Homilie in de eucharistieviering ter afsluiting van de retraite voor het permanent diaconaat Bisdom Brugge.
Groenhove Torhout, 11-14 februari 2016.
‘As it is in heaven. Op aarde zoals in de hemel – een uitdaging voor diaconie’
Begeleiding: Henk en Josephine van Andel - Wilschut.
Deut. 26, 4-10 — “Mijn vader was een zwervende Arameeër” en “God heeft ons dit land geschonken”
In die dagen sprak Mozes tot het volk: “De priester zal de korf met de eerste veldvruchten van u aannemen en hem plaatsen voor het altaar van de Heer, uw God. Dan moet gij staande voor de Heer, uw God, zeggen: Mijn vader was een zwervende Arameeër. Hij is met een klein aantal mensen naar Egypte gegaan. Maar terwijl hij daar als vreemdeling verbleef, is hij een groot, machtig en talrijk volk geworden. Toen de Egyptenaren ons slecht behandelden, ons verdrukten en ons harde slavenarbeid oplegden, hebben wij tot de Heer, de God van onze vaderen geroepen. En de Heer heeft ons verhoord en zich onze vernedering, ons zwoegen en onze verdrukking aangetrokken. Hij heeft ons uit Egypte geleid met sterke hand, met opgeheven arm, onder grote verschrikkingen, tekenen en wonderen. Hij heeft ons naar deze plaats gebracht en ons dit land geschonken, een land van melk en honing. Daarom breng ik nu de eerste vruchten van de grond, die Gij, de Heer, mij heeft geschonken.” En Mozes voegde eraan toe: “Dan moet ge die voor de Heer uw God neerleggen en u voor Hem neerbuigen.”
Rom. 10, 8-13 — “Het Woord is vlakbij… in uw mond, in uw hart”
Broeders en zusters, dit zegt de Schrift: “Het woord is vlakbij, het is in uw mond, het is in uw hart,” het woord namelijk van het geloof dat wij verkondigen. Want als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is, en als uw hart gelooft dat God Hem van de doden heeft opgewekt, zult gij gered worden. Het geloof van uw hart brengt de gerechtigheid en de belijdenis van uw mond brengt het heil. Zo zegt de Schrift: “Niemand die in Hem gelooft zal worden teleurgesteld.” Er bestaat geen verschil tussen Jood en heiden. Zij hebben allen dezelfde Heer, rijk aan gaven voor allen die Hem aanroepen. Want al wie de naam van de Heer aanroept zal gered worden.
Lc. 4, 1-13 — “Als Gij de Zoon van God zijt…”
In die tijd ging Jezus, vervuld van de heilige Geest, weg van de Jordaan. Hij werd door de Geest naar de woestijn gevoerd, waar Hij veertig dagen verbleef en door de duivel op de proef werd gesteld. Gedurende die dagen at Hij niets en toen ze voorbij waren kreeg Hij honger. De duivel zei tot Hem: “Als Gij de Zoon van God zijt, beveel dan aan die steen daar dat hij in brood verandert.” Jezus gaf hem ten antwoord: “Er staat geschreven: De mens leeft niet van brood alleen.” Daarop voerde de duivel Hem omhoog en toonde Hem in een oogwenk alle koninkrijken der wereld. En de duivel sprak tot Hem: “Ik zal U alle macht geven over deze heerlijke gebieden want ze zijn mij geschonken, en ik geef ze aan wie ik wil. Als Gij dus in aanbidding voor mij neervalt, zal dat alles van U zijn.” Toen antwoordde Jezus hem: “Er staat geschreven: de Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.” Daarna bracht de duivel Hem naar Jeruzalem, plaatste Hem op de bovenbouw van een tempelpoort en sprak tot Hem: “Als Gij de Zoon van God zijt, werp U dan vanaf deze plaats naar beneden; want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal Hij omtrent U het bevel geven U te beschermen en zij zullen U op de handen nemen opdat Ge uw voet niet zult stoten aan een steen.” Maar Jezus gaf hem ten antwoord: “Er is gezegd: Gij zult de Heer, uw God, niet op de proef stellen.” Toen gaf de duivel al zijn pogingen om Hem te verleiden op en hij verwijderde zich van Hem tot de vastgestelde tijd.
