Er stond een vijgenboom in onze tuin. Ieder jaar groeide hij een klein stukje.
Ieder voorjaar kreeg hij nieuwe en meer blaadjes, om ze dan na elk najaar weer te verliezen…
Vruchten kwamen er niet aan, wellicht omdat hij daar nog niet groot genoeg voor was…
Op een bepaald ogenblik werd de boom zo groot, dat we hem moesten verplanten
naar een ruimer stuk tuin waar hij de kans zou krijgen om tot volle wasdom te komen…
Een beschutte plek, helemaal uit de wind moest hem alle kansen geven, kon misschien
de groei aanwakkeren en eindelijk voor de langverwachte vruchten zorgen. Aan de kant
van de tuin, tegen een muur aan, werd een put gegraven, meststof erin, de keurig
bij gesnoeide vijgenboom erbij en dan maar afwachten…
En ja, de boom groeide en groeide, ieder jaar een stukje meer. Tot hij boven ons hoofd
uit kwam en we hem jaar na jaar moesten bijsnoeien omdat hij telkens opnieuw over de muur van de buren hing…
Na jaren van wachten, van snoeien en geduldig zijn, was ze daar eindelijk: de eerste vrucht!
Een keiharde bol, weliswaar in de vorm van een vijg, maar absoluut niet eetbaar…
Was dat onze oogst na zoveel jaren zwoegen, na zoveel zorgen voor…
We besloten het nog even aan te kijken, nog een jaartje misschien, nog één zomer…
De boom bleef groeien, het leek wel of hij het volgende jaar extra zijn best deed om
ons een plezier te doen…En ja hoor, daar waren ze: niet één, maar tientallen vruchten…
De boom stond er gewoon vol van… Van weer diezelfde keiharde, niet te eten vijgen…
Toch niet naar onze smaak…
We zijn gestopt met wachten op**, met** uitkijken naar ‘perfecte’ oftewel ‘eetbare’ vijgen.
We blijven onze boom snoeien en onderhouden, en hebben geleerd te genieten van
zijn mooie vorm, van zijn schitterende unieke bladeren, van de schaduw die hij biedt
tijdens de zomer…
Ja, we kunnen er zelfs van genieten dat hij vruchten draagt, ook al zijn het niet de
vruchten die wij verwacht hadden, of de vruchten waarop wij gehoopt hadden.
Maar het zijn wel Zijn vruchten…
God, als Jij ons niet had geplant, dan, waren wij al lang uitgerukt en vergeten.
Maar Jij besteedt aan ons de beste zorgen en wacht…
Wacht tot wij ons omkeren, bekeren en dan volop leven geven…ieder naar eigen
‘godsvrucht en vermogen’…
- 3e vastenzondag – C * bij Lc.13,1-9 * door Anne * federatie St.-Andries-St.-Michiels-Brugge