Je moet als moderne mens toch wel heel, heel naïef zijn om te geloven in oude verhalen. Verhalen die waarschijnlijk de proef van ons wetenschappelijk onderzoek zonder ook maar één onderscheiding zullen doorstaan. Het zou op het examen nul zijn over de hele lijn. En die zogezegde moderne mens heeft daarin nog over-schot van gelijk ook. Hij is het aan zichzelf verplicht kritisch te zijn.
Hij staat dan alleen maar voor de vraag: als hij de oude verhalen afwijst, because niet wetenschappelijk verantwoord, wat doet hij dan met de mens, die al eeuwen daarin wel gelooft? Die daar zelfs zijn leven op bouwt? Misschien moeten wij leren de naïviteit van het geloven ook eens op de operatietafel te leggen van ons wetenschappelijk onderzoek? Wat zou er dan van overblijven?
Een vraag dringt zich op: mag de primitieve mens, die met mythen leeft, een vraag stellen aan de wetenschapper, die elke mythe afwijst? Of een beetje moeilijker gezegd: valt de primitiviteit buiten onze denkwereld? Dat is voor gelovigen natuurlijk een kapitale vraag. Als wij vanwege onze onwetenschappelijkheid beneden het peil duiken van de menselijkheid, dan is ons lot vanzelfsprekend verzekerd. Dan is geloven gewoon onzin. Dan moeten we daar morgen mee stoppen. Het zou te dwaas zijn daarmee door te gaan. We moeten dus Abraham kunnen plaatsen. En liefst zonder blozen.
Wat is er in het verhaal van Genesis aan de hand? Wat staat hier geschreven? Het gaat om een mens die alles in de weegschaal werpt, die het wil beproeven of hij met gehoorzaamheid soms niet tot de waarheid komt. Dat is de figuur Abraham. Kan een mens zijn leven redden als hij alles in een kramp vasthoudt? Of wordt een mens pas mens als hij zijn leven loslaat? Of is hij een absoluut beheerser van zijn leven en van de aarde? Is hij God op aarde? Of erkent hij in God zijn meester? Erkent hij, dat er een ‘instantie’ is boven hem die hem de weg wijst, die zijn leven richt? Dat is het kapitale punt.
Of Genesis ons een mytheverhaal serveert terwijl wij in meer verantwoorde verhalen geloven, is zeer bijkomstig. De enige, cruciale vraag is of wij aannemen, dat het leven van een mens rond zijn eigen as draait of rond de as van een Ander.
Als je het laatste aanvaardt, lees je een verhaal als dat van Abraham als een eerste poging om uit te drukken wat het betekent te geloven. Abraham doet het met een ritueel: met drie dieren en met twee soorten pluimvee. Hij sneed ze middendoor: tussen God en mens is er een weg open! Dat is teken van verbondenheid, van aanvaarding van een ruil, van een koop, van een verbond. Daar was Abraham bang voor. Hij sliep met angstdromen. e zou voor minder: alles kwijtspelen of alles winnen. Dat is altijd zo als de mens voor het mysterie staat dat God heet. Het is een beangstigend en fascinerend geheim.
Wat zegt nu Genesis? Dat de mens, die alles uit handen geeft, uiteindelijk meer zal terugkrijgen dan de mens die alles in eigen beheer houdt. Dat de mens, die het risico durft te lopen eventjes in het niemandsland te zijn, ooit in het iemandsland zal aankomen. Dat de mens meer te krijgen heeft dan te bezitten!
Ik kijk nu even op van mijn eigen blad en ik stel me de vraag wat dit voor mezelf zou kunnen betekenen. Het zou voor mij alles betekenen: ik zou eindelijk een bevrijd mens zijn! Ik zou niet meer vechten voor het gelijk van mijn passie en mijn ambitie, maar ik zou eindelijk leren leven in ontvankelijkheid. En geloven wat de volks-mond zegt: wat God bewaart is wel bewaard. En: wat God belooft, is wel beloofd.
Wij leven in de palm van Zijn hand. Ik ben zo primitief, dat ik dit belangrijk vind.