Dag iedereen,
volgend weekend (30 april - 1 mei 2022) mag ik weer voorgaan en preken voor de gedetineerden in de gevangenis PCB Brugge.
Ik ben zopas klaar met het grootste deel van mijn voorbereidend ‘huiswerk’. En ik dacht dat het misschien toch nog de moeite waard was om de teksten en illustraties die ik verzamelde voor de toespraak/homilie, nog even door te sturen. Ik moet daar nu nog een heel stuk in schiften en schrappen, en proberen er een vijftal gedachten uit te halen die ik dan moet geformuleerd krijgen in elk een zeven à acht zinnen. Dan nog vertalen in het Frans en het Engels - en dan zijn we er zo ongeveer…
Ik wil in deze homilie vooral de nadruk leggen op het belang van het ‘zorgen’ vanuit de instanties in en rond de gevangenis voor de gedetineerden - alsook op de opdracht voor de gedetineerden zelf om voor mekaar en hun naastbestaanden te zorgen - en als het kan ook voor de slachtoffers die ze gemaakt hebben…
In dat kader stuur ik nog even een sterke tekst mee van Hans Claus - tot op heden directeur van de gevangenis in Oudenaarde en bezieler en promotor van ‘De Huizen’ - een vzw die streeft naar een kleinschalige en herstelgerichte detentie ter bevordering van reïntegratie en verkleining van de kans op recidive.
En verder ook nog wat materiaal rond ‘Café Winket’, een initiatief dat verleden zaterdag gestart is aan de poort van de gevangenis PCB van Brugge, en dat aandacht wil vragen voor de ‘zorg’ voor naastbestaanden van de gedetineerden. Kwestie van het wat concreet te maken (en tegelijk nog voor wat extra-reclame te zorgen).
Wie weet kan iemand uit dit alles nog iets uit gebruiken voor het komende weekend. Verder delen mag alleszins - geen probleem…
Met hartelijke groet. In verbondenheid!
geert dedecker
vrijwilliger-aalmoezenier in de gevangenis PCB Brugge
Aanzetten en gedachten voor de homilie op de Derde Paaszondag – C
in de gevangenis PCB Brugge
op zaterdag en zondag 30 april en 1 mei 2022
De schrijver van dit evangelie neemt ons mee naar een plek in Galilea die allesbehalve idyllisch is, en naar een moment en tijdstip dat doet huiveren.
Galilea is in het evangelie van Johannes altijd en per definitie het vergeten gebied, het land van de armen, de boeren, de vissers en de have nots, de verliezers, de ongeletterden en ongeschoolden, de ‘heidenen’… Dat alles in tegenstelling tot Jeruzalem en de landstreek van Judea er omheen – dat religieuze machtscentrum waar Jezus uitgespuwd werd en uiteindelijk ter dood werd gebracht. Dáár, in het land van de heidenen, waar zogezegd niets goeds vandaan kan komen, vindt deze wonderbaarlijke paasmaaltijd plaats. Daar worden de ogen van de leerlingen geopend. Verrijzenis kan dus – ook in Galilea… (en dus moet het ook in de gevangenis kunnen)
En dan het tijdstip. Het paasfeest is voorbij, over en uit. Het is ‘daarna’ – na alles wat de laatste dagen in Jeruzalem is gezegd en gehoopt en gedroomd. De massale gedachtenis van de bevrijding van het volk, met die jaarlijkse kleurige pelgrimage van zovelen naar de hoofdstad, montert altijd op, maar verliest terstond zijn werking als men weer terug is in het eigen binnenland. De karigheid van het bestaan valt dan dubbel zwaar.
Nu keren ze terug naar hun dagdagelijks werk en zoeken er terug wat vroeger is geweest, en waar ze sterk in waren: de visserij. Het gewone leven, het zweten en zwoegen voor de kost, gewoon maar om in leven te kunnen blijven.
Is het de ontgoocheling om hoe alles met Jezus gelopen is, die de leerlingen aanzet om terug te keren naar het gewone, alledaagse leven, en er de draad van voeger weer op te nemen? In elk geval: Petrus is de eerste die zegt: ‘Ik ga terug vissen!’. En de anderen gaan direct met hem mee.
Maar het is pikdonker op het meer. Er is geen enkel perspectief. Ze zien niets, en ze vangen ook niets. Er lijkt kortom niets meer te zijn om van of voor te leven. Een nacht van tevergeefs vissen, van lege netten en lege harten.
