God in ons (2010)

C-cyclus · Paastijd · 6e zondag van Pasen · wit

We kunnen tegenwoordig alles onderzoeken. We weten heel wat over het ontstaan van het leven. Er bestaan theorieën over de evolutie die met wetenschappelijke argumenten worden gestaafd. Er zou een oernevel zijn geweest en met een oerknal zou alles begonnen zijn. We ondernemen bemande vluchten naar de ruimte om naar het ontstaan en naar de toekomst van ons melkwegstelsel te zoeken. Er zijn ook onbemande vluchten die nog verder weg kunnen, waardoor we weten dat er op een of andere manier water is of is geweest op mars en dat zou weer kunnen duiden op het feit dat er ooit eens leven is geweest.

Maar niet alleen in de verte kunnen we wetenschappelijk onderzoek doen, ook met de microscoop kunnen we van alles ontdekken over

Virussen en bacteriën over moleculen en atomen, over genen en chromosomen en we komen steeds meer te weten. Toen Neil Armstrong voor het eerst de ruimte in ging zei hij: ik ben God niet tegengekomen.

En ook door een microscoop kijkend is geen enkele wetenschapper dichter bij God gekomen.

Misschien is het daarom goed om op een heel andere manier te kijken naar het leven en naar wie of wat God is. Zoals zo vaak geven de lezingen weer allerlei aanwijzingen.

In de eerste lezing gaat het over een felle strijd tussen de eerste christenen onderling. Ook in die tijd was het niet allemaal koek en ei. Moet een christen nu worden besneden of niet. Ze gaan er mee naar de apostelen en die spreken een wijs woord. We hebben besloten met in ons hart de Heilige Geest, dat we U geen enkele last op te leggen dan alleen wat strikt noodzakelijk is. Met ander woorden. Het gaat in geloof niet om uiterlijke tekenen, maar om een gesteldheid van je gemoed, om je geest, je innerlijk geloof.

In het evangelie zegt Jezus hetzelfde op een heel andere manier. Als iemand mij liefheeft, zal hij Mijn Woord ter harte nemen, dan zal mijn Vader hem liefhebben en zullen We bij hem ons verblijf gaan houden.

Daar staat dus echt dat God woont in mensen die Zijn woord ter harte nemen en even verderop legt Jezus dat uit: Als je mij en de vader lief hebt en dat laat zien door anderen lief te hebben, word je vervuld van grote vreugde.

God is niet hoog en ver weg in de ruimte. Hij is niet te ontdekken met sterrenkijkers of met microscopen. Wetenschappelijk bewijs voor het bestaan van God kun je niet geven en evenmin trouwens voor het omgekeerde.

Met God is het heel anders. God is veel dichterbij dan kunnen bedenken. Niet zomaar bij ons, maar in mensen houdt Hij zijn verblijf. In Christus zelf werd Hij mens toen Jezus als klein en kwetsbaar kindje op de wereld kwam en Hij wordt steeds opnieuw levend als Christus leeft in ons. Dat hoef je van de buitenkant niet te laten zien, want Jezus was wars van elk uiterlijk vertoon. Dat God in je woont, laat je zien door in woord en daad te zeggen en te doen, wat Hij deed. En dat kunnen we steeds weer horen en lezen in het evangelie. En steeds opnieuw mogen we dat ons eigen maken

Zoeken in Preken Online