7e zondag van Pasen – jaar C

C-cyclus · Paastijd · 7e zondag van Pasen · wit

Viering PCB Brugge

Zevende Paaszondag – C / ‘Wezenzondag’

28 en 29 mei 2022

‘Wezenzondag’* is de naam van de zondag die tussen** en** ligt. De naam ‘Wezenzondag’ is ontstaan doordat men in de liturgie op de veertigste dag na gedenkt en viert dat Jezus naar de hemel gegaan is. Op de vijftigste dag viert men Pinksteren waarmee men de uitstorting van de Heilige Geest gedenkt. Centrale tekst uit de bijbel is Johannes 14, 18: ‘**Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie terug…’ *(uit Wikipedia)

Er ligt bij deze homilie een opdracht te wachten die niet gemakkelijk is: hoe vind je als voorganger en predikant van dienst wat hoopvolle woorden voor de gedetineerden die daar in de viering voor je zitten (want voor hen is het in zekere zin alle dagen ‘Wezenzondag’…)?

Vandaag is het dus de zondag na Hemelvaart. Die heet volgens de traditie: ‘Wezenzondag’ - en dat is eigenlijk een heel merkwaardige naam. Jezus is dood en voorgoed naar de hemel opgevaren; daar moeten we het maar mee doen. Wel zijn er verwarrende verhalen van mensen die beweren dat ze Hem gezien hebben, maar wij moeten het doen zonder die ervaring; wij moeten het doen met alleen maar het ‘missen’ en het ‘afscheid’ (voorgoed?) . En ja natuurlijk, straks wordt het Pinksteren en komt de Geest – zo hopen wij toch, want zo is ons beloofd. Maar hoe moet het ondertussen verder – met ons, met de Kerk, met de wereld, in deze woestijn van verlatenheid..?  Tussen Pasen en Pinksteren sta je stil bij die ervaring - hoe je kunt geloven zonder te weten, zonder ervaring uit de eerste hand? Hoe je kunt geloven al loslatende - zelfstandig. Hoe je omgaat met dat ‘missen’, dus, en met dat ‘afscheid’. Het moèt in elk geval – het kan niet anders. Jezus zegt zelfs in zijn afscheidsrede: ‘Het is beter voor jullie, dat ik weg ga; als ik niet weg ga, zullen jullie nooit de Geest kunnen krijgen.’ (Joh. 16,7) Leven zonder Goeroe, zonder vader, zonder moeder; leven uit je eigen kracht. Dat is moeilijk. Liefst willen we – in het leven in het algemeen, en in het geloven in het bijzonder - een pak zekerheden, wat dogma’s en onfeilbaarheden, een sterke leider, een Koning, een Paus, priester of profeet. Vanuit de verhalen die de Kerk leest deze zeven weken tot Pinksteren, moeten wij als leerlingen leren leven met de afwezige Jezus. Leren te geloven vanuit het ‘missen’. Leren loslaten en op-nieuw vastpakken. Omzien in verwondering – en tegelijk onszelf daadwerkelijk laten aanblazen en weer in gang trekken door de Geest. Je weet, dat je alleen bent en nu sta je voor een keuze. Is er met dat ‘grote gemis’ wat aan te doen en wat mee aan te vangen? Laten we goed luisteren naar wat de Schrift ons daar in deze dagen over te zeggen heeft. We krijgen vanuit het evangelie vier opdrachten mee op deze ‘Wezenzondag’, om het uit te houden in die moeilijke ‘tussentijd’ tussen Pasen en Pinksteren (en heel concreet voor jullie, mensen in detentie: om het uit te houden in de permanente ‘Wezenzondag’ die jullie hier dag en nacht, soms jaren aan een stuk, moeten doormaken):

VOLWASSEN WORDEN IN GELOOF – OPHOUDEN MET ALLEEN MAAR OMHOOG TE KIJKEN, EN TE DENKEN DAT HET GELUK EN DE TOEKOMST VANZELF VOOR ONS UIT DE HEMEL ZULLEN VALLEN.

‘Mannen van Galilea, wat staan jullie naar de hemel te kijken?’ (Hand. 1,11) vragen de twee mannen in het wit op Hemelvaartsdag aan de leerlingen van Jezus. Alsof ze willen zeggen: het is niet omdat Jezus naar de Vader is teruggekeerd, dat jullie van nu af aan met het hoofd in de wolken moeten lopen en verder niets moeten doen. Integendeel, kijk en luister naar wat er rondom jullie gebeurt: aan jullie om het verhaal van Jezus door te vertellen, om te doen wat Jezus jullie heeft voorgedaan!’

