3e zondag van Pasen – jaar C

C-cyclus · Paastijd · 3e zondag van Pasen · wit

3e zondag van Pasen Cyclus C 2016 Handelingen 5, 27b-32. 40b-41

Johannes 21, 1-19

Hoe laat is het?

Beste vrienden,

Hoe laat is het? Is de nacht nog maar pas begonnen? Of zijn we er al middenin? Wordt het al bijna licht? Of duurt het nog lang tot ons net zich misschien eindelijk wat vult?

Het zijn allemaal vragen die me door het hoofd schieten wanneer ik me de vergeefse pogingen van de leerlingen in het Evangelie van vandaag probeer voor te stellen.

Want bij deze tekst heb ik twee mogelijkheden. Ik kan hem gewoon lezen als een verhaal uit het leven van de leerlingen, met een min of meer geschiedkundige achtergrond, en dan staat hij eigenlijk enorm ver van me af.

Maar als ik hem anders lees, wanneer ik me realiseer dat die tekst voor mij is geschreven, dan handelt hij ook over mij, over mijn doen, over mijn tevergeefs pogen en over mijn eigen nacht waarin ook ik mijn netten uitwerp en niets, maar dan ook helemaal niets kan vangen.

En dergelijke nachten zijn me maar al te zeer vertrouwd, en jullie kunnen er allemaal waarschijnlijk ook wel over meepraten.

Je doet werkelijk moeite, je zwoegt je rot, en er gebeurt niets. Het werk vordert niet, de Berg die voor me ligt wordt niet kleiner, integendeel, voor elk probleem dat ik oplos duiken er twee nieuwe problemen op.

Je werkt hard, op school bijvoorbeeld, je blokt dat de stukken eraf vliegen maar het resultaat is altijd meer frustrerend.

Je investeert in de kinderen – tijd, geld en oneindig veel liefde- maar vruchteloos, je weet niet meer in noch uit en je weet ook niet meer wat je nog zou kunnen proberen.

Je engageert je in de parochie, in een vereniging of in de politiek, en hoe meer je je inzet, hoe meer je het gevoel krijgt dat de kar steeds maar verder in het slijk wegzinkt en de afgang niet meer te stoppen is. Je werpt steeds weer je netten uit met als enig resultaat: niets! Zal die nacht dan nooit eindigen? Jawel, ze zal eindigen! Dat is de troostende boodschap van het evangelie van vandaag. Aan elke nacht komt een einde. En bij het ochtendgloren zegt Jezus: gooi je netten nog eens uit. En wanneer ik er dan nog bij ben, wanneer ik het nog niet helemaal heb opgegeven, dan zal het net zich op zijn woord tot barstens toe vullen. Is dat geen fantastisch evangelie?

Het zegt me twee dingen: eerst en vooral: dat die nacht voorbij gaat. Ik weet wel niet wanneer, ik kan ook niet schatten hoe laat het nu al is en hoelang ik die vergeefse moeite nog moet volhouden. Misschien nog uren of dagenlang. Misschien wel weken of maandenlang. Maar één zaak is zeker zegt dit evangelie: na elke nacht volgt een dageraad en dan zal die vergeefse moeite een einde hebben. De ochtend komt en Christus zelf grijpt in. Pas op zijn tijd, dat is nu eenmaal zo, maar Hij doet het in elk geval, dat is zeker! De nacht gaat voorbij, dat is het ene. En het loont zich om vol te houden en verder te doen. Het loont zich om de langere adem te hebben, dat is het andere. En juist die boodschap, die is voor een mens zo belangrijk. Soms is het nodig dat ons dat weer eens gezegd wordt: Het loont zich! Hou vol! Je spant je niet voor niets in. Ook wanneer ik niet onmiddellijk een resultaat kan zien, ook wanneer er schijnbaar helemaal niets beweegt, ook wanneer ik weer eens niets heb gevangen – toch loont het zich om verder te doen. Af en toe helpt het om deze tekst uit het Evangelie van Johannes nog eens te horen, om van Jezus zelf te horen dat het nodig is om een lange adem te hebben en vol te houden. Omdat op de lange nacht een ochtend zal volgen. Een ochtend waarop Hij zelf de dingen in de hand zal nemen. Amen

Zoeken in Preken Online