Ze vingen die nacht ‘niets’… Wie een beetje levenservaring heeft zal dit wel herkennen: de donkere dagen, als je geen uitkomst ziet, geen troost vindt voor je verdriet, geen antwoord op je vragen, geen rust voor je verlangen, geen huis of thuis voor je heimwee naar wat ooit is geweest. Het lusteloos gevoel dat je bekruipt als je te midden van de dagen geconfronteerd wordt met de nutteloosheid van je werk en je bestaan. Wat haalt het uit? Waarom me nog moe maken? Hoelang moet ik nog mensen dragen en verdragen? En mezelf er nog bij…
Dat is typisch de ‘nacht’ in de Bijbelse beeldspraak. De inzet en de tijd van hun werk: het lijkt allemaal totaal onvruchtbaar. De zeven leerlingen-vissers keren naar de oever terug, om straks aan de dorpelingen en strandwandelaars een zeer nihilistisch verslag uit te brengen van hun levenservaringen van de laatste dagen en weken. ‘Hoe hebben jullie gevaren vannacht – goed of slecht?’ zullen de mensen naar gewoonte vragen. Het antwoord is simpel en klaar: ‘Twee keer niets…’
Maar dan gebeurt het, vroeg in de morgen. ‘Morning has broken, like the first morning’ – altijd weer komt de zon op, gratis voor niets. Dat waren ze in al hun ontgoocheling en ontmoediging glad vergeten.. En kijk, daar is een gestalte aan de oever, hij staat er als een baken in de nacht. De Heer staat daar, maar ze herkennen Hem niet.
De Man van de overkant spreekt hen aan. Er roept een stem over het water. ‘Vrienden, hebben jullie soms wat vis..?’ Hij vraagt het alsof Hij een bedelaar was, die uit de handen van de mensen moet eten… Een beetje cynisch lijkt het toch wel, nu ze uitgerekend in deze nacht niets hebben gevangen. Of we misschien wat hebben opgediept? Nee hoor, helaas, wij, wij hebben niets. Niets voor jou en ook niets voor onszelf. Dàt moet je nu vooral niet aan hen vragen, na zo’n vergeefse en lege nacht, bij een leeg schip en een net vol ‘niets’… En ze antwoorden heel eerlijk: ‘Nee, wij hebben niets…’Wij hébben niets en wij zijn niets…’
Maar Hij, Hij daagt hen uit, in de hoop dat ze zullen inzien dat ze toch wel méér te bieden hebben dan alleen maar dat ‘niets’. De donkerste nacht in het leven, het ergste ‘niets’ is: dat er niemand is die jou iets vraagt of iets van jou verwacht…
Hoe vaak maken wij dit niet mee: je vraagt iemand om hier of daar een handje toe te steken als vrijwilliger, en het eerste antwoord is: ‘Nee, ik kan dat niet, ik heb daar geen verstand van, geen tijd voor…‘ En dan, toch, schiet die ander in gang – misschien alleen maar omdat hem een vraag is gesteld, omdat er een verwachting geformuleerd is, en iets van een zekerheid: ‘Jij kunt dat!’
Zo gaat dat telkens weer: in het spel van vraag en aanbod, van geven en nemen, van verwachten en hopen ontdekken mensen elkaars nieuwe kansen. De Verrezen heer wordt zichtbaar en komt aanwezig te midden van mensen die vechten tegen de weerbarstigheid van de zee, tegen de dood in al zijn vele vormen en tegen de duistere uitzichtloosheid van de nacht, het besef ook van niets en niemand te zijn…
Ze vangen dit keer een overvloed aan grote verse vis, wel 153 stuks. Wellicht zoveel soorten vis als er toen bekend was. Niet omdat Jezus kan toveren, maar omdat het leven altijd sterker is dan de dood, het licht altijd het donker overwint, de wanhoop het verliest van de hoop. Sinds Genesis, sinds de dag van de Schepping, heeft God ons altijd een nieuw begin beloofd, en met Pasen heeft Jezus de dood overwonnen. Hij is toch opgestaan! Johannes, Jezus’ boezemvriend, is de eerste die Hem herkent. En Petrus, impulsief als altijd, springt meteen als een dolfijn in het water, en laat zich nu door Jezus vangen (dat hele zalige spel had hij indertijd nog van Jezus zelf geleerd, die keer dat ze samen probeerden te wandelen op het meer van Gennezareth).
