7° Paaszondag C (2010)

C-cyclus · Paastijd · 7e zondag van Pasen · wit

In de eerste lezing wordt verteld dat de apostelen na de Hemelvaart bij elkaar in gebed bij elkaar bleven. En heel ongewoon eindigt het stuk met de woorden: “…samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus en zijn broeders.”
“De vrouwen” slaat op de groep vrouwen over wie Lucas (8, 1-3) in zijn evangelie schrijft dat ze met Jezus meetrokken en voor zijn onderhoud zorgden. En “zijn broeders” mag volgens de officiële tekstuitleg niet verstaan worden als broers in onze betekenis. Want daarmee zou de totale maagdelijkheid van Maria ongedaan worden gemaakt.
Met de vermelding van de vrouwen en de broeders komt er even iets huiselijks, iets gewoons in het verhaal: mensen die bij elkaar blijven nadat ze van een familielid en vriend afscheid hebben genomen.
Dat gewone mis ik in het doen en laten van onze kerk, die wel de gemeenschap bij uitstek heet te zijn, maar het bij lange na niet is.
In het begin van mijn opleiding hadden wij een wijze overste die ons al wilde voorbereiden op de tijd daarna. Zo kwam hij een keer binnen om zijn wekelijkse visie met ons te delen. Hij begon met de woorden: “Vandaag kan ik kort zijn, want ik zal spreken over de gevormde jezuïet en zijn verhouding tot vrouwen. Er zijn twee vrouwen die voor hem geen bekoring zijn: dat zijn de Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria en zijn eigen moeder. Amen.” Daarna verliet hij statig het lokaal.
In het grote gebouw waar we woonden, kwamen vrouwen nooit verder dan de spreekkamer. En zo is het in heel de kerk: aan vrouwen worden grenzen gesteld. Zo mogen vrouwen officieel het priesterkoor niet eens betreden. En dat terwijl de maaltijd des Heren, de eucharistie, het hart van de kerk heet te zijn. In de kleine gemeenschap van een huisgezin is de vrouw van nature betrokken bij alles wat met voeding en tafelen te maken heeft, ook al betekent dat niet dat zij de enige is die kookt of de afwas doet. Maar niet zo in het geval van de maaltijd des Heren.
Om redenen, waar Jesus op geen enkele manier bij betrokken kan worden, zijn vrouwen in de kerk steeds meer gereduceerd tot tweede soort. Zelfs normaal en wettig contact met hen is afgewezen voor de volgeling van Christus.
Uiteindelijk is niet het celibaat, of de heiligheid van maagdelijkheid, de opvallende afwijking van het christendom, maar het feit dat vrouwen, de andere helft van de mensheid, nooit gelijke rechten en kansen gekregen hebben. De katholieke Kerk neemt helaas voor zoete koek aan wat er geschreven staat in het Boek der Schepping: “Jahweh God sprak: “Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past.” (Gen. 2, 18) en evenmin leert zij uit het verhaal van de bruiloft van Kana dat het vrouwen zijn, zoals Maria, die er gevoelig zijn als dingen mis kunnen gaan.
Intussen weten wij van elders dat vrouwen met hun eigen wijze van mens-zijn onvervangbaar zijn en steeds meer bijdragen aan de ontwikkeling van mensheid en menselijkheid in heel veel opzichten.
De katholieke kerk heeft heel grote diensten bewezen aan de mensheid, met name dank zij de unieke bijdrage van vrouwen op het gebied van basis- en middelbaar onderwijs en gezondheidszorg. En zij heeft het niet verdiend dat zij in een kwaad daglicht gesteld wordt vanwege seksuele misdrijven van haar voornaamste vertegenwoordigers. Want internaten met paters en broeders zijn sinds januari bijna dagelijks in het nieuws. Sportclubs en zomerkampen worden in dit verband vergeten.
Maar nog nooit heeft zij erkend dat zijzelf, die zich exclusief de Kerk van Christus noemt, niet alleen vrouwen maar de hele mensheid, en zichzelf, intens te kort heeft gedaan en kansen gemist heeft. Tot op de dag van vandaag doemt zij vrouwen tot zwijgen in de kerkbanken en de kinderkamer.
Opheffing van het celibaat en het recht van vrouwen op priesterschap blijven op zich doekjes voor het bloeden zolang de kerk niet schuld erkent en vrouwen totaal gelijke rechten en kansen toestaat in de kerk, juist zoals in het burgerlijk leven.
Echte vrede in deze wereld zal pas mogelijk zijn als vrouwen helemaal tot hun recht kunnen komen. De kerk, met haar gezag en aanzien, kan daar als niemand anders grotelijks toe bijdragen. Dan zullen vrouwen een nieuwe tijd beginnen, voor de kerk zelf en voor de hele wereld.

Zoeken in Preken Online