“Toen ging Jezus, vervuld van de heilige Geest, weg van de Jordaan. Hij werd door de Geest naar de woestijn gevoerd, waar Hij veertig dagen verbleef en door de duivel op de proef werd gesteld.”
Even opfrissen wat bij Lucas voorafgaat aan dit evangeliefragment:
Jezus van Nazareth heeft bij Johannes de Doper, de Onderdompelaar, de stiel van mensenvisser geleerd. En Hij heeft in die stageperiode zelf aan de lijve ondervonden hoe zalig het is als je als mensenkind wordt opgevist uit zeven zeeën van ellende en verdriet.
Hij heeft er de diaconie aangeleerd. Hij heeft alle werkwoorden van de diaconie leren vervoegen en verbuigen in alle wijzen en in alle tijden: horen, zien, kennen, afdalen, bevrijden, wegleiden (zie Ex.3)…
Hij is in de lange wachtrij gaan staan, in de file, te midden van de mensen van alledag, en is dan vastberaden in de rivier de Jordaan gestapt (de ‘Afdaler’!); Hij heeft er de wijze les geleerd van alle water: dat het nederig is van nature, want het zoekt altijd de laagste plaats op…
Door dit Jordaanwater overspoeld en er helemaal van doordrongen, is Hij weer op de oever gestapt, opgestaan uit het water van de doop – als een geroepene en een gezegende. ‘Hier ben ik’ heeft Hij gezegd. En ‘Doe maar met Mij wat Gij goed vindt’…
‘Hij was vervuld van de heilige Geest – en die Geest voerde hem naar de woestijn…’
Wie niet door de Geest gedreven wordt en er niet vol van is, die heeft geen last van de bekoringen! Want hij of zij gaat er meestal direct op in – dat is de snelste manier om er van af te geraken…
Wij hebben ooit van Mgr. De Smedt in ons bisdom geleerd van regelmatig te bidden: ‘Kom, Heilige Geest!’. Een kort en krachtig gebed – en dat kan sterkend, troostend en inspirerend werken.
Maar het is bij momenten ook een zeer gevààrlijk gebed. Want de heilige Geest is een ‘embetanterik’. Hij/Zij waait waar Hij/Zij wil; hij/Zij grijpt je op onverwachte momenten bij je kraag en bij je nekvel, en brengt je vaak waar je vanuit jezelf liever niet zou komen. In de woestijn bijvoorbeeld…
De ‘woestijn’ is bijbels gezien geen retraiteoord (zoals Groenhove hier in Torhout), waar je af en toe even kunt verblijven ‘in afzondering’, om wat te bidden en te mediteren vóór je (weer) aan je opdracht begint.
Het volstaat het woord ‘woestijn’ even in een lichtjes andere versie uit het Nederlands om te zetten, om te weten waar het wél over gaat: WOESTENIJ. Dat zijn we direct bij het ‘tohoewabohoe’ van vóór de schepping in Genesis 1; dat is chaos, wanorde, onleefbaarheid, onmenselijkheid. Een wereld die Gods Woord van in den beginne nog niet heeft gehoord, of er niet / niet meer van wil weten.
Met een ‘modern’ (Amerikaans, Westers?) woord: de JUNGLE En kijk: meteen zijn we met deze kleine vertaaloefening midden in de actualiteit van vandaag gearriveerd, hier vlak over de grens: in Calais en in Duinkerke…
In de jungle heerst het ‘recht van de sterkste’… Daar is geen genade; daar wordt geen ‘Scheppingswoord’ gehoord of toegelaten; daar is het een warboel en een ‘onwereld’ – je vraagt je af hoe het Godsmogelijk is dat zoiets kan bestaan en kan blijven bestaan in onze beschaafde wereld.
‘Woestijn’ is dus geen plaats nààst of buiten onze wereld en maatschappij, geen afgezonderd bezinningsoord om even de harde wereld en het leven van alledag te vergeten. Neen, het is ‘gewoon’ de keiharde realiteit van vandaag, deze wereld waarin wij leven. (op dit vlak is er geen ‘scheiding’ van Kerk en Staat, zoals zovelen zo hardnekkig zouden willen op vandaag: een Geloof en Kerk die apart staan van de maatschappij en van het geleefde leven, een godsdienst als ‘privé-zaak’, voor wie dat (ook) nog belangrijk vindt…)
‘Woestijn’ is zondermeer: deze wereld vandaag. ‘Back to reality’ zegt de Geest tegen de pas gedoopte ‘diaken’ Jezus nadat hij uit de Jordaan is ‘opgestaan’ – en diezelfde Geest zegt het vandaag tot elk van ons op het einde van deze retraite…
Dit is een ‘beginsel-verhaal’ dat, met een bekende literaire techniek, door de evangelist in het begin is geplaatst.