En wonder boven wonder: wanneer zij op de oever aangekomen zijn, is daar een houtskoolvuurtje aangelegd, met vis er op en brood. En dan: ‘le déjeuner sur l’herbe’, of beter: ontbijt gevolgd door eucharistieviering op het strand…
Jezus breekt het brood met hen en deelt de vissen zomaar uit. Herhalingsles! Brood en vis roepen de herinnering op van het verhaal van die jongen indertijd, met vijf broden en twee vissen voor vijfduizend…. Ga eens zien wat ge zelf hebt – gij moet hen te eten geven… Ja, maar wij hebben niets’…
De ervaring van de broodvermenigvuldiging dus opnieuw, en van het laatste avondmaal, maar bovenal een voorspiegeling van wat zal komen in de eindtijd, wanneer wij allen met onze nacht en met ons niets samen met God zelf mee aan tafel zullen mogen zitten… Hij nodigt ons uit bij het houtskoolvuur in het licht van de morgen – er is ineens vis genoeg en warmte, voedsel en aandacht, en zachte moed om weer voort te kunnen doen…
‘Dit was nu de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen sinds Hij uit de doden was opgestaan…’ (Joh. 21,14)
Het houtskoolvuur dat de Man van de overkant heeft aangelegd moet bij Petrus ook onvermijdelijk de herinnering hebben opgeroepen aan het vuur waaraan hij zich warmde toen hij Jezus verloochende…
Over een andere boeg…
Plots staat Hij er weer. Die Jezus, die hun leven bezielde en hen nu voor de tweede keer oproept om mensenvissers te worden. Midden in hun dagelijkse realiteit staat Hij daar en Hij zegt hen dat ze het over een andere boeg moeten gooien. Ze moeten opnieuw beginnen. Mensen samenbrengen in een net dat bestand is tegen het scheuren, in een gemeenschap die één is en onverdeeld in het geloof in de Verrezene, de Levende in hun midden.
Probeer het eens aan de andere kant! Hij stelt ons voor op een andere manier te werk te gaan. Net zoals Hij zelf altijd deed. De boel omkeren, alle verhoudingen en afspraken en tradities op hun kop zetten als het moet. Nooit doen wat vanzelfsprekend lijkt. Dan ben je sowieso een handlanger en medewerker van het ‘niets’, van de nacht en van de dood. Daar in de schemering tussen dromen en waken moedigt Hij ons aan hetzelfde te doen als Hij altijd deed. Het net nog eens op-nieuw uitgooien, aan de andere kant misschien… Herhalingsoefening, herscholing in de ‘stiel van mensenvisser’. Een duidelijk ‘En toch-verhaal’…
Met die ervaring van mislukking, van zinloosheid en leegte, van het ‘niets’ in ieders bestaan, is dus niet alles gezegd. Er is nog een àndere kant aan ons verhaal, een “rechterkant”. De zee is niet alleen chaos en dood zoals voor het begin van de Schepping, en Jezus heeft eerder al de storm gestild en Petrus over water leren te lopen, naar Hem toe.
Jezus roept zijn leerlingen, roept elk van ons toe: ‘In Godsnaam, probeer het nòg een keer. Geef niet op! Verlies de moed niet, kijk toch: de zon gaat ondanks alles toch weer op, voor iedereen, en gratis voor niets… Bekijk je hele moeilijke situatie eens van de àndere kant en werp dààr op-nieuw jouw netten uit. Het lukt je vast en zeker wel. Berust nooit vanzeleven in die verdomde lege ‘linkerkant’ waar niets te vangen valt. Want ook in jouw mislukking en je tegenslag, in je schuld en in je boete kan vruchtbaarheid en nieuw leven groeien, is vergeving en verzoening, is verrijzenis mogelijk…
Er zijn momenten in ieders leven dat je denkt: niets heeft nu nog zin, ik overleef dit nooit, het brengt allemaal niets op, het is allemaal zo nutteloos… Dan mag je nooit opgeven. Je mag nooit zo bang zijn dat je het leven niet meer aandurft, dat je niet meer durft herbeginnen. ‘Vrees niet…’ Er is altijd iets nieuws mogelijk. Probeer het maar, zoek onvermoeid naar nieuwe uitwegen…
En verder… Zeg dat asjeblief nooit meer, dat jullie maar simpele vissers zijn, arm tussen de armen, veracht tussen de verachten, een soort ‘perte totale’ tussen de andere mensen… Zeg dat nooit meer. Kom hier, en houd maaltijd met Mij op het strand. Ik leg alvast een houtskoolvuurtje aan.
De Verrezene – de Man van het eeuwige ‘En toch…’
Hoe kan je de Verrezene herkennen, daar op de oever bij het meer? Kijk, het is simpel. Hij is in elk geval op Zijn paasbest. En je moet luisteren naar Zijn stem en naar wat Hij zegt. In al zijn woorden zit altijd een zelfde melodietje. Het is zijn Paasrefreintje van altijd, dat Hij zingt op zachte toon: het liedje van ‘En toch…’ Nu eens wat hoger, dan weer wat lager, maar het is er, altijd. En in de strofen van dat lied komen telkens twee dingen naar voren: Je moet niet bang zijn, vrees niet, je mag vertrouwen hebben, je bent hoe dan ook geborgen in een Vriendelijk Geheim. ‘Abba’, ‘Vadertje’ staat achter je hele even, ook in de nacht en in het niets. Hij Die dit zegt is de Verrezen Heer. Het kan niet anders. Dat is één.
