GOD BLIJFT LEVEN GEVEN
“Ongeluk is een straf van God!” beweerden de strenge joden,
en die mening hoort men in sommige volkse reacties
ook vandaag soms nog bij ons.
Men wil benadrukken dat rijkdom, gezondheid en geluk
geschenken zijn van de goede God.
Maar sommigen trekken daaruit de conclusie
dat armoede, ziekte en ongeluk
dan ook de meest duidelijke bewijzen moeten zijn
van de zondigheid en de slechte levenswandel van bepaalde mensen,
die daarmee door God worden gestraft.
Jezus verwerpt die opvatting,
want zij koppelt geluk aan goed gedrag, ongeluk aan slechte zeden.
“Neen!” zegt Jezus:
“Zeg nooit dat een ongeluk, dat iemand overkomt,
het bewijs is dat hij een slecht mens is.
Er bestaan wel degelijk zondaars die geen ongelukken tegen komen
en goeden die veel miserie meemaken.”
Hijzelf ging heel dikwijls aan de kant staan van de ongelukkigen:
van de armen, de zieken en de zogenaamde zondaars,
die niet alle kleine voorschriften van de wet konden nakomen.
Door Zijn vele menselijke ontmoetingen
met de sukkelaars en de ongelukkigen
toonde Jezus dat God de Vriend wil zijn van de kleinen,
ook al worden die uitgesloten door diegenen die menen
dat zij alleen Gods vrienden zijn,
omdat zij alle details van de godsdienstwet scrupuleus onderhouden.
Maar Jezus gaat vooral niet akkoord
omdat die opvatting God voorstelt als de uiteindelijke Oorzaak
van de ongelukken op onze wereld
en als een onvermurwbare Rechter die de mensen straft.
Voor Jezus is God integendeel vooral
Liefde, grenzeloze, mateloze Liefde.
Hij zal dan ook steeds de nadruk leggen
op de barmhartigheid van onze God,
vandaag o.a. door de parabel van de onvruchtbare vijgenboom.
“Laat hem nog een jaar staan, misschien draagt hij dan wél vrucht.”
Wij mogen God niet verantwoordelijk stellen
voor de ongelukken die ons overkomen.
Het is hoog tijd dat wij ons bewust worden
van Zijn grote barmhartigheid voor ons
en dat wij Hem de vruchten brengen van ons bekeerd hart:
nl de grootst mogelijke dankbaarheid
voor het leven dat Hij ons blijft geven.