Passen als loflied op het leven

C-cyclus · Paastijd · Paaswake · wit

De zojuist ontstoken paaskaars brandt dat het een lieve lust is. Ze maakt zich niet druk dat ze zal opraken, eens zal uitdoven en niet meer zijn. Ze hoeft alleen maar haar roeping te volgen en licht te verspreiden. Het gewijde water spat en sprenkelt vrolijk in het rond. Dat er ooit niet genoeg zou zijn, deert het water niet.
De dingen, de dieren bestaan en leven en zijn zich niet bewust dat het einde meegegeven is met al die uitbundigheid. Maar mensen worden geboren en weten soms al heel vroeg van vergankelijkheid. Kinderen merken tot hun angst dat ouderliefde en zorg niet vanzelfsprekend zijn. Jonge mensen houden de prestatiejacht met hun leeftijdgenoten maar nauwelijks vol. Soms slaat de dood letterlijk toe, bijvoorbeeld door roekeloos gedrag of een kleine onoplettendheid in het verkeer.
Als we ouder worden, dan begint de dood echt tot het leven te horen. Links en rechts van ons vallen ze weg, familie of vrienden. Zelf krijg je met ziekte te maken. Miljoenen brengen we in de strijd om ons tegen die afgang, te wapenen. Hoeveel middelen om onze jeugdigheid op peil te houden, hoeveel medicijnen om het onvermijdelijke uit te stellen. We sporten en we bewegen, we bezoeken therapeuten en haptonomen. En de pessimisten onder ons zeggen: ach de mens wordt geboren om te sterven. Het leven is een tocht naar de dood, die vroeg of Iaat toeslaat.
In deze nacht vieren we Pasen. Het feest, gewijd aan een man ten dode gedoemd zoals wij allen, maar die daarop reageerde door te leven. Hij calculeerde in, dat Hij op zou raken, zou verslijten aan zijn idealen, maar Hij bleef niet zitten waar Hij zat, nam zich niet tegen zichzelf in bescherming, ging voluit door met datgene, wat Hij herkend had als zijn opdracht: mensen vrij maken, bevrijden van angst, optillen uit gevangenschap en onvermogen. Hij wilde zijn leven verliezen om het te winnen. In plaats van zijn activiteit in te zetten in de strijd tegen zijn eigen dood en weg te vluchten van de uitdagingen van zijn tijd, ging Hij er voluit tegenaan. Voor de dood had Hij nauwelijks aandacht, het leven bevorderen was zijn sterkte. Pasen is een loflied op het leven. Ook onder ons komen we zulke mensen nog tegen. Ze krijgen met een levensbedreigende ziekte te maken. De een haast zich van dokter naar dokter, van het ene kwalijke medicijn naar het andere en de kwaliteit van leven is ver te zoeken. Maar we komen ook mensen tegen die na aanvankelijke schrik en teleurstelling hun situatie onder ogen zien en die zich niet door de dreigende dood laten ringeloren maar voluit kiezen voor het leven. Vaak hoor je mensen dan zeggen, dat ze juist die periode van hun leven als heel intens hebben ervaren. Juist in het zicht van de dood krijgt het leven zijn kleur, wordt de liefde steeds stralender. Zulke mensen zijn vaak een troost en bemoediging voor allen die hen bezoeken. Dat is leven tegen de dood, dat zijn Paasmensen.
Die levenshouding, die Jezus eigen was en die wij ook onder ons tegenkomen, werd gedragen door een groot vertrouwen in God. Jezus wist, dat Hij geborgen was bij zijn Vader en gedragen werd door Hem. ‘Juist in mijn dood zal het leven verheerlijkt worden; zal mijn Vader zichzelf bewijzen als de Heer van alle leven.’ De paaskaars is het beeld van het onbekommerde licht, dat schijnen wil in iedere mens en door geen dood te doven is, als we dat niet willen.

Zoeken in Preken Online