En het tweede vloeit er uit voort: je mag het dus nooit opgeven; je kan en mag altijd opnieuw beginnen; Je mag het gerust nog eens proberen als het de eerste keer niet lukt… Ook hier in dit evangelie van vandaag staat het er zwart op wit: ‘Werp het net nog maar eens uit – gooi het misschien eens over een andere boeg – dààr zult ge iets vangen…’ De man of vrouw in mijn leven die mij regelmatig met die woordjes ‘nog eens’ of ‘en toch…’ benadert, die moet ik goed in de gaten houden. Het is zonder twijfel altijd een soort van een engel, een boodschapper, een gezant van de Verrezen en Levende Heer.
Wanneer je uit je nukkige en koppige beslotenheid komt van de nacht en van het niets, en je dan tenslotte toch gewonnen geeft aan dit ‘nog eens’ en het ‘en toch’ – dan gebeurt soms het wonder. De strandloper, de vreemdeling van aan de overkant, wordt opeens drager van en woordvoerder-handlanger van een dieper Geheim dat fluistert: ‘Vrees niet. Val nooit meer terug in je vroegere staat van berusting en wanhoop. Ik ben bij jullie, ik blijf bij jullie voor altijd…’
Een tweede kans krijgen zoals Petrus
Dan volgt nog het intieme gesprek tussen Petrus en Jezus: ‘Heb jij mij lief..?’ Tot drie keer toe vraagt Jezus dit, want niet lang daarvoor heeft Petrus uit angst en zelfbehoud en om zijn eigen vel te redden tot drie keer toe bij een houtskoolvuur gezegd dat Hij de Heer niet kende, en dat hij zeker niet uit Galilea afkomstig was… Ontroerd en diepgeraakt bevestigt Petrus nu: ‘Heer, je weet toch dat ik Je graag zie..?’ En hij krijgt meteen tot drie keer de opdracht om te herderen, om te behoeden en te zorgen voor. De lammeren, de schapen en de hele kudde – het wordt alsmaar belangrijker en omvangrijker, want aan het zorgen voor mensen komt nooit een eind.
Dat vind ik een prachtige epiloog aan dit verhaal. Nergens na de avond van Witte Donderdag heeft een functioneringsgesprek plaatsgevonden waarin Petrus aan Jezus moest beloven aan zijn verbeterpunten te werken,; hij hoefde niet met as op het hoofd en een zak vol schuldgevoelens rond te lopen, nee, Jezus blijft zien wie Petrus echt is. En hij weet dat zijn intenties, ook al heeft hij die misstap begaan, zuiver zijn. Daarom durft hij de grote verantwoordelijkheid van het leiden van de gemeente ook op zíjn schouders te laten rusten. Petrus krijgt hier een unieke, hem op het lijf geschreven tweede kans en daarmee schopt hij het uiteindelijk, volgens de overlevering, tot eerste Paus.
Petrus krijgt – als primus inter pares – tot drie keer toe de vraag ‘Hebt ge mij lief?’ En keer na keer, na elk positief antwoord, worden hem méér mensen toevertrouwd… Hoeveel keren wordt een mens geroepen? Door wie? Waartoe? Alle pastoraal is herderschap… ‘Want als de Kerk niet dient, dient ze tot niets…’ (Mgr. J. Gaillot)
We mogen zwak geweest zijn, gefaald hebben en zelfs verraad hebben gepleegd, maar als onze liefde het niet begeeft kunnen ook wij die opdracht net als Petrus aan.
Nog een toemaatje bij die herhaalde opdracht aan Petrus om ‘te zorgen voor…’
Jaren geleden werd antropoloog Margaret Mead door een student gevraagd wat zij beschouwde als het eerste teken van ‘beschaving’ in een cultuur of een gemeenschap van mensen die zich ergens hadden gevestigd. De student verwachtte dat Mead direct zou praten over vishaken of kleipotten, over muurtekeningen of slijpstenen.
