij bent een brug voor mij, dit maakt me vrij. Een brug te zijn voor jou of…voor een ander mens , samen naar de overkant is dit niet mijn allergrootste wens?
DE DOBBELSTENEN
De twee dobbelstenen en de getallen hebben een bijzondere betekenis.
De uitersten die je bij het gooien van de dobbelstenen kunt bereiken zijn 2 (1 plus 1) en 12 (6 plus 6). En met die uitersten en alles wat daartussen ligt, moet je het spel maar zien door te komen.
Het ene uiterste, het minimum dat je kunt gooien is 2, gevormd uit 1 plus 1.
Daarmee begint immers elke relatie, alle samen-spelen tussen mensen.
Dat is het minimum – één is te weinig, want de bijbel wist reeds ‘dat het niet goed is voor de mens om alleen te zijn ‘… Eén alleen is te weinig, één staat teveel op zichzelf, is te veel naar binnen gericht. Er is nog geen tegenover, geen oppositie. Daar is geen verhaal mee te maken, en dus ook geen spel mee te spelen.
Maar met 2 kan het beginnen. Er komt dubbelheid, er ontstaat spanning: twee krachten trekken elkaar aan of stoten elkaar af. Twee is naar buiten gericht. Twee barst van de tegenstellingen , is het pure ‘tegenover’.
Twee is nooit een geheel, twee is verdeeldheid, streeft naar verzoening en ge-heeld-heid, zoekt altijd verder naar verbinding.
Met twee begint het drama, de handeling, het conflict, het verhaal of het spel.. En ook de liefde of… de haat.
Over de spanning tussen 1 en 2 dit simpele versje:
SPLEEN
‘Ik zit mij voor het vensterglas
onnoemelijk te vervelen.
Ik wou dat ik twee hondjes was,
dan kon ik samen spelen.’
(Godfried Bomans)
Het andere uiterste, het maximum dat je kunt gooien is 12, het getal van de volheid.
Wat is er niet allemaal met twaalf? Een dag heeft twaalf uren en het jaar twaalf maanden en er zijn twaalf sterrenbeelden.
Om twaalf uur, dan breken de spoken los. Het is ‘vijf voor twaalf ’ zeggen politici met ernstige gezichten. Om twaalf uur moet Assepoester naar huis, dan is de droom uit, dan breekt de betovering. De uren voor twaalf uur tellen dubbel, zegt een volkswijsheid.
Twaalf is ook het aantal leerlingen gegroepeerd omheen die man van Nazareth. Twaalf stammen zijn er in Israël. Twaalf graalridders zoeken de graal. Is dat allemaal toeval of onzin? Waarom telt een huwelijksuitzet twaalf stuks van alles? Waarom zijn er twaalf stielen en dertien ongelukken en waarom blijven er na de wonderbare broodvermenigvuldiging twaalf korven over ?
Ik weet het niet en ieder van u mag het zeggen, maar twaalf is blijkbaar een getal van grenzen. Van tot-hier-toe-en-dan-verder.
Twaalf is volledig, twaalf is voldoende voor een mens: verder kan niet meer, of anders heb je een nieuw begin, of… een ongeluk. Dertien zeggen we, en er gaat een rilling door ons heen of we houden de adem in, want dertien is zo anders, zo vreemd. Met dertien begint iets waar we geen greep meer op hebben…
Met de gans als reiskameraad
Je gaat tijdens het doorlopen van het ganzenbord de weg niet alleen: je wordt vergezeld door een reiskameraad waar het hele spel naar genoemd is: de gans. Deze vogel, die bij de Germanen al hoog in aanzien stond vanwege het overleg waarmee hij zijn weg kiest, begeleidt de reiziger en gaat naast hem voort met stappen van afwisselend 4 en 5.
Pas als je gelijk opgaat met de gans, dezelfde stappen zet en hetzelfde ritme volgt, kan je ten volle profiteren van zijn gidskwaliteiten: wie op een gans terecht komt, mag nog ééns zoveel stappen zetten als hij geworpen heeft.
Er wordt beweerd dat met die stappen van afwisselend vijf en vier de waggelende gang van de gans wordt gesymboliseerd, maar dat is iets te eenvoudig als uitleg.
De cijfers vier en vijf zijn zoals twee en twaalf immers sterk symbolisch geladen.