Het verblijf van een gedoopte en geroepene in de ‘woestijn’ van deze wereld duurt ‘veertig dagen en veertig nachten’ lang – dat is op de Bijbelse kalender een mensenleven lang. Tijd om te leren en te groeien in het mens-worden en het ‘diaken-zijn’. Permanent en levenslang leren in de school van de ‘humaniora’. Samen-scholen ook, met andere geroepenen en gedoopten…
‘Hij werd er door de duivel op de proef gesteld…’
De duivel is: de ‘diabolos’, de ‘uitèèntrekker’, de ‘polariseerder’ zouden we op vandaag zeggen. Diegene of datgene wat de middelpuntvliedende krachten in deze samenleving altijd maar weer versterkt en opjaagt en activeert. De ‘satan’: de tegenspreker. De tegen-stem die schreeuwt tegen de Stem in die Hem/die mij/die ons geroepen heeft. De stem van de ‘dooddoeners’, van ‘Wuk’n avance’ en ‘Trek het je niet aan’…
Tegen de duivel ingaan, de duivel weerstaan is: de middelpuntzoekende krachten (tegenwoordig zouden we eerder zeggen: de ‘verbindende’ krachten) in je toelaten, ze gelijk geven, versterken en verder uitdragen. Zoeken dus naar overleg en dialoog, naar verbinding, gemeenschap, genezing, heling… Niet ‘ik-gericht’ maar ‘wij-gericht’…Altijd en in alles uit op gemeenschap.
Eerste bekoring: ‘Als Gij de Zoon van God zijt, beveel dan aan die steen daar dat hij in brood verandert.’
Van stenen brood maken – deze bekoring situeert zich duidelijk op het vlak van de ECONOMIE.
Concreet voor vandaag: er zijn in ons land voor het ogenblik per maand zowat 600 woningen nodig om alle mensen en gezinnen te kunnen huisvesten die met een positief antwoord de LOI’s en de opvangcentra verlaten. Daarnaast blijven er de ellenlange wachtlijsten voor sociale woningen voor mensen in armoede hier. Wie gebruikt de ‘stenen’ die overvloedig voorhanden zijn om er huizen mee te bouwen en plaatsen waar de ‘honger’ naar een veilige plek van zoveel mensen in onze maatschappij kan beantwoord worden – in plaats van alsmaar te blijven wedden op ordinair ‘brood en spelen’..?
Weerstaan aan de eerste bekoring is: geld en bezit ombuigen tot (herver)delen en solidariteit.
Tweede bekoring: ‘Ik zal U alle macht geven over deze heerlijke gebieden want ze zijn mij geschonken, en ik geef ze aan wie ik wil. Als Gij dus in aanbidding voor mij neervalt, zal dat alles van U zijn.’
Macht uitoefenen en op de duur macht aanbidden – deze bekoring situeert zich uiteraard op het vlak van de POLITIEK.
Een paar dagen geleden in Zeebrugge, hier niet zo ver vandaan. Een aantal mensen op de dool worden opgepakt door de politie. Ze zijn nog maar net van de straat gehaald, of daar komt de vuilniswagen al aangereden, en neemt al hun bezittingen zomaar mee – hun slaapzak, hun elementair toiletgerief, misschien ook een paar foto’s van hun vrouw, hun oude moeder, hun kinderen – geen probleem: ‘Opgeruimd staat netjes’… ‘Ze hebben pech’, zegt een plaatselijke ‘machthebber’ achteraf zonder blikken of blozen tegen de pers…
Weerstaan aan de tweede bekoring is: macht ombuigen tot dienst; geweld veranderen in mededogen en menselijkheid; ‘pech’, noodlot en toeval omkeren tot structuren en wetten van gerechtigheid… (bedankt diaken Filip en diaken Kris, hier aanwezig, om dit niet zomaar te laten passeren en niet gedwee de andere kant op te kijken toen dit gebeurde…) Er is in Zeebrugge dringend nood aan hulpverlening – solidariteit en pleitbezorging. De drieslag van de diaconie.