Maar nee hoor. Mead zei dat het eerste teken van beschaving in een oude cultuur een dijbeen was dat een breuk vertoonde en daarna toch nog genezen was. Mead heeft uitgelegd dat in het dierenrijk, als je je been breekt, je onvermijdelijk sterft. Je kunt niet vluchten voor gevaar, niet naar de rivier gaan voor een drankje of op jacht naar voedsel. Je bent zondermeer een prooi voor rondsnuivende beesten. Geen enkel dier overleeft een gebroken been lang genoeg zodat het bot kan genezen.
Maar een gebroken dijbeen dat genezen is, bewijst dat ergens iemand de tijd heeft genomen om bij degene te blijven die gevallen is, de wond heeft gebonden, de persoon in veiligheid heeft gedragen en hem of haar tot bij het herstel heeft verzorgd. ‘Iemand anders doorheen de problemen helpen – dat is waar beschaving begint’, zei Mead.
We zijn als mensen op ons best als we anderen verzorgen en dienen. Dus: wees beschaafd… (Woede Byock).
Voor de gevangenis in het algemeen, en voor alle mensen die er werken (dus ook voor mij): laten we proberen steeds meer ‘beschaafde mensen’ te worden. Omdat we méér voor gekwetste en gebroken mensen leren te zorgen dan dat we ze zomaar veroordelen en laten vallen of - erger nog - dat we ze definitief zouden kapot maken.
En voor elk van jullie, gedetineerden die in de gevangenis verblijven: dat we als goede leerlingen van Jezus zouden uitgroeien tot ‘mensenvissers’. Dat zijn ‘beschaafde’ en zorgende mensen die het opnemen voor elkaar, en die proberen te zorgen voor mensen – al was het maar een voor één lammetje, of ergens een verloren schaap dat God weet hoe en waarom aan ons is toevertrouwd: je partner, een vriend of vriendin, je kind, je oude moeder of vader, ja wie weet: een slachtoffer misschien dat je hebt gemaakt…
Tot besluit van dit wondere verhaal uit het evangelie
Er is meer dood dan opstanding en verrijzenis in de wereld. Dat is waar. Er is meer nacht dan morgen, er is meer niets altijd dan een heel rijke en overvloedige vangst. En toch! Er zit een onweerstaanbaar rijzend ochtendlicht in deze evangelietekst. ‘Morning has broken, like the first morning…’
Er zijn geschoolde mensenvissers aan boord van ons schip. Er is een net dat niet scheurt. Er is een Gestalte aan de overkant van het meer. Er is een houtskoolvuur voor ons allen samen aangelegd. Er is een Stem die ins roept, die ons vraagt. En er zijn handen die met ons en voor ons willen breken en delen…
God geve dat het waar mag zijn, vandaag nog als het kan. Het zij zo – kome wat komt. Amen.
geert dedecker




**He Qi, **Jesus appears to his disciples






Luc Blomme
Luc Blomme






Hans Claus op Facebook – 25 april 2022
Wat maakt u zo agressief ?
Al heel mijn carrière heb ik er last van. Telkens me gemeld wordt dat een gedetineerde verbaal of fysiek agressief is geweest heb ik de neiging om me af te vragen wat er precies gebeurd is. Wat heeft de gedetineerde kwaad gemaakt ? Ik heb daar last van omdat dit precies de vraag lijkt die ik als gevangenisdirecteur niet mag stellen. Men verwacht dat ik achter mijn personeel sta, de gedetineerde ongelijk geef, hem eens goed de les spel en straf.
Niet dat ik aan al die verwachtingen niet wil beantwoorden, natuurlijk. Ik weet best wel dat het geen pretje is om op een sectie te staan in een gevangenis. Al zeker niet op een overbevolkte sectie in een Belgische gevangenis. Al zeker niet in systeem waarnaar al decennia niet behoorlijk is omgekeken, waardoor gedetineerden van alle slag, jong, oud, eersteling of doorwinterd, rustig of verward, verwaarloosd of verwend, vreemd of eigen, dezelfde eentonige en overbeveiligde cellen betrekken, meestal voor een periode waarvan ze zelf niet weten wanneer die eindigen zal. Al zeker niet in een misprezen en cinematografisch misbruikt claustrofobisch en angstvallig afgesloten wereldje waar een anachronistische setting dagelijks gevecht levert met hooggespannen verwachtingen, die mooi, bijna notarieel geacteerd en bijgevolg juridische bindend in wetten, besluiten en circulaires staan uitgepend, badend in een onwezenlijke sfeer die bol staat van humanitaire principes.