VIER dat zijn de vier windstreken, dat is het waaien van overal, uit alle hoeken. Vier is het leven dat nog alle richtingen uit kan. Vier is een kosmisch getal: er zijn vier jaargetijden en vier elementen: aarde, water, lucht en vuur. Vier is volop openheid, meer nog dan twee (vier is 2 x 2 ). Twee is een duidelijk gerichte tegenstelling: jij - ik. Met vier kan ik alle kanten uit. Vier is het onbepaalde dat op een teken wacht, het kruispunt van de wegen, waar de mens op een beslissing wacht van bovenaf. Het leven is vol mogelijkheden, het heeft twee handen en twee voeten, twee ogen en twee oren. Maar het wil niet gaan als het niet geleid wordt, als het niet in een bepaalde richting gestuwd wordt. En daarom hoort bij de vier ook de vijf.
VIJF herinnert ons aan de vijf boeken van de Tora uit de joodse Bijbel, de gids, de richtingwijzer ‘van bovenaf ’. Deze Tora was aan Israël gegeven om het volk de weg naar huis te wijzen. Vijf is dus het getal van Gods Woord, de Geest die ons richting geeft.
De pas van de ganzen (vier en vijf) drukt in het spel uit dat wij mensen zijn van de aarde, maar ook mensen van de geest en van de vrijheid … uitgenodigd om ons te laten leiden door het Woord dat ons roept naar het einddoel: nummer 63, daar horen we thuis.
De ganzenpas vertelt over de keuze waar we telkens voor staan: mens te zijn en zélf te gaan in vrijheid of als een dier netjes binnen het vaste patroon van het noodlot en het fatum te blijven.
13 keer kom je de gans tegen in het spel. 12 keer staat ze getekend vóór de dood en 1 keer na de dood.
Zo leven wij een leven lang: twaalf keer, dat is een volheid van keren, zetten we de passen van 4 en van 5. En dan na de dood, over de dood heen volgt dan nog de stap van twaalf-plus-één: een nieuw begin.
Nog merkwaardiger is het als je de plaatsen bekijkt waar de ganzen staan:
op 5, 9, 14, 18, 23, 27, 32, 36, 41, 45, 50, 54 …
Dat zijn telkens getallen waarvan de som der cijfers 5 of 9 geeft.
Alleen de gans van twaalf-plus-één heeft in zich de cijfers 5 en 9 verenigd: zij staat op 59.
Wat voor de dood tegenstelling en spanning oplevert, is over de dood heen verenigd en geheeld, leert ons op die manier het ganzenspel.
Kruispunten op onze weg
Nooit minder dan twee en nooit meer dan twaalf werpend gaat dan de reiziger ongeweten zijn levensweg op het ganzenbord. Onderweg passeert hij een aantal kritieke fases, een soort van kruispunten. Er zijn er 6 en ze zijn eenvoudig en helder weergegeven:
BRUG, HERBERG, PUT, DOOLHOF, GEVANGENIS en ten slotte de DOOD.
Ook het getal zes is niet willekeurig, zoals er weinig willekeurig is in dit wonderlijke spel.
Er zijn zes scheppingsdagen met aan het einde een zevende: de rustdag.
Zes kruispunten in het ganzenspel, maar aan het einde wacht ons de levensvervulling.
Maar het zijn niet de kruispunten die die vervulling in de weg staan: nee, de reiziger zelf is het obstakel.
Wij zijn het die niet over de brug komen, die blijven hangen in de herberg, die verdwalen in het doolhof, die ons inmetselen in de gevangenis. Wij zijn het die dood lopen en van voren af aan moeten herbeginnen.
De kruispunten zijn niet zozeer obstakels als wel doorgangen naar nieuw en sterker leven.
Het is de eigen situatie van de reiziger die het hem moeilijk of onmogelijk maakt om er doorheen te komen. Hij komt voorlopig niet verder tot hij er klaar voor is. En zelfs de dood is niet het einde, maar een doorgang waar je doorheen moet, wil je niet in een eeuwige cirkelgang blijven rondtollen. Als je het levensdoel wil bereiken en je leven wil winnen en eindigen op 63, dan moet je vele omwegen maken en zelfs bereid zijn om van nul af aan te herbeginnen.
Over de reiziger zelf
En wat zegt het ganzenbord over de reiziger zelf ?
Op oude ganzenborden zie je bij het begin, op het vakje nul , een nar staan.
In de ogen van de wereld is een nar ook maar een nul: hij is wel pittoresk, maar hoort in een goed geordende samenleving eigenlijk niet thuis.