De hemel moeten we niet zoeken met ons gezicht omhoog.

De hemel is elke plek en elk moment waar God gebeurt,

waar alle leven, denken, doen en spreken

van God doordrongen is en liefde zichtbaar maakt.

Daartoe zijn wij geroepen – om zo met Hem

‘ten hemel te varen’, dag na dag…

De religie is voor velen nog altijd vooral een kwestie van ‘opzien naar de hemel’ en verder ‘blijven staan waar je staat’ (het status-quo handhaven in jezelf, de wereld, de Kerk). De engelen van Hemelvaart zeggen ons echter dat geloven veeleer een kwestie is van gààn, en van ‘naar beneden kijken’, omzien naar de anderen om ons heen – de zwaksten en kleinsten eerst. Zoals in Matteüs 25 gezegd is over het laatste oordeel, ons grote eindexamen ooit aan de poorten van de hemel: daar zullen we al onze theorieën en cursussen moeten achterlaten. En ook al onze titels, erelinten en staten van verdienste. Het toegangsticket tot de hemel, de sleutel om als geslaagd te worden verklaard zal zo bescheiden zijn als een stuk brood dat je met iemand deelde of een beker koud water die je zonder nadenken uitschonk voor wie dorstig was naar recht en gerechtigheid…

SAMEN BLIJVEN – MEKAAR NIET IN DE STEEK LATEN

We worden door het evangelie opgeroepen tot eenheid en verbondenheid. Eenheid, dat is met mekaar op stap gaan in goede en kwade dagen. In lief en leed.
Maar hoe bereik je die eenheid? Hoe draag je elkanders lasten? Hoe ben je bevrijdend aanwezig in een wereld van onheil? Specialisten hebben over de herten geschreven dat deze bij het oversteken van een stroom, op zoek naar een grazige weide op een eilandje, op zo’n manier achter elkaar gaan lopen, dat ze voor elkaar de zware geweien dragen. Het dier dat volgt strekt namelijk de nek en legt de kop op het dier dat voor hem loopt. Maar aangezien er natuurlijk één dier is dat voorop loopt en geen ander dier voor zich heeft om zijn kop op te leggen, lopen zij, naar men zegt, om beurten voorop. Wanneer dus het dier dat voorop loopt moe wordt, gaat het op een gegeven moment achteraan lopen. Zijn plaats wordt dan ingenomen door het dier voor wie het de last van het gewei gedragen heeft. Zo trekken herten, elkaars lasten dragend, en eensgezind, een stroom over tot ze weer vaste grond bereiken. Eenheid in goede en overvloedige tijden is gemakkelijk. Maar samen bevrijdend blijven, Jezus achterna, in crisistijden: dat weegt door en is moeilijk. Samen elkanders lasten dragen. Samen gemeenschap maken en Kerk vormen; eensgezind, verbonden en dienend: dat is het wat het Evangelie, dat is het wat de Geest vandaag van ons vraagt…

WAKEN, WAKKER BLIJVEN, DE WACHT HOUDEN BIJ ONSZELF EN BIJ MEKAAR, NIET IN SLAAP VALLEN

Wees waakzaam want voor je het weet hebben eenzaamheid en moedeloosheid je overmand heeft angst je in zijn greep en zeg je zelf ook op de duur dat niemand te vertrouwen is. Wees waakzaam want voor je het beseft geloof je ook de leugens van het fake-news en ga je mee in complotdenken dat altijd weer zondebokken zoekt en nooit de verantwoordelijkheid legt bij zichzelf. Wees waakzaam staar je niet blind op wat nu nog niet of niet meer kan maar zie wat wel nog kan en ontdek in jouw moeilijke situatie toch telkens weer kleine, nieuwe mogelijkheden en kansen om mensen van op afstand toch nabij te zijn… Wees waakzaam en zie hoe God vandaag gebeurt, hoe de Verrezene geboren wordt: helemaal anders dan voorzien en toch zo echt in zoveel kleine tekens en gebaren, vervoegingen steeds weer in alle wijzen en in alle tijden van het Grote Woord ‘Ik zal er zijn …’ Zoek het vooral niet te ver het kan allemaal zo eenvoudig, zo gewoon, in kleine alledaagse dingen. Wees waakzaam leer met Gods ogen naar elkaar, naar de wereld en naar de toekomst te kijken hoor Zijn woord van bemoediging in en achter alle mensenwoorden spreek Zijn taal, het liefdesrefrein ‘Ik zal er zijn’ maak Hem zichtbaar en weet: Hij is te doen Hij is niet ver, de Eeuwige; Hij is vlakbij. de hemel is voor altijd midden onder ons…. (vrij naar een tekst van Carlos Desoete in corona-tijden)