Maar op zo’n tuchtzitting verschijnt telkens een mens die dezelfde schizofrene werkelijkheid ondergaat, zij het aan de andere kant van de deur. Meestal een mens die ik al wat ken, waarmee ik ook goede ervaringen heb, die grappig of spitsvondig, creatief of aandoenlijk simpel is, die ik zoekend en vragend, eisend of te neergeslagen heb gezien, met wiens moeder of lief ik al eens een woordje heb gewisseld voor de poort, wachtend op de klik die ons toegang geeft, mij tot mijn bureel, hen tot de bezoekzaal.
Het valt me zwaar om me dan ‘tot de feiten te moeten beperken’. Telkens word ik dan geplaagd door die vraag die door mijn hoofd spookt. ‘ Wat heeft u agressief gemaakt’ ? Die vraag verbergt een rij andere vragen, zoals ‘ welk verlangen werd zodanig gefnuikt dat je de mens die voor je stond tot zijn uniform hebt herleid?’ ‘Welke behoefte werd hoe lang onderdrukt wat maakt dat je de normale omgangsvorm voor agressie hebt omgeruild’ ?
Het zijn de echte vragen die ik noodgedwongen voor na de tuchtzitting spaar. Het leven is een schouwtoneel. Als de show voorbij is, kunnen we napraten. Dan bouwen we de relaties terug op die even onder spanning kwamen te staan door het tuchtrechtelijk geweld.
Misschien werp ik alles te zeer op een hoopje. Ik heb na zesendertig jaar gevangeniservaring wellicht te vlug de neiging om de hele wereld vanuit die penitentiaire bril te bekijken. Maar ik heb ook geleerd dat mensen en menselijke verhoudingen fundamenteel niet erg verschillen, of ze nu in een nagemaakte wereld dan wel in de ‘echte, vrije’ wereld plaats vinden. Soms is de werkelijkheid buiten nog surrealistischer dan die achter de tralies, overigens. Niet in het minst omdat we er in onze besloten strafbiotoop tenminste van bewust zijn dat we in een opgetimmerde normaliteit leven.
Hoe dan ook, toen Poetin besloot om Oekraïne aan te vallen, had ik meteen weer die reflex. Wat maakt u zo agressief, mijnheer Poetin ? Onbewust ga ik in de massa teksten die in de weken daarna over dat conflict geproduceerd wordt, op zoek naar het antwoord op die vraag.
Zou het kunnen dat het Russisch nationalisme iets gemeen heeft met het Vlaams nationalisme waarmee ik groot gebracht werd ? Zou de repressie waar Vlaams gezinde collaborateurs zich door vernederd en tekort gedaan voelden enige gelijkenis kunnen vertonen met de krenking die Russen voelden toen de USSR ineenstortte, onder luide aanmoediging van het ‘vrije’ Westen ?
Zouden ook zij die voorbije dertig jaar niet op weerwraak gezind hebben, zoals Vlaams nationalisten hun duidelijk economisch overwicht van nu willen aanwenden om de onafhankelijkheid uit te roepen zodra ze aan Vlaamse kant een parlementaire meerderheid in de wacht slepen ?
Natuurlijk kan niets ontziend wapengekletter moeilijk vergeleken worden met het nastreven van een verkiezingsoverwinning. Net als het afhandelen van een agressie-incident in een gevangenis moeilijk kan vergeleken worden met een oorlog in regel. Maar de schaal van het conflict of het gebruik van de wapens veranderen in wezen niet veel aan de onderlinge dynamiek van mensen.
De VS en Rusland, de echte protagonisten in deze oorlog, zullen wellicht het conflict uitvechten, hopelijk niet tot het bittere einde zoals de tuchtprocedure nu eenmaal zijn beslag moet krijgen, hopelijk eindigend in een redelijke straf. Maar als dat gruwelijk schouwspel is afgesloten, zal de opbouw van een nieuwe periode van vrede en rust toch afhangen van onze bereidheid om eerlijk aan Rusland met of zonder Poetin de vraag te stellen : wat maakte u zo agressief ? Het is ons geraden om aansluitend met hun echte onderliggende verlangens op een aanvaarbare manier rekening te houden.
We willen toch niet dat de ruzie in de kortste keren opnieuw oplaait, toch ?
Pop-upcafé naast gevangenis van Brugge: “Vrienden en familie van gedetineerden warm onthaal geven”

Een maand lang kunnen de familieleden en vrienden van de gedetineerden in Brugge terecht in het pop-upcafé naast de gevangenis. Het is de eerste keer dat dit georganiseerd wordt. “Café Winket ontvangt de naastbestaanden met een warme koffie, een luisterend oor en een kort ontspanningsmoment, zoals een mini-massage of een soloconcertje”, zegt Olivier Forges, één van de initiatiefnemers.
