“DURF DE BERG OP TE GAAN!”
Van tijd tot tijd moet je het doen,
de berg opgaan en de wereld laten verstillen.
Af en toe wat tijd vrijmaken om met Hem alleen te zijn
en met elkaar te praten.
Jezelf en de anderen hervinden in gebed.
Je moet geen schrik hebben om dichterbij te komen.
Je mag alles meenemen: je twijfels en je angsten,
je ontgoochelingen en je machteloosheid.
Je neemt best ook gezelschap mee, Mozes, Elia en Jezus.
Ze waren ervaren bergbeklimmers, godzoekers.
Ook zij namen alles mee wat op hun hart drukte
en er kwam rust in hun hart.
Ze kregen nieuwe kracht om af te dalen en te herbeginnen, vol te houden.
Als je de berg opgaat wil Hij ook jou laten ervaren hoe zijn liefde
jou kan omvormen, van binnen én van buiten.
Hij wil een nieuw verbond met je sluiten zodat je steeds meer
op Hem zal gelijken.
‘Ik wil mijn droom in je hart leggen en je laten voelen dat het “goed wonen”
is bij Mij, voor altijd’ zegt Hij.
De berg afdalen is dan niet zo moeilijk meer want wie op de berg
alles in het volle daglicht heeft gezien, kan ook God vinden
in het verwrongen gezicht dat lijden heet.
- 2e vastenzondag – C - * bij Luc.9,28-36 * door Christine * federatie St.-Andries-St.-Michiels-Brugge