Sommigen zeggen dat hij geen verantwoordelijkheidsgevoel heeft, maar eigenlijk bedoelt men: hij streeft niets na, hij gaat lachend door het leven, gebruikt geen ellebogen om vooruit te komen. En toch wordt hij door het gezag au sérieux genomen en met een zeker ontzag behandeld, want machthebbers weten dat de echte nar de waarheid spreekt omdat hij niet verstrikt zit in de wereld en scherp durft zien wat er fout loopt. De echte nar heeft iets van het kind en ook iets van de wijze.
Wie als mens op de nul van het ganzenbord staat en aan zijn levensweg begint, neemt afscheid van de onschuld, van de veilige onwetendheid en gaat de wijde wereld in. Maar die weg legt hij beter af met iets van de nar in zich: al spelend en niet teveel beheerst en bekneld door de spelregels het is tenslotte maar een spelletje…
Je bent wel in de wereld, maar niet van de wereld. En hoe vaak zal de humor ons niet redden als de vertwijfeling toeslaat?
Nu nog de spelregels afspreken, en dan kan het spel beginnen…
Je kunt het ganzenbord met of zonder fiches spelen. Als fiches kunnen ook knopen, snoepjes of koekjes gebruikt worden.
Eerst kies je een spelleider die de gezamenlijke pot bijhoudt.
Elke speler stopt een zelfde aantal fiches in de pot, en houdt ook een zelfde ‘startkapitaal’ aan fiches in de eigen spaarpot, waarna je om de beurt met de twee dobbelstenen gooit.
Wie het hoogst aantal ogen gooit mag beginnen. De pion gaat evenveel plaatsen vooruit als je ogen hebt gegooid.
Al van bij de eerste worp wordt er onderscheid gemaakt… Er zijn er die beginnen met een gevoel van ‘kome wat komt’, we zullen wel zien wat het lot ons brengt.
Maar er zijn ook anderen, die al weet lijken te hebben van wat het leven hen zal brengen.
Wie bij de eerste stap op het ganzenbord reeds blijk geeft van inzicht in het levensdoel (63)
dwz. wie meteen 6 + 3 gooit, of wie al aan het begin van de reis de passen van de gans herkent (afwisselend 4 en 5) en zich bewust is dat die levensgezel naast hem loopt, d.w.z. wie 5 en 4 gooit, heeft daardoor een serieuze voorsprong op zijn medespelers.
Dus:
Wie 6 en 3 gooit, mag dadelijk naar nr. 26 (die heeft de brug niet nodig, en ook niet de beschutting van de herberg ).
Wie 5 en 4 gooit, mag onmiddellijk naar 53 waar alleen nog de dood een obstakel vormt.
Zo geeft het spel aan dat het einddoel voor ogen hebben en het juiste ritme vinden in het leven heel belangrijk is. Wie echter niet de voorsprong van in het begin heeft (en dat zijn de meesten onder ons), moet zich stap voor stap een weg in het leven zoeken. Het hangt van ons antwoord op confrontaties als de brug, de herberg enz. af of we het positieve van die conflictsituaties aangrijpen als kansen, dan wel of we in de crisismomenten en het negatieve blijven steken.
Zo bieden crisissen in het leven zich immers altijd aan: ze zijn een risico, maar ook een kans.
Wanneer je met je pion op een gans terecht komt die met de bek vooruit wijst, dan mag je nogmaals eenzelfde aantal vakjes vooruit als het aantal ogen dat je worp telt. Omgekeerd: kom je terecht op een gans die achteruit wijst, dan moet je evenveel vakjes terug als je ogen gooide. Zo wordt je levensweg willens nillens een soort ‘Processie van Echternach’…
Kom je op een vakje terecht waarop reeds een andere pion staat, dan moet je naar je oude plaats terug.
Om het spel en meteen alles wat er in de pot zit te winnen, moet je bij de laatste worp het juiste aantal ogen gooien om nr. 63 precies te bereiken. Gooi je teveel, dan tel je vanaf nr. 63 terug. Komt je pion daarbij op een gans terecht, dan moet je nogmaals éénzelfde aantal vakjes terug tellen.
CRISISSITUATIES IN HET GANZENSPEL – KRUISPUNTEN WAAROP JE MOET KIEZEN, TOETSSTENEN OP ONZE LEVENSWEG…
DE BRUG – NUMMER 6
Die moet je over als je contact wil met het andere, met het onbekende land aan de overkant.