VRT-NWS Florence Depauw
za 23 apr 14:11
Vanaf vandaag is net naast de Brugse gevangenis, geopend. Het pop-upcafé wordt vier weken lang een plek voor cultuur, debat en ontmoeting, met als rode draad een hartverwarmend onthaal voor de mensen die een bezoekje brengen aan een gedetineerde. “Want het “onthaal” voor die mensen in de gevangenis van Brugge is niet bepaald warm te noemen”, klinkt het bij de initiatiefnemers van Café Winket.
Iedereen gevangen
“De familieleden en vrienden van een gedetineerde zijn een vergeten groep die zowel sociale, psychologische als financiële gevolgen draagt van de gevangenisstraf die hun familielid of vriend kreeg. Op bezoek gaan is geen evidente zaak. Velen zijn uren onderweg. Bovendien moeten ze meer dan een uur voor het bezoek verplicht aanwezig zijn aan de poort van de gevangenis. Eénmaal binnen kruipen de vele veiligheidschecks en camera’s onder hun vel. “Je voelt je ook een gevangene”, horen we heel vaak. Café Winket wil daarom een alternatief aanbieden en een warm onthaal organiseren voor hen.”
In België hebben we ongeveer 10.000 gedetineerden, dat betekent dat er ook minstens 17.000 kinderen zijn met een ouder in de gevangenis
Olivier Forges, initiatiefnemer
Iedereen welkom
Maar Café Winket is er voor iedereen: de buurtbewoners, het personeel van de gevangenis en toevallige passanten. “We voorzien een gevarieerd aanbod, met film, debat, muziek, tentoonstelling, theater en circus. Doorheen dit aanbod willen we ook de stem en de problematiek van de naastbestaande doen klinken”, klinkt het nog. “In België hebben we ongeveer 10.000 gedetineerden, maar dat betekent dat er ook minstens 17.000 kinderen zijn met een ouder die in de gevangenis zit. Ook zij worden op een manier meegestraft. Daarnaast heb je ook nog tienduizenden vaders, moeders, broers en zussen die ermee te maken krijgen. Dat is een groep die we als maatschappij vaak uit het oog verliezen. Ons initiatief wil dat probleem wat verhelpen”, zegt Forges nog.
Café Winket is nog open tot 20 mei.

1 / 2
ONTHAAL
GELE LINTJES-ACTIE
Een lange weg. Elke keer opnieuw. Soms jaren lang. Om even je naaste te bezoeken in de gevangenis. Bij elk weer. Je komt aan. Een muur. Een poort. Een check. Een veiligheidsdetector. Een deur. Nog een deur. De zaal met velen zoals jij. De blik van je naaste. Je naaste in detentie. De woorden van iemand tussen vier muren, dag in dag uit. Het gesprek tussen de vier muren. Zoekend naar privacy, naar verbinding.
“Er was eens een man die, na vele jaren gevangenis, vrijkwam. Omdat hij niet zeker wist of hij thuis nog welkom was, had hij een brief gestuurd: ‘Als ik terug welkom ben, hang je dan een geel lint in de eikenboom?’…“
Tijdens Café Winket zorgen vrijwilligers 8 dagen voor een warm onthaal met koffie, een koekje en bovenal een luisterend oor voor de naastbestaanden. De inkleding van het onthaal met decoratie, onderleggers en bierviltjes is van de hand van gedetineerden. Zaterdagen van 8.00 u. tot 21.00 u. 23 april / 30 april / 7 mei / 14 mei Weekdagen van 12.00 u tot 18.00 u. 28 april / 4 mei / 11 mei / 17 mei Met kleine en fijne activiteiten voor de bezoekers maar ook voor iedereen die even Café Winket binnenwandelt.
Mini-massages / 23 april & 7 mei van 11.00 tot
13.00 u. / 30 april & 14 mei van 14.30 tot 18.00 u. Digidokter - Eerste hulp bij je digitale problemen / 23 april van 11.00 tot 13.00 u. / 30 april van 14.30 tot 16.30 u. Terugspeeltheater - Vertel jouw verhaal, over die persoon waarvoor jij altijd blijft gaan, aan de spelers . Zij brengen het verhaal al improviserend meteen tot leven. / 7 mei van 11.00 tot 13.00 u. en van 14.30 tot 16.30 u. Soloconcertjes - Twee muzikanten van Lucinda Ra spelen een lied exclusief voor jou / 7 mei van 14.30 tot 16.30 u. Bankcontact - Zet je op de bank en maak contact. / 4 & 11 mei van 15.00 tot 16.30 u.
