Wij mogen ons vastklampen aan het woord van Jezus

C-cyclus · Paastijd · 6e zondag van Pasen · wit

Je kunt menselijke woorden op verschillende wijzen vasthouden. Tegenwoordig kun je de woorden vastleggen op plaat of band of microfilm; vroeger in steen, metaal of op perkament. Zo kunnen de woorden steeds weer opnieuw beluisterd of nagelezen worden. Zo gaat het ook met de woorden van Jezus. Zij zijn op perkament en papyrusrollen vastgelegd vanaf het begin. Maar het is natuurlijk een groot verschil of je woorden bewaart op papier of dat je een woord bewaart in je hart of om het nog duidelijker te zeggen: of je jezelf aan een woord vasthoudt.

Wanneer Jezus vandaag in het evangelie zegt: ‘Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden’, dan bedoelt Jezus het laatste. Het woord van Jezus kun je alleen vasthouden in de liefde. Zonder liefde, zonder persoonlijke innerlijke deelname, kun je het woord van Jezus alleen op papier bewaren, maar dan is het eigenlijk niet meer dan een dode letter.

De heilige Schrift kent drie manieren om het woord van God vast te houden. Ten eerste: luisteren naar het woord van God. Naar Gods woord luisteren kun je alleen met het hart. Je hart moet openstaan voor Jezus’ woord, anders kan het niet opgenomen worden in je hele persoon. Je moet verlangend uitzien naar Gods woord zoals Samuël zei: ‘Spreek Heer, uw dienaar luistert’. Je moet je laten gezeggen.

Luisteren is veel meer dan horen. Als wij ‘s avonds aan ‘t spelen waren, hoorden wij moeder wel roepen dat het bedtijd was, maar wij luisterden niet, wij speelden rustig verder, totdat moeder ernstig riep: ‘Luister dan toch!’ Dan wisten we dat we moesten gehoorzamen aan wat zij vroeg.

Ten tweede: Wij moeten vertrouwen op Gods woord. Gods woord zul je nooit helemaal kunnen doorzien. Gods woord kan dikwijls diametraal indruisen tegen je eigen inzichten. Op Gods woord vertrouwen wil dan ook zeggen: het als maatstaf nemen van je handelen, enkel en alleen omdat je gelooft dat God zelf dit woord tot ons gesproken heeft.

Petrus geeft ons daarvan een bijzonder voorbeeld: hij had de hele nacht tevergeefs gewerkt; hij wist dat het geen visweer was. ‘Maar…’, zegt hij dan, ‘op uw woord, Heer, zal ik mijn netten uit-werpen’. Zijn ervaring zei hem dat alles menselijkerwijze nutteloos was, maar zijn geloof zei hem: Gods woord is méér betrouwbaar.

En tenslotte moeten wij Gods woord ook uitvoeren. Wees niet alleen toehoorders van Gods woord - vermaant ons de heilige Jakobus - maar ook uitvoerders. Gods woord onderhouden is eindeloos meer dan alleen maar een bevel of een voorschrift uitvoeren, het vraagt van je dat je je met je hele persoon aan Christus durft toevertrouwen. Wie zo het woord van de Heer volgt, wandelt niet in de duisternis maar bezit het licht van het leven.

Zo wordt Gods woord een lamp voor onze voeten. Voor wie zich zo aan Gods woord durft toe te vertrouwen, heeft Jezus een wonderbare belofte: ‘Mijn Vader zal hem liefhebben, en wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen’. Wie zo Gods woord uit-voert blijft in Gods liefde.

Wij vergeten veel te veel dat Jezus werkelijk tegenwoordig is waar de Schriften gelezen worden; dat wij werkelijk met Jezus communiceren als wij Gods woord gelovig in ons hart opnemen.

Niet alleen van het Brood leeft de mens, niet alleen van de Eucharistie, maar ook van elk woord dat komt uit Gods mond. Dat vergeten wij katholieken soms ook te veel!

Zoeken in Preken Online