BLIJVEN BIDDEN

Na de Hemelvaart van Jezus zit een kleine groep mensen bij elkaar: apostelen, leerlingen, familie van Jezus, vrouwen en mannen. Het glorierijke Pasen ligt achter hen. Van de komst van de heilige Geest hebben ze nog geen weet. Ze bemoedigen elkaar en bidden samen. En ze denken terug aan het bidden van Jezus op het laatste avondmaal… Dat bidden, dat was niet alleen ieder voor zich, maar ook samen met de hele groep. Het was een smeken om de Geest, om het vuur van het begin en om een nieuwe adem… Maar haalt dat bidden wel iets uit? Ja en nee, want het hangt er vanaf wat je ervan verwacht. Het haalt niks uit, zeggen teleurgestelde bidders. Want van alles wat we steeds weer vragen zien we zelden iets in werkelijkheid gebeuren. Maar anderen durven zeggen: als we niet hadden gebeden, waren we er nooit doorheen gekomen. Bidden verandert misschien de situatie niet. Maar bidden kan andere mensen van ons maken: milder, wijzer, steviger, hoopvoller, dankbaarder soms. Wie bidt om te krijgen en te hebben, zal dikwijls met lege handen thuiskomen. Wie bidt om te worden of te zijn, om te kunnen doen wat van hem of haar gevraagd wordt, en dat ook volhoudt, die vindt verhoring. Die wordt mens ten volle, wordt mens naar Gods hart. We moeten blijven bidden. Niet om God naar onze hand te zetten, maar om te leren geloven dat God Zijn hand nooit van ons wegtrekt.

geert dedecker

Vandaag is het de zondag na Hemelvaart. Die heet volgens de traditie: ‘Wezenzondag’. Jezus is dood en voorgoed naar de hemel opgevaren, en daar moeten we het maar mee doen. Wel zijn er verwarrende verhalen van mensen die beweren dat Hij verrezen is en dat ze Hem gezien hebben, maar wij moeten het doen zonder die ervaring; wij moeten het doen met alleen maar het ‘missen’ en het ‘afscheid’ (voorgoed?). En ja natuurlijk, straks wordt het Pinksteren en komt de Geest – zo hopen wij toch, want zo is ons beloofd. Maar hoe moet het ondertussen verder – met ons, met de Kerk, met de wereld, in deze woestijn van verlatenheid..?

Aujourd’hui, c’est le dimanche après l’Ascension. Selon la tradition, il s’agit du “Dimanche des orphelins”. Jésus est mort et Il est monté au ciel, et nous devons nous en contenter. Il existe des récits confus de personnes qui affirment qu’Il est ressuscité et qu’elles l’ont vu, mais nous devons nous passer de cette expérience; nous devons nous contenter de “manquer” et de “dire au revoir” – et voilà, c’est tout. Et oui, bien sûr, bientôt ce sera la Pentecôte et l’Esprit viendra - du moins nous l’espérons, car on nous l’a promis. Mais que se passera-t-il entre-temps - avec nous, avec l’Église, avec le monde, dans ce désert de désolation ?

Today is the Sunday after Ascension. According to tradition, it is called “Orphans’ Sunday”. Jesus is dead and He has ascended to heaven forever, and we have to make do with that. There are confusing stories from people who claim that He has risen and that they have seen Him, but we have to do it without that experience; we have to do it with just ‘missing’ and ‘saying goodbye’ (for good?). And yes, of course, soon it will be Pentecost and the Spirit will come - at least we hope so, because that is how we were promised. But how should it go on in the meantime - with us, with the Church, with the world, in this desert of desolation…?

Vanuit het evangelie krijgen we op deze “Wezenzondag” vier opdrachten mee, om het uit te houden in de moeilijke “tussentijd” tussen Pasen en Pinksteren (en heel concreet voor u, mensen in detentie: om het uit te houden in de moeilijke “tussentijd” die u hier dag en nacht moet doormaken, soms jaren achtereen):

L’Évangile nous donne quatre tâches en ce “Dimanche des orphelins”, à supporter dans le difficile “entre-temps” entre Pâques et Pentecôte (et très concrètement pour vous, personnes en détention: pour survivre dans le difficile “entre-temps” que vous devez traverser ici jour et nuit, parfois pendant des années):

From the Gospel we are given four tasks on this “Orphans’ Sunday”, to endure in the difficult “meantime” between Easter and Pentecost (and very concretely for you, people in detention: to endure in the difficult “meantime” that you have to go through here day and night, sometimes for years on end):

VOLWASSEN WORDEN IN GELOOF – OPHOUDEN MET ALLEEN MAAR OMHOOG TE KIJKEN, EN TE DENKEN DAT HET GELUK EN DE TOEKOMST VANZELF VOOR ONS UIT DE HEMEL ZULLEN VALLEN.

De hemel moeten we niet zoeken met ons gezicht omhoog. De hemel is elke plek en elk moment waar God gebeurt, waar alle leven, denken, doen en spreken van God doordrongen is en liefde zichtbaar maakt. Daartoe zijn wij geroepen – om zo met Hem ‘ten hemel te varen’, dag na dag. Stap voor stap, dag na dag op weg gaan naar een nieuwe toekomst van gelukkig zijn…

IL FAUT GRANDIR DANS LA FOI - ARRÊTER DE REGARDER VERS LE HAUT ET DE PENSER QUE LE BONHEUR ET L’AVENIR NOUS TOMBERONT AUTOMATIQUEMENT DU CIEL.

Nous ne devons pas chercher le paradis en haut et en levant le nez. Le ciel est chaque lieu et chaque moment où Dieu vient près de nous, ici sur la terre, où toute vie, pensée, action et parole est imprégné de Dieu et rend l’Amour visible. C’est ce que nous sommes appelés à faire: “aller au ciel” avec Lui, jour après jour. et “marcher vers le futur”, pas à pas, jour après jour…

GROW UP IN FAITH - STOP JUST LOOKING UP, THINKING THAT HAPPINESS AND THE FUTURE WILL AUTOMATICALLY FALL FROM THE SKY FOR US.

Heaven is not something we should look for with our faces up, somewhere overhead. Heaven is every place and every moment where God happens and comes here on earth, in the middle of us, where all life, thought, action and speech is permeated with God and makes love visible. This is what we are called to do - to “go to heaven” with Him, day after day. to a new future of happiness, step by step end day by day….

SAMEN BLIJVEN – MEKAAR NIET IN DE STEEK LATEN

Specialisten hebben over de herten geschreven dat deze bij het oversteken van een stroom, op zoek naar een grazige weide op een eilandje, op zo’n manier achter elkaar gaan lopen, dat ze voor elkaar de zware geweien dragen. Het dier dat volgt strekt namelijk de nek en legt de kop op het dier dat voor hem loopt. Maar aangezien er natuurlijk één dier is dat voorop loopt en geen ander dier voor zich heeft om zijn kop op te leggen, lopen zij, naar men zegt, om beurten voorop. Wanneer dus het dier dat voorop loopt moe wordt, gaat het op een gegeven moment achteraan lopen. Zijn plaats wordt dan ingenomen door het dier voor wie het de last van het gewei gedragen heeft. Zo trekken herten, elkaars lasten dragend, en eensgezind, een stroom over tot ze weer vaste grond bereiken.

RESTER ENSEMBLE - NE PAS SE LAISSER TOMBER LES UNS LES AUTRES

Des spécialistes ont écrit à propos des cerfs que, lorsqu’ils traversent un cours d’eau à la recherche d’une prairie herbeuse sur une île, ils se suivent de telle sorte qu’ils portent les lourds bois devant eux. L’animal qui suit tend le cou et pose sa tête sur l’animal qui le précède. Mais comme il y a, bien sûr, un animal devant et aucun autre animal sur lequel il peut poser sa tête, ils marchent devant à tour de rôle. Ainsi, lorsque l’animal de devant sera fatigué, il prendra sa place à l’arrière. Sa place est alors prise par l’animal pour lequel il a porté le fardeau de ses bois. C’est ainsi que des cerfs, portant le fardeau de l’autre, traversent un cours d’eau à l’unisson jusqu’à ce qu’ils retrouvent la terre ferme.

STAY TOGETHER - DON’T LET EACH OTHER DOWN

Specialists have written about the deer that, when crossing a stream in search of a grassy meadow on an island, they walk behind each other in such a way that they carry the heavy antlers in front of each other. This is because the animal following stretches its neck and lays its head on the animal in front of it. But since, of course, there is one animal in front and no other animal in front is there to lay its head on, they take turns in leading, it is said. So when the animal in front gets tired, it will at some point start walking behind. Its place is then taken by the animal for whom it carried the burden of the antlers. In this way, deer, carrying each other’s burdens, and in unison, cross a stream until they reach solid ground again.

WAKEN, WAKKER BLIJVEN, DE WACHT HOUDEN BIJ ONSZELF EN BIJ MEKAAR, NIET IN SLAAP VALLEN

Wees waakzaam staar je niet blind op wat nu nog niet of niet meer kan maar zie wat wel nog kan en ontdek in jouw moeilijke situatie toch telkens weer kleine, nieuwe mogelijkheden en kansen om mensen van op afstand toch nabij te zijn… Wees waakzaam en zie hoe God vandaag gebeurt, hoe de Verrezene geboren wordt: helemaal anders dan voorzien en toch zo echt in zoveel kleine tekens en gebaren, vervoegingen steeds weer in alle wijzen en in alle tijden van het Grote Woord ‘Ik zal er zijn …’ Zoek het vooral niet te ver het kan allemaal zo eenvoudig, zo gewoon, in kleine alledaagse dingen.

VEILLER, RESTER ÉVEILLÉ, VEILLER SUR SOI-MÊME ET SUR LES AUTRES, NE PAS S’ENDORMIR

Soyez vigilants Ne soyez pas aveuglé pour ce qui n’est pas encore ou ne pas plus possible. mais il faut voir ce qui est encore possible et dans votre situation difficile, découvrir, encore et encore, de petites nouvelles possibilités et chances d’être proche des autres – même à distance… Soyez vigilants Pour voir comment Dieu se produit aujourd’hui, et comment le Ressuscité peut apparaître, dans tant de petits signes et gestes, ce sont tous des conjugaisons, encore et encore, de la Grande Parole “Moi, Je serai là…”. Ne regardez pas trop loin! Tout peut se réaliser si simplement, si ordinaire, dans les petites choses du quotidien.

WAKE UP, STAY AWAKE, KEEP WATCH OVER YOURSELVES AND EACH OTHER, DO NOT FALL ASLEEP

Be vigilant Don’t stare blindly at what is not yet or no longer possible but see what is still possible and in your difficult situation discover again and again the small, new possibilities and chances to be close to people from a distance… Be vigilant and see how God happens today, and how the Risen One is born: in so many small signs and gestures, it are conjugations over and over again in all modes and in all times of the Great Word ‘I will be there …’. Above all do not look too far it can all be so simple, so ordinary, in small things of everyday.

BLIJVEN BIDDEN

Bidden verandert misschien de situatie niet. Maar bidden kan andere mensen van ons maken: milder, wijzer, steviger, hoopvoller, dankbaarder soms. Wie bidt om te krijgen en te hebben, zal dikwijls met lege handen thuiskomen. Wie bidt om te worden of te zijn, om te kunnen doen wat van hem of haar gevraagd wordt, en dat ook volhoudt, die vindt verhoring. Die wordt mens ten volle, wordt mens naar Gods hart.

IL FAUT CONTINUER À PRIER

Prier, ça ne changera peut-être pas la situation. Mais la prière peut faire de nous des personnes différentes: plus douce, plus sage, plus ferme, plus pleines d’espoir, plus reconnaissantes parfois. Ceux qui prient pour obtenir et pour avoir, reviendront souvent les mains vides. Ceux qui prient pour devenir ou pour être, par exemple pour être capable de faire ce qu’on lui demande, et qui persévère dans cette voie, il ou elle trouvera une réponse. Il ou elle deviendra pleinement humain, deviendra un être humain selon le cœur de Dieu.

KEEP PRAYING

Your prayer may not change the situation. But the prayer can make other people of us: milder, wiser, firmer, more hopeful, more grateful sometimes. Those who pray to get and to have, will often come home empty-handed. Those who pray to become or to be, for example: to be able to do what is asked of him or her, and who perseveres in doing so, he or she will find an answer. He or she becomes at any one time fully human, a human being after God’s heart.

Zoeken in Preken Online