Het kleine ik van het begin moet de sprong wagen naar de grote buitenwereld. (Een kind van een jaar of zes komt vaak voor het eerst onbewust met deze levensopgave in aanraking)
De brug stelt vele vragen:
-
ben je bereid aandacht en eerbied te hebben voor wie anders lijkt?
-
ben je bereid je alleen zijn, je zelf-genoeg-zaamheid op te geven om samen met anderen te
leven? Of wil je op een eiland blijven zitten?
Wie niet waagt de brug over te gaan, zal het spel van het leven nooit kunnen winnen.
Wie wel durft oversteken, moet altijd een tol betalen…
je moet 5 fiches tol betalen uit je pot
maar als je 10 fiches tol betaalt, mag je meteen door naar nr. 12
DE HERBERG – NUMMER 19
Een herberg biedt uitkomst voor een reiziger die moe is, hongerig en dorstig is geworden van de reis.
Hongerig en dorstig wellicht ook naar ontmoeting en contact.
Die herberg is echter een valkuil voor wie bang is voor wat nog moet komen en die nu al zijn levenshonger helemaal wil stillen met wat er in de herberg te beleven valt. Dan blijf je steken in het onmiddellijke genot en zoek je niet zozeer de ontmoeting als wel de vergetelheid; niet zozeer een moment van het even gastvrijheid genieten, maar het voorgoed willen terug kruipen in de moederschoot; niet het levensavontuur maar het cocoonen in de warmte en de gezelligheid van het moment…
Zo iemand blijft negentien en wordt nooit echt volwassenen, omdat hij niet verder durft gaan op de weg van het verlangen… Hij heeft z’n beurt laten voorbijgaan
je moet 10 fiches gelag betalen uit jouw startkapitaal,
en éénmaal jouw beurt overslaan
DE PUT – NUMMER 31
Ook de put is een ontmoetingsplaats, niet zozeer om iemand anders te ontmoeten, maar wel om de eigen levens-dorst te stillen en water te putten voor de verdere tocht.
Gevaarlijk wordt het als je verbeten en fanatiek doorgraaft op zoek naar de bron: zo wordt je dorst nooit gelest.
Het bestaan wordt dan een bodemloze put van nagejaagde idealen, van carrière maken als surrogaat voor het leven enz…
Wie in die put valt, kan er op eigen kracht niet meer uit: hij moet verlost worden door een ander, iemand die al of niet toevallig op zijn weg komt.
je moet 15 fiches betalen en wachten tot je door een medespeler uit de put gehaald wordt.
Maar… dan moet die helper op zijn beurt in de put blijven zitten, tot weer een ander bij hem komt enz…
BRUG – HERBERG – PUT: het zijn kansen en uitnodigingen tot ontmoeting met een ander, met de (A)ndere, met de grotere gemeenschap van mensen, met de bron die kracht kan geven voor je verdere levensweg. Bij deze drie conflictsituaties ligt de klemtoon eerder op de confrontatie met wat buiten jou is.
Nu komt er een tussenmoment op je levensweg:
DE EENZAAMHEID - NUMMER 36
Wie al lang onderweg is in het leven, dreigt vroeg of laat te vereenzamen en omgekeerd: eenzaam is een weg die je – al of niet noodgedwongen – alleen moet gaan. Zeker als je niet goed meer ziet waar het allemaal naar toe leidt en wat de uitkomst, de toekomst is… een gevoel waarin je dreigt te verstikken, tenzij je de draad weer opneemt en zo de weg terugvindt. De eenzaamheid kan dan een ‘Een toch’ moment worden, weg uit het uitzichtloze ‘point mort’ van jouw ‘Processie van Echternach’…
Bij de ‘eenzaamheid’ moet geen tol betaald worden en valt er ook niets te winnen. Jouw plaats en situatie op nummer 36 is hoe dan ook ‘van voorbijgaande aard’, en je hoeft dus ook geen beurten over te slaan. Maar je neemt dat gevoel van ‘eenzaamheid’ wel voorgoed met je mee op de verdere weg…
Bij de volgende drie haltes die nu komen: DOOLHOF – GEVANGENIS – DOOD – komt het accent steeds meer te liggen op het oog in oog staan met jezelf en met je eigen beperktheid…
DE DOOLHOF – NUMMER 42
De doolhof confronteert diegene die zich ‘gearriveerd’ waant met de feitelijke stand van zaken op de levensweg. Je hebt nu een positie in de maatschappij: hoort bij een gemeenschap, bij vrienden en familie, je hebt werk, relaties, status enz… Of juist niets van dat alles.
