5

C-cyclus · Paastijd · 5e zondag van Pasen · wit

Van de week, geliefde medeparochianen en gasten van de Vredeskerk, de afgelopen dagen kon ik me goed verplaatsen in Mozes. Deze aanmatigende stelling behoeft enige toelichting. Laat mij het even uitleggen, voordat u mij weg zet als een van grootheidswaan vervulde snotneus. Niet met Mozes’ grootsheid en uitverkorenheid wil ik mijzelf vergelijken en evenmin pretendeer ik net zo’n hechte band met de HEER te hebben. Het enige wat ik deze week gemeen had met één van de grootste Joodse leiders uit het Oude Testament was een overvolle agenda. Het doet niet ter zake om vanaf deze plaats op te sommen welke werkzaamheden mij zoal van de straat hielden. Laat ik me beperken door te zeggen dat ik een kleine zelfstandige ben zonder personeel maar mèt een druk sociaal leven en vele hobby’s. Geen volksleider, profeet of grote weldoener der mensheid. Gewoon een arme zondaar die vaak tijd tekort meent te komen om zich te bezinnen op waar het in het leven werkelijk om gaat. God schiet er in mijn dagelijks leven nogal eens bij in, moet ik met spijt vaststellen. Natuurlijk, ik doe mijn best om me in zedelijke- en gewetenskwesties zo christelijk mogelijk te gedragen en steeds een broeder of zuster te zien in mijn medemensen. Zelfs dat valt niet mee. Laat staan dat ik veel toe meen te komen aan bezinningslectuur of een gebed dat méér inhoudt dan het beruchte roomse ‘vliegen wegjagen’ vóór en na de maaltijd. Wat troostrijk is het om te zien dat ook een Bijbelse hoofdpersoon als Mozes moeite heeft met de beslommeringen van alledag. Gelukkig heeft Mozes een wijze schoonvader, Jethro, die hem tijdens diens bezoek aan het Joodse volk in de Woestijn waarschuwt voor een eventuele burn out. Hij ziet dat Mozes dag in, dag uit in beslag genomen wordt door het recht spreken over zijn volk. ‘Waarom moet jij steeds voor iedereen klaarstaan? Waarom houd jij als enige zitting, terwijl de mensen zich van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat om je verdringen?’, vraagt Jethro, die even de rol aanneemt van een organisatiedeskundige. Na enig tegensputteren raakt Mozes ervan overtuigd dat hij zijn zaken in het vervolg wat meer moet delegeren. Het onderhouden van het contact met God is zijn kernactiviteit en ook de wat ingewikkeldere juridische gevallen vallen daaronder. De eenvoudiger klussen echter kunnen heel goed worden uitbesteed aan medewerkers lager in de organisatie. Mits goed voorgelicht en opgeleid kunnen zij prima opereren als zelfsturende teams. De tijd die Mozes vervolgens over schiet, kan hij benutten voor meditatie en gebed; het onderhouden van zijn relatie met de HEER.

Maar ach, geliefde broeders en zusters, ik stipte het al eerder aan: wij ZIJN geen grote profeten. De meesten van ons zullen zelfs niet eens een wereldlijke leidinggevende functie vervullen. Toch kun je ook als zelfstandige zonder personeel, werknemer, werkzoekende of reeds gepensioneerde in je leven heel wat al dan niet noodzakelijke klussen loslaten. Dan heb ik het natuurlijk niet over werken van barmhartigheid en godsvrucht en het besteden van aandacht aan onze familie, vrienden en andere naasten. Nee, op het gevaar af voor moralist te worden uitgemaakt vraag ik me af: kunnen we bijvoorbeeld niet eens wat selectiever televisie kijken? Wat kieskeuriger zijn in de keuze van onze lectuur? Is het echt zo nuttig en leerzaam om al die reclamefolders en supermarktbladen van A tot Z door te nemen - waar ik me vaak aan bezondig? En waarom zouden we toch steeds langs de meest onbenullige internetpagina’s surfen, in de hoop dat we daar iets treffen dat onze nieuwshonger, onze behoefte aan waarachtig leven bevredigt? Neem in plaats daarvan eens een wijsgerig boek ter hand (de levensgeschiedenis van een heilige bijvoorbeeld, die zijn vaak nog reuze spannend ook), steek even een kaarsje op en bid vervolgens een rozenhoedje in de kerk - ja, die is nog altijd zes middagen per week open. Of ga op bedevaart, zoals velen van u afgelopen week weer hebben gedaan. Dat helpt trouwens ook vaak heel goed tegen depressies, zag ik laatst op TV.

Er is nog een belangrijke les die Exodus 18 ons leert. Namelijk, dat wij als ‘ondergeschikten’ en leken moeten leren leven naar ons eigen goede geweten en gezonde verstand, in plaats van ons voor elk wissewasje te richten tot de hogere bevoegde autoriteiten. De vergelijking met de tijd van Mozes gaat enigszins mank omdat er in die tijd sprake was van een theocratie, dat wil zeggen: de maatschappelijke wetten vielen samen met de religieuze. De wereldlijke rechtspraak laat ik hier dus even buiten beschouwing en ik beperk met tot het religieuze domein. Zelf denken. Je verantwoordelijkheid niet afschuiven. Handelen velen van ons immers ook niet zo als het gaat om hun lichamelijke gezondheid? Met een loopneus of een schorre keel gaan we niet meteen naar het spreekuur van de huisarts. Onze kennis op het geneeskundige vlak - hoe beperkt deze ook is - is toereikend om te kunnen bedenken dat we ons na een kopje kruidenthee met honing en een avondje vroeg naar bed waarschijnlijk al heel wat beter zullen voelen. Op die manier kunnen we ook omgaan met onze spirituele gezondheid. De pastor van onze parochie zou raar opkijken wanneer ik me tot hem zou richten met het prangende dilemma of ik nou wel of juist geen seksfilm moet huren bij de videoboer op de hoek. Hij kan zijn schaarse tijd wel beter gebruiken en bovendien ben ik inmiddels zelf voldoende op de hoogte van de katholieke moraal om te kunnen beseffen dat mijn voorgenomen filmkeuze wellicht wat minder gelukkig is. Waarmee ik de rol van onze geestelijkheid betreffende morele oriëntatie niet wil bagatelliseren. Integendeel, laat daar geen misverstand over ontstaan. Wat ik bedoel - en ik meen dit te kunnen staven aan de hand van de Schrift - is dat we op ons spirituele pad weliswaar leiding nodig hebben van de Kerk als - zeg maar - vertegenwoordigende instantie van God op aarde, maar dat het wat kinderlijk zou zijn als we voortdurend aan het handje zouden willen worden genomen.

We zullen moeten leren fietsen zonder steunwieltjes van achteren. Dat lezen we ook in het Evangelie van vandaag. De passage uit Johannes die we zojuist hebben gehoord is eigenlijk een flashback, want hij komt vlak na het Laatste Avondmaal en speelt zich dus eigenlijk af op Witte Donderdag. Toch past de tekst ook bij de periode vóór Hemelvaart. Jezus kondigt erin aan dat hij weldra weg zal gaan, al laat hij nog even in het midden wat zijn precieze bestemming is. In ieder geval zullen de leerlingen het daarna zelf moeten rooien. Zij zullen Jezus dan niet meer als vraagbaak bij zich hebben en krijgen de opdracht elkaar lief te hebben. Kortom, elkaar te steunen in het zoeken naar een juiste houding in situaties die zich zullen voordoen en zo zichtbaar te maken dat ze leven vanuit de liefde van Jezus. AMEN

Zoeken in Preken Online