Homilie op het Feest van Ons Heer Hemelvaart: “Hemel en aarde niet zo ver uit elkaar!” (Lc. 24, 46-53)
Tielt, 9 mei 2013
Is het wel de moeite waard om zoveel geld te investeren in de bemande ruimtevaarten naar de maan of naar ik weet niet welke planeet? Dat kost enorm veel geld. En zoveel wijzer zijn we erdoor tot op heden niet geworden. Of is het louter voor de kick of voor het prestige van een land?
Waarom trekken mensen de bergen in en beklimmen ze de toppen van de Himalaya of de Matterhorn? Honderden mensen hebben daar reeds het leven gelaten, zonder ooit de top te bereiken. Hoeveel angst, ijzige sneeuwstormen en bitterkoude nachten hebben ze doorstaan! Waarom zetten mensen daarvoor hun leven op het spel? Voor de kick?
En waarom een vijftien jaar geleden die gevaarlijke zuidpoolexpeditie van Dixie Darsercoer en Alain Hubert? Voor de stunt?
Weet je waarom ik die vragen stel? Niet om daarop een kritisch antwoord te geven, wel om te komen tot ons eigen levensverhaal. We tobben ons af, we werken ons kapot, we zuchten onder stress en zorgen, we worden depressief… en waartoe dient het? Is alles wel de moeite waard als het leven toch op de dood uitloopt? Dat we allemaal zullen sterven is toch zeker. Waarover maken we dan ons zo druk? Waarom niet leven als een kommerloze Pallieter, van wie de levensleus is: “Pluk of melk elke dag en lik van alles de saus af!” Waarover maken we ons zo druk?
Tegen de achtergrond van die vraag moeten we het feest van Ons Heer Hemelvaart plaatsen.
Voor de meeste mensen zegt Hemelvaart niets meer. Het is een vrije dag, het begin van een extralang vrij voorjaarsweekend, uitermate geschikt voor een vierdaags verblijf aan zee of in de Ardennen of een caravanoefendag, een soort proefdraaien voor de zomervakantie. Misschien is het belangrijk voor de leden van de Christelijke Arbeidersbeweging. Die vieren vandaag Rerum Novarum met een speciale mis, een mooie stoet, veel ronkende toespraken… Maar voor een landbouwer, een middenstander of werkgever? De meeste mensen zeggen wellicht heel oneerbiedig met de verzen van de zonderlinge Franse dichter Jacques Prévert: “Notre Père, qui êtes aux cieux. Restez-y. Et nous, nous resterons sur la terre qui est quelques fois si jolie” (Onze Vader, die in de hemelen zijt, blijf er maar. En wij, wij zullen hier op aarde blijven, die dikwijls zo mooi is).
En toch…, toch vieren we vandaag een bijzonder belangrijk feest. Hemelvaart is een onderdeel van het Paasfeest.
Jezus leeft over de grenzen van de dood heen. En Hij zegt ons: “Ik ga een plaats voor u bereiden.” Een gelovig mens weet dat hij niet al zijn kaarten op dit leven hier op aarde moet zetten. Hij hoeft zich niet in allerlei zorgen vast te bijten. Een oud spreekwoord zegt: “De wereld is als een brug. Stap erover heen en geniet ervan, maar bouw niet je huis op die brug.” Een brug brengt mensen naar de overkant. Daar pas zullen ze thuis zijn. Geen enkele verstandige zakenman investeert zijn geld in zaken die gedoemd zijn om failliet te gaan. Waarom zijn wij dan zo kortzichtig dat wij al onze energie stoppen in een leven dat op een failliet, op de dood, eindigt?
Onze voorouders hebben vrij vroeg Hemelvaart tot een feest gemaakt. Voor hen was het meer dan een vrije dag. Terecht! We leren vandaag dat we in onze wereld zo moeten leven dat we na dit leven bij God kunnen thuiskomen.
Hemel en aarde liggen niet zo ver uit elkaar. We hoeven echt niet, zoals de leerlingen, naar de hemel te staren. Het is voldoende dat we proberen op onze plaats hier op aarde, met onze mogelijkheden en beperktheden maar vooral in de kracht van Jezus’ Geest, de wereld een beetje menswaardiger te maken, de aarde uit te bouwen tot een stukje hemel voor iedereen: door een lief of bemoedigend woord, een kleine attentie, een oor dat kan luisteren naar de noden van de mensen, een open oog voor wat het leven vraagt, een milde hand, een ontvankelijk hart.
Dat bedoelt Jezus met de woorden in het evangelie die tot ons gericht zijn: “Van dat alles moet gij getuigen.”
Als we het feest van Hemelvaart zo zien, dan mogen we steeds leven in de vreugde dat ons leven hier op aarde en dat van de mensen om ons heen niet op een failliet, een mislukking, eindigt.
