Pasen C 2010 Vreugde en verdriet. Met die woorden zou ik het Paasfeest van dit jaar kunnen typeren. Uiteraard is er de Paasvreugde die we elk jaar beleven omwille van de verrijzenis van onze Heer. We hebben het blijde verhaal in het evangelie opnieuw mogen beluisteren: de steen van voor het graf was weggerold en de Heer was er niet meer: het allereerste signaal dat Hij opgestaan was, weer levend, en het zou in de tijden die er op volgden blijken: nog MEER LEVEND dan voorheen. Als je van een triomfdag wil spreken, dan toch zeker wel deze. Wanneer er ergens een sterk verhaal opduikt en we niet naïef willen zijn, dan vragen we naar getuigen om zeker te zijn, om ons toch maar niet te laten bedotten. En die getuigen hebben we. Ze komen voor in het verhaal: Maria Magdalena, Simon Petrus en … geen voornaam maar eigenaardig getypeerd: ‘de door Jezus beminde leerling’. Waarom zegt de evangelist niet simpelweg Johannes?
Reden te over dus als er deze dag van uit onze kerktorens feestklokken te horen zijn, als we jubelend een Alleluja zingen, als het bekende en glorievolle Alleluja van Haendel ten allen kante weerklinkt op de best uitgebouwde orgels. Paasvreugde dus in onze Kerk.
Alleen meen ik dat in 2010 die vreugde er niet ongeremd is, wel integendeel. Je moet maar eens de berichten van de laatste maanden doornemen. Bisschop Johan Bonny noemde ze terecht ‘zwarte bladzijden in de geschiedenis van de Kerk’. Seksueel misbruik door priesters! Nu eens is het in dit land, dan weer in een ander dat het aan het licht komt. De pers komt er wat graag mee voor de dag, en het is zinloos om verdedigend te zeggen: het zal wel overdreven zijn. Het enige wat ik weet, dat is dat het niet alleen in kerkelijke kringen gebeurt, maar ook in de gezinnen. Een vooraanstaand Oostenrijks magistraat had het zelfs over 70 à 80% van de gevallen binnen gezinnen, en ook al zijn die niet allemaal gelovig, ze zullen ook niet allemaal vreemd zijn aan godsdienst. Laat ons maar zeggen dat dit een poging was om objectief te zijn, maar daarom nog geen excuus voor de vele feiten door priesters gepleegd, en wat betreft de bisschoppen en kloosteroversten: het moedwillig verzwijgen en het niet treffen van de gewenste maatregelen. In gezinnen, maar ook in kerkelijke middens zijn er beschamende feiten gepleegd, en als ik dit aanhaal, dan zal je begrijpen dat ik begonnen ben met die woorden: Pasen 2010: vreugde en verdriet. Je zou tegenwoordig bedenken: gelukkig dat ik geen bisschop ben, dat die verantwoordelijkheid niet op mijn schouders ligt. Verantwoordelijkheid niet, schaamte en verdriet wel, en daarom kunnen wij als priester, of liever ruimer: als christen, niet voluit vreugdevol zijn om Pasen 2010. Ik weet het wel: als ik deze gedachten voorleg, hier en nu, dan zullen heel wat collega’s niet akkoord gaan en afraden: dat zou ik nu toch niet zeggen. Als ik ongelijk heb, neem het mij dan niet kwalijk.
Het evangelie had het over een steen die van het graf weggerold was. Er is een heel zware steen die er nu ligt, niet voor het graf van de Kerk, wel voor haar leven. En toch blijven wij geloven in de toekomst van die Kerk. Overigens, het is niet de eerste keer in de geschiedenis dat er zich dingen voordoen die helemaal niet de goedkeuring van Jezus kunnen wegdragen en waarover Hij zelfs harde taal had gesproken. De Kerk heeft het overleefd, en dat zal ook nu zo zijn. Wees daar maar zeker van.
En om te besluiten, ik wil één voornemen maken: als ik één van de beschuldigden ontmoet, en dat is mij al gebeurd, en ik weet dat er heel wat schuldgevoelen en verdriet diep in zijn hart zit, dan wil ik geen steen oprapen zoals in het evangelie van 2 weken geleden, maar dan wil ik een poging doen om die grote steen weg te rollen. Zal mij een ware Paasvreugde zijn.