Het geduld van de wijngaardenier (2007)

C-cyclus · Vasten · 3e zondag van de Vasten · paars

De leegte van de woestijn, de eenzaamheid van een zwervende herder, de oneindigheid van lucht en zand hebben ook op Mozes een verschroeiende uitwerking. Daar waar geen gebaande wegen meer zijn, moet hij niet alleen een goede plek voor zijn schapen en geiten vinden, hij is er ook op zoek naar zijn eigen levensopdracht en naar een uitweg voor zijn verknechte volk. Ooit had hij in een impulsief moment zijn woede afgereageerd door een opzichter neer te slaan. Maar een korte, emotionele opwelling brengt zelden zoden aan de dijk. Worstelend met zijn eigen geschiedenis en denkend aan het lot van zijn volk ondergaat hij een uitzonderlijke Godservaring. De Ene en Eeuwige, de Naamloze maakt kenbaar dat ook Hij de ellende van het volk gezien en gehoord. Zo groeit doorheen deze roeping een ervaring tot roeping. Mozes moet naar zijn volk gaan.

De zelfopenbaring van God is daarbij uniek, ongehoord voor die tijd en zal model staan voor alle latere openbaringen van God of het heilige. God openbaart zich in zelfontlediging. Als Mozes naar zijn naam vraagt en daarmee ook naar zijn identiteit zegt God niet: Ik ben de almachtige, de rechtvaardige die tegelijk liefdevol is. Hij overrompelt Mozes niet met beelden en begrippen, maar zegt enkel: ik zal er zijn. Ik ben die zal zijn. Ik zal zodanig aanwezig zijn dat jij kracht ontwikkelt en je opdracht als leider kunt opnemen. Ik zal er zijn voor mijn volk dat nu als slaven kruipt en het hoofd intrekt, opdat het in zichzelf zou gaan geloven en optrekt naar bevrijding.

De rabbijnen zeggen altijd als commentaar op de naam die de Ene zichzelf gaf dat het de naam van een Komende is. Gods zelfopenbaring is Advent. (Barnard)

Voortaan zal God er zijn om de ervaring van zijn kinderen te ondersteunen en te laten groeien tot actieve inzet. God zag en hoorde wat ook Mozes had gezien, maar dankzij Zijn zien komt Mozes in beweging. Zo verandert 4Ik ben die zal zijn’ onze wereld en ons bestaan niet rechtstreeks, maar geeft Hij mensen kracht door zijn bekommerde en geduldige aandacht.

Hij is de geduldige Hovenier die mensen oproept om van de aarde een tuin te maken, een plek waar het goed is om te leven.

Met deze gedachte keer ik terug naar de film die hier twee weken geleden werd getoond over de inzet van de Sahelvolkeren om te overleven. Ik vond het een prachtige film van aangrijpende schoonheid als je zag hoe geloof en doorzettingsvermogen het haalden op moedeloosheid. Een heel dorp dat stenen verzamelt om muurtjes rond akkers te leggen om zo het plotse regenwater bij te houden en te beletten dat het vruchtbare slib wegspoelt. Wij kunnen uit diezelfde kracht putten en hen materieel helpen. Maar er is ook steun op lange termijn nodig. Er zijn ook muurtjes om deze groeiende, kwetsbare economie nodig, opdat ze beschermd wordt tegen de macht van de vrije markteconomie, dat wetenschappelijke systeem in dienst van de sterkste dat afschaft en wegsnijdt wat niet onmiddellijk rendeert en overweldigt wat kwetsbaar is en maar groeit in zweet en pijn.

Aan deze film moest ik spontaan terugdenken bij het lezen van het evangelie van deze zondag. Een man heeft een vijgenboom in zijn tuin laten planten en wordt ongeduldig omdat er geen vruchten komen. Maar wie zijn geduld verliest, verliest zijn kracht. De niet aflatende zorg van de hovenier maakt dat die boom wel zal renderen. Zo is God: zijn aanwezigheid geeft mensen kracht om vruchtbaar te maken wat anderen als onmogelijke zandwoestijn zouden bestempelen.

Zoeken in Preken Online