De joodse wet kent vele geboden en verboden. Wie zijn jood-zijn ernstig wil beleven, schikt zich daarnaar. Jezus zelf staat in die joodse traditie, maar Hij brengt ook vernieuwing in de benadering van wat je moet doen en wat je beter kunt laten. Bestaande wetten schaft Hij niet af, Hij voltooit ze of zet ze in een nieuw perspectief.
Vandaag horen we Hem zeggen dat Hij een nieuw gebod geeft : “Heb elkander lief.” We kunnen ons afvragen wat daaraan nieuw is: hebben mensen al niet altijd het verlangen in zich gehad om lief te hebben? Jezus’ leerlingen kenden het gebod uit de wet van Mozes.
Waarom noemt Jezus het dan een nieuw gebod? Zijn zin is niet af en dus moeten we aandachtig verder lezen : “Heb elkaar lief zoals Ik jullie heb liefgehad.” Dààrin zit het verschil : “zoals Ik jullie heb liefgehad.” Jezus’ liefde voor de mensen ging voorbij de ’normale’ grenzen van het liefhebben.
Daarin moeten wij ons oefenen : de ander blijven liefhebben ook wanneer wij van oordeel zijn dat hij of zij onze liefdevolle aandacht niet meer verdient… Het is moeilijk te blijven houden van iemand die je vertrouwen beschaamt of van iemand die jou het liefst helemaal uit het gezichtsveld zou hebben.
Dat is precies de situatie waarin Jezus kort daarvoor is terechtgekomen : Judas, één van zijn volgelingen, wordt in één klap zijn vijand. En dat terwijl Jezus en zijn vrienden samen het Paasmaal vieren!
De gesprekken die neergeschreven staan in Johannes’ evangelieverhaal vóórdat en net nádat Jezus zijn nieuwe gebod verwoordt, geven duidelijk aan dat ook Hij geconfronteerd werd met ontgoochelend gedrag van zijn vrienden: Judas zou Hem verraden, Petrus zou Hem verloochenen.
Ondanks dat alles blijft Jezus liefde geven zoals Hij dat gedurende zijn drie jaar lange openbare leven heeft gedaan. Velen waren daarvan getuige geweest, maar ze begrepen Hem niet altijd: “Die man gaat om met zondaars,” of “als Hij eens wist wie die vrouw is! " Jezus’ liefde gaat uit naar iedereen, Hij maakt geen onderscheid. Die houding verwacht Hij ook van ons.
Zijn nieuwe gebod veegt de bestaande geboden niet weg. Neen, het ondersteunt ze: als we alles vanuit een houding van liefde zonder grenzen proberen te doen, dan ontstaat een stevige basis waarop alle andere voorschriften kunnen geënt worden.
We worden uitgenodigd om ons dagelijks te blijven oefenen in het liefhebben en niet alleen wanneer het vanzelfsprekend is!
Op een moment waarop we denken dat het wel genoeg geweest is, een moment waarop we vinden dat we tot het uiterste zijn gegaan,
net dàn moeten we proberen verder te gaan in het liefhebben, zelfs tot we doen wat onredelijk mag blijken. En zoals Jezus het zei : daaraan zal men kunnen opmerken dat wij zijn leerlingen zijn.
Misschien doet er zich vandaag al zo’n moment voor in ons leven.
________________________________________________________
C-jaar - 5de Paaszondag