Derde bekoring: ‘Als Gij de Zoon van God zijt, werp U dan vanaf deze plaats naar beneden; want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal Hij omtrent U het bevel geven U te beschermen en zij zullen U op de handen nemen opdat Ge uw voet niet zult stoten aan een steen.’
Blindelings op God vertrouwen; spreken en zingen van ‘Jezus redt’, van ‘Hallelujah’ en ‘Gott mit uns’ of ‘Dieu le veut!’ - deze bekoring situeert zich onmiskenbaar op het terrein van de RELIGIE en de tempel.
Ik ben nog maar pas terug van een korte ‘inleefreis’ naar Mozambique/Afrika. Op vrijdagmorgen brachten we met onze groep een bezoek aan de ‘Bocaria’ – de reuzegrote vuilnisbelt te midden van de hoofdstad Maputo. Het rookt en stinkt daar verschrikkelijk, en op die vuilnisbelt lopen er honderden mensen en kinderen heen en weer, in de vuilnis zoekend naar wat restanten van voedsel of ander materiaal dat hen misschien nog kan dienen. Toen we er aan kwamen begon er in een gebouwtje aan de voet van de berg een ‘viering’, waar zowat een halfuur lang werd gezongen en geschreeuwd in alle toonaarden van ‘Hallelujah! Praise the Lord’ en ‘Amen!’… Toen het spektakel voorbij was, kregen de kinderen van de prediker elk een homp brood – en verder gebeurde er niets. Dit ‘religieuze’ gebeuren herhaalt zich blijkbaar wekelijks, en verder wordt er vanuit ‘kerkelijke of evangelische hoek’ helemaal niet aan enige verandering van de situatie aldaar gewerkt. De mensen worden in de luidruchtige en verdovende waan gelaten dat God het allemaal voor hen wel zal oplossen… Godsdienst als ‘opium voor het volk’…
Weerstaan aan de derde bekoring is: blind Godsvertrouwen ombuigen en omsmeden tot hoop en perspectief voor kleine mensen.
Wat kunnen we doen – wat moeten we doen om de Geest de kans te geven met ons en in ons Zijn/Haar werk te doen?
Zie de eerste lezing uit Deuteronomium hoofdstuk 26: ‘Staande voor de Heer, uw God, moet gij zeggen: Mijn vader was een zwervende Arameeër.’…
Dat wil zeggen: ik/wij die òòk kinderen zijn van die zwervende Arameeër, mogen en kunnen nooit kiezen om ons te vestigen in de situatie zoals ze nu is. We zullen niet en nooit kiezen voor het status quo; we zullen nooit gevestigde burgers worden in ‘piramideland’ Egypte; we zullen altijd weer op stap gaan, zoekend naar iets van het Beloofde Land, dromend van ‘As it was in heaven’, hunkerend naar een nieuw begin van (samen)leven – ‘opdat er leven zou zijn, en wel in overvloed’… (Joh. 10,10).
En bij elk ‘succesje’, bij elk stapje in de richting van het Beloofde Land, bij elk binnenhalen van de eerste vruchten van de oogst van solidariteit en gemeenschap zullen we zeggen: ‘De Heer die ons uit Egypte heeft geleid met sterke hand, Hij is het die ons naar deze plaats heeft gebracht en ons dit land heeft geschonken, een land van melk en honing…’ We zullen dankbare mensen zijn, levend van het woord dat zegt: ‘Voor niets heb je gekregen, voor niets moet je weer weggeven…’ (Matt. 10, 8 – het woord uit de zendingsrede dat de ‘Poverello’ Franciscus zo dierbaar was…)
‘De beste manier om van de bekoringen af te geraken, is er zo snel mogelijk op in gaan…’ zei iemand mij ooit half spottend – half uitdagend.
Onzin natuurlijk. De beste manier om aan de bekoringen te weerstaan is: DUIDELIJKE KEUZES MAKEN.
En wat dat kiezen betreft: valt het jou ook op dat men in het verkeer hoe langer hoe meer en stelselmatig alle kruispunten door rotondes en ronde punten aan het vervangen is? Verkeerstechnisch is dat waarschijnlijk hoogst interessant – maar het zegt ook iets over ons ‘menselijk verkeren’ in de samenleving. Want er is een duidelijk verschil tussen een kruispunt en een rotonde: op een kruispunt moet je kiezen – op een rotonde hoef je dat in principe niet te doen. Daar kan je rustig rondjes blijven draaien en de kat uit de boom kijken. Er is niemand die je dat kan verbieden; je kunt er zelfs geen GAS-boete voor krijgen…
Dat zie je heden ten dage dan ook voortdurend gebeuren, bijvoorbeeld op het vlak van de politiek, van de economie of van de religie en de Kerk: men kiest niet ècht; men draait maar wat rond de pot en fietst netjes om de hete brij heen…
Met schade en schande heb ik ondertussen in het verkeer geleerd: de beste manier om bij het naderen van een groot kruispunt met heel veel wagens om je heen je keuze niet te missen is: TIJDIG VOORSORTEREN. Dat helpt je al een stuk in de goede richting. Doe je dat niet, dan riskeer je gewoon met de stroom en met de massa mee te worden gedreven, en je kan er verder niets meer aan doen, behalve even verbaasd omkijken naar de gemiste kansen die voorgoed voorbij zijn…
Is er doen aan om duidelijk te blijven kiezen in het leven, en permanent aan de bekoringen te weerstaan? Hoezo: ‘Wir schaffen das…’ (A. Merkel)? Van ‘I have a dream’ naar ‘Yes, we can…’ is dat mogelijk en realistisch en doenbaar? In de religie, in de economie, in de politiek?
Voor een antwoord op deze moeilijke maar boeiende vraag moeten we op deze eerste vastenzondag te rade gaan bij Paulus, in de tweede lezing, waar hij de gemeente in Rome een goeie raad geeft op dit vlak: ‘Broeders en zusters, dit zegt de Schrift: “Het woord is vlakbij, het is in uw mond, het is in uw hart…’
Dit is een duidelijke verwijzing naar het Joodse Sjema uit het boek Deuteronomium, dat boek van de-Thora-opnieuw, waaruit ook Jezus telkens weer citeert om aan de bekoringen van de duivel te kunnen weerstaan.
Hoor Israël.
Heden stel Ik u voor ogen: leven en geluk,
maar ook dood en verderf.
Als gij gaat op de weg van Mijn Woord,
zult gij leven
gij en uw kinderen, van geslacht op geslacht.
Hoor Israël.
Wat vraagt de Heer uw God anders van u
dan dat Gij Hem liefhebt en kent,
al doende gerechtigheid.
Dat gij de woorden onderhoudt
die Hij u heden geeft,
opdat het u goed zal gaan.
Hebt liefde tot uw naaste, die is als gij.
Want de Heer die uw God is,
Hij doet recht aan weduwe en wees.
Hij heeft de vreemdeling lief,
Hij geeft hem brood en kleding.
Hebt dan lief de vreemdeling die in uw midden is.
Want zelf zijt gij vreemdelingen geweest
en slaven in een vreemd land.
Deze woorden die Ik heden aan u geef,
prent ze in uw hart en ziel,
schrijf ze op uw deurposten, op uw tafels,
schrijf ze op uw voorhoofd
en in de palmen van uw hand.
(Deut. 6,4-9 en 11,13-21)
Deze woorden moet je horen en blijven horen; zegt de schrijver van Deuteronomium (en Paulus zegt het hem na). Je moet ze ter harte en ter ziele nemen, je moet ze laten doordringen tot alle vezels van je hart en je geweten. Die woorden, en geen andere, moet je aan je kinderen leren en ze altijd en overal herhalen: thuis, onderweg, ’s morgens en ’s avonds. Je moet ze als een snoer op je voorhoofd binden, een richtsnoer voor je denken. Plaats ze vlak bij je ogen als was het een bril, een contact-lens, een leesbril voor ver en dichtbij tegelijk, een kijker en koker waardoor je de werkelijkheid onder ogen ziet; een denkraam, een verrekijker, een wereldvisie..
En je moet ze griffen in de stijlen van je huisdeur, de toegangspoort tot je eigen binnenwereld. Ook die moet er door getekend zijn. Net als de palmen van je handen waarmee je alles doet: brood kneden, je kinderen instoppen, geld ontvangen en geld weer weggeven.
Als je dat allemaal doet, dan zullen je levensdagen zich vermeerderen, en die van je kinderen. Je zult bloeien als bomen aan de bron, je zult de dood niet meer kennen, je ontvangt het eeuwige leven, nu al, in deze tijd… Dat beloven deze woorden uit het oude Joodse boek Deuteronomium. ‘Sjema Israël, Hoor Israël!’
Schrijf ze dus ook maar in je agenda en zet ze op de website van jouw pastorale eenheid, beste diakens (m/v).
Deze woorden van Deuteronomium en van Paulus zijn geen bevel, maar een voorbede aan ons gericht. Het Bijbelse verhaal beveelt ons niet, maar smeekt ons telkens weer…
En wij weten: wat ooit eens geschied is, in het leven, het doen en laten van Jezus van Nazareth, dat kan altijd op-nieuw geschieden. Liefde en gerechtigheid zijn al eens in Hem en door Hem volbracht. Zijn naam betekent zondermeer: ‘Liefde is te doen’. Waarom zouden wij dan niet doen wat Hij gedaan heeft: ‘God doen’, gerechtigheid volbrengen (dat is de noemer van onze ‘levens-breuk’!); ontferming, trouw, vriendschap, verbondenheid, en alles wat wij weten dat goed is…(en dat is de teller)?
Vroeger, als kind heb ik geleerd dat je vooral ’s avonds moest bidden, vlak voor het slapengaan, - best op je blote knieën voor je bed. De fameuze drie weesgegroetjes tegen de bekoringen (vooral de bekoring van de ‘onkuischeid’, met de duidelijke ouderwetse ‘sch’ van schande en schaamte…)
Gaan-de-weg heb ik in mijn leven geleerd dat ik vooral ’s morgens moet bidden, tegen de bekoringen die deze dag nog maar een keer op mijn weg zullen komen in de ‘woestenij’, de jungle van deze wereld. En daarbij moet ik telkens durven vragen: ‘Kom, Heilige Geest!
Mag ik zo vrij zijn nog even voor jullie het morgengebed te citeren dat ik sinds jaar en dag telkens weer probeer te bidden wanneer ik opsta en aan een nieuwe dag wil beginnen? Het klinkt zo:
Vaag weg de sporen van de nacht.
Verjaag de dood uit mij.
Maak mij helder
als de dag die is verschenen.
Doe mij U zien
die zelf verschenen zijt
in het licht van deze dag gehuld.
Doe mij lachen,
hef mijn hart omhoog,
verheug mij.
Doe mij hier zijn,
maak mij aanwezig.
Stel mij aansprakelijk voor mensen.
Dat ik volhard
in aandacht en mededogen.
Dat ik niet raak afgestompt
door pijn en zorgen.
Dat mij niet begeeft
de kracht tot liefde.
Verhaast de dag van de gerechtigheid.
Zie het niet langer aan
dat her en der in deze wereld
mensen gemarteld worden,
kinderen gedood;
dat wij de aarde schenden
en elkaar het licht ontroven.
Wek in ons geweten
woede en schaamte,
dat wij omkeren,
terug naar uw woord.
(Huub Oosterhuis in ‘Dan zal ik leven’)
En verder ook nog:
PSALM 55
Begin me en blaas me wakker
vleugel me en
streel me met hoop;
bewaak me en stil mijn honger,
koester me en
was me met licht.
Berg me, zie me aan
en sterk me,
sla me met leven;
brand me, laai me op
en leid me,
geef me uw zegen.
Hein Walter
Moge dit dan mijn hartewens zijn voor jullie allen, hier op het einde van deze retraite; mijn lied, mijn smeekpsalm, mijn gebed:
Leg de toekomst niet
in de handen van de wanhopigen
Ondanks alle lijden
blijf hopen
Ondanks alle oorlogen
blijf hopen
Ondanks alle geweld
blijf hopen
En zeg altijd: ‘En toch!’
(naar David Grossman)
Zo moge het zijn – Amen!
geert dedecker
VOORBEDEN bij de Eerste Zondag in de Veertigdagentijd - C
Zoek ons op, God, in de woestijn. Laat ons daar niet met onszelf alleen.
