De naam van God

C-cyclus · Vasten · 3e zondag van de Vasten · paars

Hoe je het ook draait of keert, mensen spreken vandaag over God. Ze kunnen er niet over zwijgen. Telkens als je denkt dat zijn naam is uitgestorven op de lippen van de mensen, wordt Hij opnieuw ter sprake gebracht, nu hier dan daar. God is niet dood. De kerken lopen intussen niet vol. Integendeel zelfs. Toch is God opnieuw gespreksstof geworden. Een zeker religieus reveil staat als een mogelijk vrij onderwerp opnieuw op de agenda. God mág. De onheilsprofeten die ons veertig jaar geleden hebben verzekerd dat God dood was, hebben zich eventjes vergist. Het denken over God is opnieuw springlevend. Mensen zoeken opnieuw zijn naam. Wellicht hebben die filosofen toch gelijk die voorspellen dat de eenentwintigste eeuw de eeuw zal worden van de spirituele waarden? Misschien wordt de mens zijn lawaai, zijn drukte en zijn leegte moe? De mens is geen technologische robot geworden. Hij leeft met zijn hart geopend op mysterie. Hij kan niet zonder. Een Franse auteur heeft dat fijntjes genoemd: de wraak van God.

Natuurlijk, God wreekt zich niet. De mens wreekt zich voortdurend op wat hij nog eens, voor de zoveelste keer, heeft overgeslagen en verwaarloosd. De mens kan niet zonder een groot verhaal, zonder een groot ‘tegenover’. Daarom zijn er in de vijf continenten, maar ook in onze dorpen en steden, zovele religieuze bewegingen… en beweringen. God is in dat alles wel heel vreemd, maar misschien is Hij toch ‘ergens’ onze vriend? De vriend van onze uiteindelijke vrede? Mensen bieden blijkbaar niet wat ze elkaar beloven. Leegte opvullen met cynisme, dat kan eventjes maar eens is de roes en de bedwelming over. Dan ontstaat een wijd vacuüm voor het denken over God. Dat denken is vandaag allerminst verboden.

Komen daarmee al onze tradities terug? Lopen de kerken daarmee opnieuw vol? Wordt het politieke discours opnieuw gevuld met alle mogelijke religieuze orakels? Wordt de wereld morgen of overmorgen katholiek? Zeker niet. Hopelijk niet. Dat zou al te simplistisch zijn. Een gevaarlijke illusie. Zelfs de meest orthodoxe bisschoppen zullen niet warm lopen om deze illusie te voeden. Intussen stelt de vraag naar het goddelijke ons, christenen, wel voor een uitdaging. Is alles wat religieus is meteen ook christelijk en/of katholiek? Dat is het naar mijn gekende bescheiden mening allerminst. Maar één punt is zeker: God is geen vreemde geworden. Zelfs de voetballer slaat wel eens een kruis als hij het terrein opholt. God is geen taboe. Ooit was het anders in West-Europa.

In het universele religieuze debat mogen wij tenminste onze voorkeur uitspreken. Volgens ons is God een nabijheid, een instantie die niet vreemd is aan ons bestaan. Zijn naam is Ik-zal-er-zijn. Dat is voor ons het eerste en het laatste. De duizend andere benamingen en benaderingen mogen er zijn. Ze mogen eventueel allemaal ter discussie staan. Eén ding staat als de gekende paal boven het gekende water: God is niet een ongeïnteresseerde heilige instantie. Hij leidt niet een eigen gesloten bestaan. Hij staat geopend op de aarde. Hij staat de mens ten dienste. Daarmee zijn duizenden vragen niet opgelost. Daarmee is echter wel één piste geopend.

Zoeken in Preken Online