Moet er nog water zijn?
Hier bij ons is er soms teveel water. Het valt bij tijds met bakken uit de lucht. En drinkwater is wel heel kostbaar, maar er is er blijkbaar voor iedereen genoeg. We hoeven ook geen kilometers de gaan om er te halen. Het stroomt gewoonweg uit de kraan.
En toch zijn er zoveel mensen die uitgedroogd zijn. Hebben ze dan geen bron om uit te putten en te drinken. Waarvan leven ze? Velen leven in de woestijn. De meesten zijn zich daar niet van bewust. Anderen zijn op zoek naar de bron.
In wat voor soort woestijn leven we dan? Och, er zijn veel soorten.
Er zijn mensen die leven in de woestijn van ‘teveel werk’; anderen in een woestijn van ‘te weinig of helemaal geen werk’; weer anderen zitten in de woestijn van hun ziek-zijn of hun gehandicapt zijn. Het kan de woestijn zijn van onbegrip. Nog anderen zitten in de woestijn als vluchteling, vreemdeling of kleurling. Er zijn mensen die in de woestijn zitten van het ongeloof. Ze zijn hun hoop kwijt; ze zijn hun richting kwijt; ze dolen rond op zoek naar een bron die hun innerlijke dorst kan lessen.
Het zou interessant zijn moesten we van elkaar kunnen vernemen in welke woestijn wij zitten. We zouden veel van elkaar kunnen leren. Misschien zouden we voor elkaar wel een bron kunnen vinden. Voor anderen gaat dat namelijk beter dan voor jezelf.
De veertigdagentijd stuurt ons de woestijn in, of beter: maakt er ons attent op dat we in de woestijn zitten. Een tijd om ons daar opnieuw van bewust te worden en onze bron te zoeken. Ver moeten we dus niet gaan om in de woestijn te komen. Maar voor de bron zullen we wel wat verder moeten gaan. Bronnen in de woestijn zijn uiterst zeldzaam en heel kostbaar.
Rond die bronnen krioelt het van leven. Vooral vrouwen ontmoeten er elkaar. Ze komen er water halen, ze doen er de was. De dieren worden er gedrenkt en men heeft ook water nodig voor de planten.
Misschien zouden mensen liever verlost zijn van hun woestijnen. Maar een Toeareg had het volgende gezegde: ‘God schiep de woestijn, opdat mensen er hun ziel zouden kunnen zoeken’. Wist je nog dat wij een ziel hebben? Ze is een bron die ons rechtstreeks met God en met elkaar verbindt. De veertigdagentijd kan een uitdaging zijn om op zoek te gaan naar onze ziel, naar onze bron, of naar de wegen die ertoe leiden. Op zoek naar de waterputten, op zoek naar de bronnen, op zoek naar onze zielen, om ons eraan te herinneren waarrond onze levens draaien. Het maakt het woestijnleven van elke dag dragelijker.
Een vruchtbare woestijntocht wens ik jullie toe. Maar vergeet vooral niet het voorschrift van vandaag in het boek Deuteronomium: ‘De eerste vruchten moet je bij de Heer brengen en nooit vergeten wat Hij voor jullie deed…. NOOIT!!
Moet er nog water zijn? Waar vind ik mijn bronnen? Wat maakt er mijn leven, of wat kan er mijn leven zo zinvol, zo vruchtbaar maken? Zelfs Jezus trok naar de woestijn. Zijn grootste woestijn waren de verleidingen. Hij had ze nodig om zijn ware ziel te vinden. Om te weten wat zijn roeping was. Hij moest zelf bron van leven worden voor alle mensen. Ook wij kunnen bron van leven worden voor de mensen rondom ons. Veel woestijngenot! Amen.
Met dank aan Broederlijk Delen voor de inspiratie!