Wees er bij wanneer wij in de diepte moeten putten naar innerlijke kracht, naar uw bedoelingen met de aarde: wees levend water voor ons. *Laten wij bidden… * Houd ons onderweg in de gaten, God. Dat wij niet bezwijken voor hebben en houden, voor macht en luxe. Dat wij niet verzanden in wanhoop: wees levend water voor ons. *Laten wij bidden… * God, schenk ons onderweg oaseplaatsen van af en toe ontmoeting en verbinding, van bij elkaar kunnen uithuilen en opnieuw beginnen, van lachen en genieten, van alles wat een mens goed kan doen: wees in mensen levend water voor ons. *Laten wij bidden… * Sterke, lastige, zalige God, ga met ons de lange weg door de woestijn. Houd het kwaad ver van ons af. Amen.
(Jan Groot en Henk Sechterberger)
Eerste zondag in de Veertigdagentijd – C 6 maart 2022
Evangelie: Lucas 4, 1-13
Wat zegt Mgr. Romero vanuit deze tekst?
1. De eerste bekoring: “Hier worden de twee projecten aan ons voorgesteld waartussen gekozen moet worden: enerzijds Gods Plan en anderzijds het plan van de duivel - dat is het plan van het kwaad. En we moeten goed in de gaten houden van welk project we deel uitmaken… ‘Stenen in brood veranderen’ heeft te maken met kiezen voor ‘onmiddellijke oplossingen’ (…) – dat gelijkt op de eisen die adolescenten stellen.”
2. De tweede bekoring: “Gods Plan houdt in: het ‘neen’ zeggen tegen de afgoderij! (…) Een van de diensten die de Kerk vandaag aan de wereld verleent, is het ontmaskeren van afgoderij. Afgoderij van geld en afgoderij van macht… Met daarbij ook de pretenties die men gebruikt om mensen op de knieën te krijgen voor deze valse goden.”
3. De derde bekoring: “Het is, om Gods Plan te realiseren, niet nodig dingen te doen die veel indruk maken. Een triomfalistische godsdienst en een triomfalistische politiek… zijn daarvoor niet nodig en ze doen veel kwaad. Wat nodig is, is meer soliditeit; de eerlijke eenvoud van mensen die toegewijd zijn aan de dienst van God. (…) Wat zou ons land mooi zijn als we allemaal dit Project van God zouden beleven, en als iedereen zou bezig zijn met zijn eigen taak, zonder de pretentie te hebben van iemand te willen overheersen.“
Precies een maand voordat hij vermoord werd legt Mgr. Romero nogmaals de klemtoon op drie belangrijke interpretaties van de bekoringen die altijd maar opnieuw in ons leven opduiken, en die dus ook voorkwamen in het leven van Jezus, volgens het getuigenis van de evangeliën.
Bij een eerste bekoring heeft hij het over het verschil tussen “onmiddellijke oplossingen, wat gelijkt op de eisen die adolescenten stellen”, en het Plan van God dat te maken heeft met grondige en radicale keuzes en veranderingen in de richting van Zijn Rijk. De duivel biedt gemakkelijke oplossingen aan, en wedt op mirakels. Monseigneur Romero zegt dat die gelijken op de onmiddellijke oplossingen zoals nogal wat politici ze eisen, om snel daarna dan te klagen dat ze er nog niet zijn. Hij vergelijkt het met de klachten en eisen en het ‘gezeur’ van adolescenten. Daar tegenover staat het Plan van God: gerechtigheid doen. Het echte brood dat mensen nodig hebben is niet dat van inderhaast in brood veranderde stenen, maar een rechtvaardige distributie van de goederen. Dat zal maar gebeuren wanneer de rijk(er)en afstand doen van wat ze toch (veel) te veel hebben, en het gaan delen met de armen. Monseigneur Romero gebruikt voor dit Plan ook een mooie uitdrukking: “Een samenleving opgebouwd naar het hart en de gerechtigheid van God”. We mogen ons niet blindstaren op onmiddellijke magische oplossingen van heel korte duur, ook al kunnen die misschien op een bepaald moment echt broodnodig zijn. Mgr. Romero zegt: “Laten wij de bekering van de harten organiseren; ja, laten wij de enen en de anderen leren de soberheid van de woestijn te beleven; laten wij hun de sterke verlossing van het Kruis leren te smaken, namelijk dat er geen grotere vreugde is dan zijn brood te verdienen met het zweet van zijn voorhoofd, en dat er geen zonde is die meer duivels oogt dan