Maar waar ben je eigenlijk gebleven met jezelf? Heb je een leidraad gevonden in je leven, of dool je zomaar wat rond, meedrijvend in het nu-moment en zwalpend in toevalligheden en onbenulligheden?
Velen van ons moeten vaak toegeven dat ze afdwaalden van hun eigen weg en niet het pad van hun verlangen gingen. Dat ze hun roeping en levensopdracht uit het oog verloren…
Wie zo ronddwaalt moet even terug, tot voor het punt waar het dwalen begon: nr. 37
Je moet 5 fiches aan de gezamenlijke pot betalen en terug gaan naar nummer 37
DE GEVANGENIS – NUMMER 52
De gevangenis ligt in zekere zin in het verlengde van de doolhof. Het is als het ware een dichtgegroeid doolhof: hieruit is op eigen kracht geen ontkomen mogelijk, dus moeten we door een medespeler verlost worden.
Ook in het duister van de gevangenis klinkt de vraag: wie ben ik? En hoe is het zo ver met mij kunnen komen? Maar dwingender nog: wie ben ik geweest? Wat heb ik misdaan? Wat heb ik nagelaten van te doen en wat was beter niet gebeurd? Het zijn de vragen van iemand die achterom ziet, die terugkijkt op zijn leven. Hier duiken ook de vragen op van schuld en boete, van vergeving en nieuwe kansen krijgen…
Je moet 10 fiches betalen en wachten tot je door een medespeler bevrijd wordt. Die ‘verlosser’ gaat dan zelf achter de tralies, tot er weer een andere komt enz…
DE DOOD – NUMMER 58
Dit is de laatste doorgangsfase waaraan niemand kan ontsnappen. Hier wordt waarachtig alles op het spel gezet. En toch is nummer 58 niet het einde van de levensweg.
Het ganzenbord zegt: wij mensen zijn niet zomaar in staat om de dood uit de weg te ruimen of zomaar achteloos over te slaan. Maar tegelijk is nummer 58 niet het laatste. Het spel is niet gedaan. Want je mag helemaal opnieuw beginnen, de hele weg van voren af aan, steeds weer opnieuw, tot je over alle dood heen bent gekomen.
Je moet 5 fiches in de gezamenlijke pot storten en helemaal opnieuw beginnen.
Daar zal je wel eerst twee zessen moeten voor gooien, anders lukt het niet om opnieuw te starten…
Dan pas kan je thuiskomen in
HET BELOOFDE LAND – HET PARDADIJS – DE TUIN VAN PASEN - NUMMER 63
Daar houdt bij het ganzenbord de (jaar)telling op en begint het eeuwig leven, waar geen dood meer is en geen verdriet, geen gevangen zitten meer of hopeloos verloren lopen… Dit is een PAASBOODSCHAP: Leven, Licht en Liefde zijn sterker dan alle duisternis en dood…
Zoals reeds in het begin gezegd: het ganzenbord is niet zomaar een kinderspelletje. Ten diepste is het een wijsheidsspel, waarin het persoonlijke verhaal van iedereen getoetst wordt aan de universele levenswet.
Dit is geen spel om dikwijls te spelen, want dan verliest het zijn zeggingskracht en gaat het gauw vervelen. Maar het kan ons helpen antwoorden te vinden op vragen die diep in ons leven. Als je met een aantal mensen samen het spel speelt, in een veilige omgeving waar veel kan verteld worden, wordt het niet alleen een gezellige avond of middag, maar kunnen we ook rustig getuigen over onze doolhofmomenten, onze herberg rustplaatsen enzovoort… en spelenderwijze springen we elkaar voorbij, moeten we elkaar redden uit de put enzovoort… Het kunnen zeer menselijke – en dus ook goddelijke momenten worden!

Suggesties voor creatieve verwerking, decor…
een altaarkleed maken beschilderd als ganzenspel, met een grote, pion die wekelijks verzet wordt
een wekelijks ganzenbord-vastengazetje maken rond de verschillende weekthema’s, ook met vraagjes voor persoonlijke bezinning
een gespreksgroepje vormen dat uitwisselt week na week over het kruispunt-van-de-week van het ganzenbord
een getekend ganzenbord op A3-formaat bezorgen op cel, waarop men week na week iets van zijn levensweg kan in kaart brengen…