Pasen (2004)

C-cyclus · Paastijd · Paaszondag · wit

Op dit hoogfeest van Pasen vieren wij de kern van ons geloof, het uitgangspunt van twintig eeuwen christen zijn. Deze boodschap was de inhoud van de eerste verkondiging: “De Heer, die gij gekruisigd hebt, is verrezen. En daarvan zijn wij getuigen.” Het zogezegde oerkerugma. Heel de geloofsgemeenschap is hierrond gegroeid.

Niemand heeft de verrijzenis van Jezus zelf meegemaakt. Maar de vier evangeliën vermelden de ontdekking van het lege graf. Bij Johannes heeft het verhaal duidelijk alle kenmerken van een ooggetuigenverslag: men loopt, Johannes eerst. Men laat Petrus eerst binnen. Men stelt vast wat er aan linnen nog ligt… - Maar meer nog. Er is een wolk van getuigen, die de Verrezen Heer hebben gezien. . Magdalena, Petrus en de Apostelen, de Emmaüsgangers, dan weer aan 500 tegelijk, aan Paulus…Het waren geen zinsbegoochelingen noch projecties. Projecties zijn er, als men zich iets uit verlangen gaan voorstellen. Maar men geloofde er niet meer in. Het avontuur was afgelopen. Tragisch. De leerlingen van Emmaüs liepen met hun hoofd tussen de knieën naar huis terug. Thomas geloofde er niets meer van. Integendeel, een man als Paulus (Saulus) vervolgde al wie christen was… Er was Iemand van b uiten hen, die zich liet blijken. Er was een objectieve realiteit die zich aanbood en hun leven a.h.w. doorboorde. En dit gebeurde op diverse wijzen. Thomas mocht Jezus aanraken., zijn wonden betasten. Of dan at Jezus weer net zoals Hij het tijdens zijn aardse leven had gedaan. Dan is er het soort van verschijningen zoals aan Saulus: een bliksemschicht, een klaarte. Of in drie vermommingen: als een tuinman bij Maria Magdalena, als een reisgezel bij de leerlingen op weg naar Emmaüs, of als een strandloper bij het meer. Zijn verheerlijkte gestalte kunnen we niet waarnemen met de ogen die we hebben. Hij behoort nu tot een andere bestaanvorm. Zijn echte aanwezigheid wordt a.h.w. vertaald in aanpassing van de ziener, of volgens de boodschap die Hij brengt. Zo zijn ook de verschijningen van Maria. Zij is anders in La Salette dan in Lourdes, In Fatima weer anders dan in Medjugorje.

Wellicht heeft Jezus met dit laatste soort verschijningen zijn leerlingen erop attent willen maken hoe Hij blijvend aanwezig is in de anderen. Hoe Hij aanwezig is in de vele kleinen die we dagelijks ontmoeten, ook hier op bedevaart. In de zwakke en de zieke… Het belangrijkste is nog niet dat Hij van de dood is opgestaan, maar wel dat Hij onder ons aanwezig blijft. Dichter bij ons dan we vermoeden. Eens moest de gekende Franse predikant le Père Monier een retraite geven. Hij was al op leeftijd en sprak moeilijk omwille van een gezwel in zijn keel. Tussen de conferenties in ging hij bidden in de kapel. En het was alsof Jezus hem zei: “Ik ben nooit oud geweest. Maar ik wil oud zijn in u!” En deze ontmoeting gaf Monier de kracht om verder zijn retraite te preken. In de het auditorium lag nu een verlamde jonge dame. En Monier begon:“In de naam van Jezus zeg ik u, Ik ben nooit verlamd geweest, maar ik wil lam zijn in u.”. Paulus had deze ervaring: “Niet ik leef meer, maar Christus leeft in mij.”

De grote invalspoort van Jezus blijvende aanwezigheid in zijn Kerk, is de H. Eucharistie. Daar wordt Hij ons voedsel om van te leven, opdat wij zijn lichaam zouden worden, zodat Hijzelf meer in ons leeft, dan wij leven in onszelf. In de H. Eucharistie komt de verrezen Heer Jezus naar ons toe in deze Christus-wording. Niet alleen Hij leeft onder ons, maar wij worden gelijkvormig aan Hem. Mochten we in deze geest en in dat groot verlangen nu verder de H. Eucharistie vieren en beleven , opdat we van hieruit getuigen zijn van dat grote wonder, dat a te weinig is bekend, en waaraan we voorbij leven - vaak onbewust. Danken we de Heer, dat Hij ons de gave schenkt van zichzelf in deze tekenen van Brood en Wijn. Amen.

Zoeken in Preken Online