brood af te nemen van zij die hongeren”. In het Westen zijn we er ons onvoldoende van bewust dat de internationale economische structuur waarvan wij genieten tegelijkertijd de oorzaak is van de (extreme) armoede van miljoenen mensen. Mgr. Romero noemde dat de ‘structurele zonde’. Hoe belangrijk en noodzakelijk concrete solidariteitsprojecten ook zijn (gezien de armoede en de miserie zo dringend zijn en zo hemeltergend) - toch mag ons dat niet in slaap sussen en ons laten denken dat we al snel voldoende gedaan hebben. Mgr. Romero heeft duidelijk opgeroepen om de zondige (duivelse) structuren met de wortels uit te roeien. Dat is niet eenvoudig, maar het is brood-noodzakelijk. Dat is politiek werk. Wie is bereid om daar aan te werken? Het is dus opletten geblazen met deze eerste bekoring…
Bij de tweede bekoring verwijst Mgr. Romero naar de grote militaire parades waarmee de machthebbers geregeld uitpakken. We denken daarbij ook aan de onvoorstelbare veiligheidsdiensten die opgetrommeld worden wanneer USA-presidenten ergens verschijnen: alsof het om (valse) goden gaat die hun intrede in de wereld maken… Of hoe de president van El Salvador met een enorm militair vertoon aan de slachtoffers van de massamoord in El Mozote van veertig jaar geleden, komt aankondigen dat hij beslist heeft miljoenen te investeren in hun zone, en dat doet zonder dat hij dit ook maar eerst met hen besproken heeft en overlegd heeft wat de mensen écht nodig hebben en hoe dit dan samen gepland en georganiseerd kan worden… Mgr. Romero roept ons op om in navolging van Jezus radicaal ‘neen’ te zeggen tegen alle vormen van afgoderij en idolatrie: idolatrie van de rijkdom, idolatrie van de macht. We mogen daarbij ook de idolatrie van ons eigen ego niet vergeten. Staan we zelf niet heel graag op het podium en dan nog liefst in het midden? En dan maar uitpakken via Facebook en andere sociale media… Dat alles heeft te maken, zegt hij, met de “pretenties die men gebruikt om andere mensen op de knieën te krijgen voor de valse afgoden”.
Bij de derde bekoring roept Mgr. Romero ons op om niet in de val te trappen van een religieus, een politiek of economisch triomfalisme. Geen enkele concrete religieuze, politieke of economische situatie mag geïdealiseerd worden, want er staat nog zoveel te doen en er is nog zoveel niet gerealiseerd. De machthebbers pakken graag uit met hun verwezenlijkingen, en ook in de Kerken lopen we gevaar van dat te doen met een bijna spectaculaire heilige liturgie. **Monseigneur Romero zegt ons vandaag: “**Wat nodig is, is meer soliditeit, de eerlijke eenvoud van mensen die toegewijd zijn aan de dienst van God.” In deze pandemietijden is het heel belangrijk hier nogmaals te verwijzen naar die grenzeloze toewijding van alle zorgpersoneel om mensen bij te staan; ook naar hen die bezig zijn met de opvang van mensen die asiel aanvragen en die hen daadwerkelijk ondersteunen. Verder zijn er diegenen die een hand en een hart proberen te zijn voor mensen achter de tralies; zij die trouw aanwezig zijn bij al diegenen die door de mazen van het net vallen en in armoede en kou leven; gezinnen die heel bewust solidair delen en kleine stappen zetten om anders te gaan leven,… Die toewijding is nodig, absoluut nodig - en geen triomfalistisch religieus spektakel.
Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:
Laat ons een inspanning doen om te onderzoeken in welke mate de drie basis-bekoringen waar Mgr. Romero het vandaag over heeft, in ons leven zijn binnengedrongen, en welke antwoorden wij daar tot nog toe aan gegeven hebben. Hoe kunnen we elkaar daarin helpen?
Hoe kunnen we zelf onderscheiden en herkennen waar en wanneer we echt bezig zijn met mee te werken aan Gods Project en Zijn Droom voor de mensheid? Wat maakt daarbij voor de wereld het verschil uit dat wij ‘christen’ zijn?
Wat zal de Veertigdagentijd 2022 voor ons betekenen? Wat gaan we concreet doen?
Ludo Van de Velde
Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.