Met Pasen zouden wij vol vreugde moeten zijn en het halleluja aanheffen. Maar het halleluja is nog al wat christengelovigen meer een uiting van pijn dan van vreugde. Het afbraakproces van de Kerk, dat begonnen is met het verdwijnen van vertrouwde instituten op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en verenigingsleven gaat nog steeds door. De relatie tussen geloof en politiek wordt uit de weg gegaan door de scheiding van Kerk en Staat. Ook in de maatschappij verbrokkelen vertrouwde verbanden en heeft het leiderschap nog weinig stabiliteit. Zelfs het ter discussie stellen van het kernpunt van ons geloof, het vertrouwen op het eeuwig leven, ondergraaft het leven Kerk en maatschappij. Wat vroeger als goed beoordeeld werd, wordt nu met argusogen bekeken of zelfs veroordeeld. Bepaalde mensen willen zich niet meer laten rekenen tot een Kerk, waarin de normen hoog gesteld werden, maar waartegen enkelen zwaar gezondigd hebben en distantiëren zich.
Toch is het wonderlijke dat, wanneer je de gebeurtenissen niet alleen maar als verlies gaat zien, maar ook als het begin van een nieuwe tijd, je een andere kijk krijgt op het geheel. Woorden als “we moeten de fouten, die gemaakt zijn, onder ogen durven zien en daarvan leren”, geven een opening naar het nieuwe leven. Het zuiveringsproces dat plaats vindt, geeft de christengemeenschap een nieuwe kans. Want de gelovige laat Jezus niet zo maar vallen. Wel vindt er een zoektocht plaats naar hoe wij met Hem verder kunnen gaan.
Onze situatie te vergelijken met die van de leerlingen. Ze waren in enkele dagen heel wat kwijt geraakt. Allereerst het leven in de schaduw van Jezus, die veiligheid en geborgenheid aan hun leven gaf. Hij kon alles aan. Zelfs storm en winden, kwade geesten en kwaadwillende mensen had hij getrotseerd. Hij kreeg veel waardering voor het mooie en goede dat Hij voor mensen betekend had. Ontluisterend was daarna het moment voor de leerlingen hoe Hun Heer kwetsbaar ten gronde werd gericht en een zinloze dood stierf aan het kruis: de dood van een misdadiger. Beoordelingen waren omgeslagen van positief naar negatief. Nu stonden zij er helemaal alleen voor. Vele mensen distantieerden zich van alles, toen Jezus in Jeruzalem gevangen genomen werd en gekruisigd werd. Vanuit een valse zekerheid koesterden de leerlingen nu de tijd die in feite voorbij was en niet meer terug zou komen. Angst overheerste meer dan vreugde en geloof.
Buiten hen om voltrok zich het nieuwe leven. Het had nog geen naam. Maar later kreeg het de naam: Pasen. Afgeleid van Pascha, dat “de Heer redt” betekent. Nieuw leven diende zich aan toen enkele vrouwen naar het graf toe gingen om Jezus’graf te bezoeken. “Wie zoekt Gij”, zei een engel tegen de vrouwen. “Hij is niet hier, Hij is verrezen en gaat u voor naar Galilea”. Het lege graf wordt de deur die binnenleidt in het nieuwe leven. Galilea was de plek, waar Jezus zijn zending kon opbouwen en uitdragen. Waar de mensen ook gehoor gaven aan Zijn stem. Zo kon hij genezend werken en wonderen doen. In Jeruzalem lukte dat niet. Daarom hoorde bij zijn verrijzenis: weg uit Jeruzalem dat zijn profeten doodt en Jezus aan het kruis heeft geslagen. Terug naar de mensen die open staan voor Jezus, waar ter wereld ook, waar Jezus aanvaardt wordt. Daar kan het besef Van Jezus’ verrijzenis groeien in de harten van de leerlingen.
Gewone mensen leerden mij dezer dagen dat Pasen een feest is dat ons niet overkomt, maar dat wij zelf ook inhoud moeten geven. Het uit zich vaak in gewone dingen zoals het poetsen van de kerk, het oefenen voor zang en liturgie, het maken van mooie bloemstukjes en zelfs het ophalen van de vastenzakjes. Deze mensen leerden mij dat het feest van Pasen betekent: schoon schip maken met het verleden, open staan voor de dagen die komen gaan en je richten je op het nieuwe leven. Jongeren interesseert het gekrakeel over de Kerk niet.
Zonder geleerde woorden maken eenvoudige mensen ons duidelijk dat Jezus nog steeds onze tijd en aandacht verdient als de verrezen Heer. Het wordt weer Pasen. We moeten in actie komen. Voor iemand die niet wil horen wat hij hoort kan het nooit Pasen worden. Voor iemand die ontvankelijk is voor Gods boodschap van verrijzenis en het nieuwe leven breek het Paasfeest aan. Als wij tot ons toelaten wat uitgejubeld wordt in de paasgezangen, dan ervaren wij hoe wij samen met Jezus het oude achter ons laten en tot nieuw leven komen door Jezus’ verrijzenis. Zo wordt het paasfeest een open deur naar het leven. In die zin wens ik u een gezegend paasfeest toe.