Wat een vreugdevolle boodschap, die heel ons leven hier op aarde kan bepalen en zelfs veranderen, op voorwaarde dat je anders wilt gaan leven! Maar dat is misschien het probleem!
Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt
Homilie op Moederdag 12 mei 2013: Het feest van de moeder die haar kinderen dolgraag ziet, maar toch geen helikoptermama is!
Tielt, 12 mei 2013
De meeste kinderen groeiden vroeger op in een kroostrijk gezin. De vaders hadden meestal een heel drukke en lange werkdag en de moeders hadden hun handen vol met het vele handwerk in het huishouden, de zorg voor hun moestuintje en soms ook als hulp bij het werk van hun man. De kinderen moesten vrij vlug meewerken of uit werken gaan en mochten in hun vrije tijd, buiten het alziend oog van hun moeder, ravotten, meikevers vangen of in een boom of op een primitief klimrek klauteren. Weet je dat ik in de lagere school thuis nooit een huiswerk heb moeten maken of een les instuderen? We hadden ook veel meer schooldagen: elke week van de maandag morgen tot de zaterdagmiddag; de Kerst- en Paasvakantie duurde slechts één week en de grote vakantie begon half juli en eindigde op 31 augustus.
Dat alles is verleden tijd. Kinderen groeien op in een klein gezin, waar ouders vlug klaar staan met een zakdoek om hen te troosten of ze te helpen bij een moeilijke huistaak of ze op weg te helpen om de leerstof, die ze op school gekregen hebben, in hun jong kopje te krijgen.
Veelal is dat het werk van de moeder en we moeten vandaag op Moederdag bijzonder veel respect opbrengen voor die bezorgde en soms overbezorgde moeders. Ze doen het goed. Maar misschien te goed?
Eva De Geyter, freelancejournaliste en vrouw van Café Corsari-gastheer Freek Braeckman, heeft daarover een boeiend boek geschreven met als titel “Help, ik ben een helikoptermama”. Het tijdschrift Knack heeft een paar weken geleden eraan een artikel gewijd.
Een helikoptermama kan niet loslaten en voor haar kind moet alles perfect zijn. Niets mag mislopen. Ze wil het eigenlijk te goed doen. Het schijnt dat er nu moeders zijn die een camera installeren in de slaapkamer van kindlief. Zo extreem kan het worden en de commercie speelt daar handig op in. Gewone babyfoons zenden alleen maar geluid door, maar er zijn er ook met een sensor in de matras en sommige hebben zelfs een cameraatje zodat je je kind kunt zien slapen. Er bestaan ook gesofisticeerde gps-systemen in gsm’s zodat je je kind altijd en overal op de voet kunt volgen. Geen risico’s nemen is de leuze van onze samenleving. Wat ben ik blij dat ik geen helikoptermama had!
Helikoptermama’s maken zoveel luxeproblemen: de keuze van de perfecte kleren, de juiste sport- of dansclub, de juiste jeugdbeweging, enz… Een kleuterleidster vertelde me dat een moeder haar vroeg of haar zoontje van 3 jaar later universitaire studies zou aankunnen: een vraag die ze beter 15 jaar later zou stellen.
De meeste helikoptermama’s hebben een taak buitenshuis, zitten daardoor in de knoei met het evenwicht tussen werk en gezin en kunnen daardoor onzeker worden. In plaats van te veel hebben ze juist te weinig tijd en overladen daardoor hun kind ter compensatie met extra veel zorg en ambities. Uit schuldgevoel verwennen ze hun kinderen en willen ze hun zogezegd alle kansen bieden.
Misschien moeten ze dan eens bij hun eigen ouders te rade gaan. Zodra ze zelf kinderen krijgen, doen ze dat meestal automatisch. Pas dan ontdekken ze wat hun eigen ouders, misschien zonder ooit een boek over opvoeding gelezen te hebben, voor hen betekend hebben. Zo leren die jonge mama’s dat je gewoon op jezelf moet vertrouwen, je eigen aanvoelen moet volgen en aandacht voor je kind moet hebben. Soms gaat dat over heel eenvoudige dingen. Dan komt het wel goed.
Dan leer je ook dat je als moeder weleens mag falen en dat achteraf mag toegeven . Als je moe bent of een beetje onwel, vlieg je soms onterecht uit. Dat is geen ramp. Dat maakt je nog niet tot een slechte moeder. Zelf leer je daardoor meer los te laten. Dat is verfrissend voor iedereen, zeker ook voor de kinderen. Best dat een kind tijdig ondervindt dat de mensen, ook zijn eigen moeder, niet perfect is. Anders zou het slecht voorbereid in de maatschappij der volwassenen belanden.
Ik wens op deze Moederdag aan geen enkel kind een helikoptermama, maar een mama die een gewone vrouw is maar van binnen leeft voor de anderen en vooral haar kinderen dolgraag ziet.
Dan wordt Moederdag een deugddoend en inspirerend feest, waarin veel dankbaarheid zindert.
Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt