GODS RESPECTVOLLE LIEFDE ALS EEN STEUN IN DE RUG
Na Zijn verrijzenis had Jezus
Zijn leerlingen duidelijk laten aanvoelen
dat Hij krachtig levendig onder hen aanwezig was,
maar wel op een heel andere manier dan vroeger.
Voortaan herkenden zij Hem
en konden zij Hem vooral ervaren
bij het breken van het Brood,
in de kleine, dienstbare kerkgemeenschap
die groeide rond het vieren van de Eucharistie.
Hemelvaart was het feest
waarop duidelijk werd gemaakt
dat die Kerk voortaan
op eigen benen moest gaan staan,
zonder onmiddellijk zichtbare Jezus
als model naast haar.
“Mannen van Galilea,
wat staat gij naar de hemel te kijken?
Hij die is opgenomen, Hij komt bij u terug!”
De Heer laat Zijn Kerk niet verweesd achter,
maar maakt duidelijk op welke manier
Hij voortaan onder ons aanwezig wil blijven :
nl. als Helper, als Liefdegeest,
die onze geloofsgemeenschap van binnenuit
inspireert, voortstuwt, bezielt.
En nu wachten wij op Pinksteren.
In dezer dagen
worden vele twaalf-jarigen gevormd.
Tijdens die ceremonie worden,
op het moment van de zalving,
de Ouders uitgenodigd bij hun kind te komen staan
en hun hand te leggen op de schouder
van hun opgroeiende jongen of meisje.
Een zeer zinvol gebaar.
Twaalf-jarigen zijn op een leeftijd gekomen
waarop hun Ouders hen niet meer
vast in de hand omkneld moeten houden.
Die jongeren affirmeren immers hun persoonlijkheid.
Zij weten al wat zij willen
en laten duidelijk hun voorkeur kennen,
stilaan meer en meer gefundeerd.
Ouders beloofden trouwens op hun huwelijksdag
de kinderen, die zouden geboren worden,
te begeleiden om hen vrij te maken
en hun eigen weg te leren kiezen.
Dat verlangen tot “vrij-maken”
en tot “hun eigen weg leren kiezen”
voelt men heel duidelijk bij de twaalf-jarigen.
Natuurlijk zullen die jongeren
de zorgende aanwezigheid van hun Ouders
de volgende jaren nog broodnodig hebben,
maar blijkbaar op een andere manier dan vroeger,
niet meer als model,
vooropgaand en hen vooruittrekkend,
wel als een dragende hulp op de achtergrond,
duwend, steunend.
Daarom gaan Ouders bij het vormsel
áchter hun kind staan
en leggen zij hun hand vol respect op die schouder,
ten teken dat zij dat kind
vóór zich uit willen laten gaan op zijn eigen weg,
maar het toch willen blijven begeleiden,
niet als een beklemming,
wel als een steun in de rug.
Welnu, het is ook op die manier
dat Jezus in Zijn Kerk aanwezig wil blijven :
niet als een dwingende, beklemmende heerser,
die ons zou willen voorhouden
wat wij allemaal moeten doen,
wel als een bezielende Liefdegeest,
die ons, als een steun in de rug,
inspireert, voortduwt,
wanneer wij op eigen benen gaan staan
en onze verantwoordelijkheid gaan opnemen
als christenen in deze wereld.
Wij, Jezus’ leerlingen,
mogen alles van Hem vergeten,
Zijn gelaatsuitdrukking, Zijn gestalte,
Zijn gebaren.
Maar iets van Hem mogen wij nooit vergeten :
Zijn respectvolle liefde.
Jezus bad vurig
dat de liefdeband tussen Hem en Zijn Vader
ook zou blijven leven
in het hart van allen die in Hem geloven.
Uiterlijk zijn wij, christenen,
niet onmiddellijk te onderscheiden
van ongelovigen.
Het verschil voelt men pas
wanneer men met ons omgaat
en begint te ervaren wat onze inspiratie is,
nl. een Liefde die bezielt tot dienstbaarheid.
Niet dat wij die zelf moeten scheppen.
Neen! Wij moeten de liefde niet uitvinden.
Daardoor zouden wij alleen maar
krampachtige mensen worden.
De stroming van de bezielende Liefde is er.
Wij moeten er alleen maar in gaan staan,
haar door ons lichaam heen laten stromen,
zodat zij werkdadig wordt in onze edelmoedigheid,
in onze vergevensgezindheid,
in onze inspanningen tot eenheid.
Daarvoor hebben wij die steun in de rug nodig.
Want onze liefde is soms wat verkild,
ons enthousiasme wellicht wat verkoeld,
onze hoop wel eens verzwonden
en onze dienstbaarheid
misschien wat minder vindingrijk geworden.
Wij allen hebben er nood aan
de Helper, de Bezieler weer tastbaar te voelen.
Wij hebben nood aan een nieuw Vormsel,
aan een nieuw Pinksterfeest,
voor onze geloofsgemeenschap.
Gij, dertien-jarigen
die vorig jaar werd gevormd,
zijt gij trouw gebleven
aan uw beloften en voornemens?
Gij jong-volwassenen,
die enkele jaren geleden
het vormsel hebt ontvangen,
is de edelmoedigheid van uw hart gegroeid
zoals de opschietende gestalte van uw lichaam?
En gij, volwassenen,
die vele jaren geleden werd gevormd,
wat zou er de laatste tijd toch gebeurd zijn
dat uw gemoed zo verhard is geraakt
dat gij zijt gaan twijfelen
aan de liefdevolle aanwezigheid van God
in uw gezin, in uw werkmilieu,
in uw persoonlijk leven?
Jong of oud, wij hebben allemaal nood
aan een nieuw enthousiasme,
aan een nieuw gloedvol Pinksterfeest,
zodat wij, zoals onze vormelingen, ervaren
dat God achter ons staat
en, bij alles wat wij nu beleven,
Zijn hand respectvol op onze schouder houdt.
Onze liefde is als een klein vlammetje.
Het verlicht reeds enkele gezichten
en verwarmt reeds enkele harten.
Het moet wel aangewakkerd worden
door het goddelijk vuur van Zijn Geest.
Laten wij daarom deze dagen
met grote aandrang bidden :
“Kom, o Trooster, heilige Geest,
Zachtheid die de ziel geneest.
Kom, Verkwikking, zoet en mild.
Kom, o Vrede in de strijd.
Lafenis voor ’t hart dat lijdt.
Rust die alle onrust stilt!
Zonder Uw geheime gloed
is er in de mens geen goed.
Genees de ziel die is gewond.
Maak weer zacht wat is verstard.
Koester het verkilde hart.
Leid wie zelf de weg niet vond.
Kom, o heilige Geest, kom!”