Tijdens het slotevent ‘omarmen’ we de gevangenis al wandelend. Niet als pleidooi voor straffeloosheid maar als signaal voor nieuwe kansen en herstel. Je wordt uitgenodigd om een geel lintje aan het hek te hangen met een boodschap voor de mensen in detentie. SLOTACTIE - GEVANGENEN OMARMEN - 20 MEI 19.00 u. Symbolische actie met gele lintjes en muzikale omwandeling rond de gevangenis met Ambrazar. 20.00 u. Optreden van Ambrazar, folk maar toch geen genre in de Belgiek.
PRAKTISCH
De activiteiten vinden plaats in en rond De Belgiek - mobiele cultuurzaal. Op het grasplein naast de ingang van de gevangenis Lege Weg 200, 8200 Sint-Andries
Gratis
Informatie & inschrijvingen:
www.cafewinket.be Een initiatief van Pax Christi Vlaanderen, AVANSA regio Brugge, AVANSA Mid- en Zuid West, Thuisfront, Brugge Plus, De Rode Antraciet, Without Walls en vzw De Huizen. Met steun van Stad Brugge, Koning Boudewijnstichting en project Dialoog. Geselecteerd door v.u. Stefan Nieuwinckel, Italiëlei 98a, 2000 Antwerpen
23 april 20 mei Ontmoeting & cultuur aan gevangenis Brugge
Café
Winket
Wat? Dit voorjaar strijkt Café Winket voor de allereerste keer neer aan de ingangspoort van de Brugse gevangenis. Van 23 april tot 20 mei ‘22 plaatsen we er het omgebouwde lunapark De Belgiek en maken we van Café Winket een warme plek voor debat, cultuur en ontmoeting voor bezoekers aan de gevangenis, buurtbewoners, gevangenispersoneel, het grote publiek – met een stevige brug naar de gedetineerden. Tijdens Café Winket willen we in het bijzonder een warm onthaal voorzien voor de naastbestaanden - de zonen, dochters, vaders, moeders, partners - die hun geliefden komen bezoeken in de gevangenis. Naastbestaanden zijn een vergeten groep die grote gevolgen dragen van de gevangenisstraf die hun familielid of vriend kreeg. Met diverse activiteiten willen we hun stem laten klinken en hun problematiek zichtbaar maken. Maar we willen samen met hen ook een brug slaan tussen de gedetineerden en de samenleving, tussen de gevangenis en de buurt, tussen het stigma en de mens.
iedereen welkom !
Programma Feestelijke Opening Zaterdag 23 april
18.30 u. Officiële opening van Café Winket Introductie: muziek Inmate sessions / tentoonstelling Imaginaire plegrimstocht / Bierviltjes met een verhaal / Gele lintjes-actie / 19.30 u. Concert Tenorin - Een combo van vette grooves, zwoele solo’s en poëtische Nederlandstalige teksten.
Van binnen-buiten de muren Vrijdag 6 mei, 17.30 u. - Interactieve performance ‘Crime & Punishment’ Samen met gedetineerden deelnemen aan de performance in de gevangenis. Een dialoog over misdaad en straf. Zaterdag 14 mei, om 19.30 u. - Concert Lucinda Ra presents Inmate sessions Wekelijks improviseren twee muzikanten en een animatie-artiest erop los in de gevangenis met gedetineerden. Laat je meevoeren over de muur. Woensdagen - 6 keer - 2 wekelijks - 10.00 - 12.00 u. Vanaf 27 april tot 29 juni - Samen lezen Kortverhalen en gedichten samen ervaren en delen. Een groep buiten, een groep binnen. Via papieren dialoogvliegers ontstaat een dialoog.
Circus en theater voor het ganse gezin Zaterdag 30 april, 15.00 u. - Straattheater ‘Voila’ Eenvoudig, toch niet simpel. De toevallige ontmoeting tussen publiek en artiest geven een inkijk in zijn dagelijkse leven. Met een circuswoonwagen als decor. Zaterdag 14 mei, 15.00 u. - Kindertheater ‘Richarken’ (4+) Doldwaze grappen en een koning met een (spring)kasteel over een sterke eigen wil en baas zijn van de wereld.
Debat, gesprek & film Woensdag 27 april, 19.30 u. - Kortfilm ‘O’ Een film met dans, opgenomen in de gevangenis, over impact van gevangenschap. Met nagesprek met regisseur P. Van Der Hallen Woensdag 4 mei, 19.30 u. - Documentaire ‘De Kolonie’ Een docu in en rond het bushokje aan de gevangenis van Merksplas. Wachten op de bus, wachten op je naaste, wachten … Met nagesprek met regisseur Filip Lenaerts Vrijdag 6 mei, 19.30 u. - Huizen on tour Marijn Devalck speelt jailsongs en breekt een lans samen met acht interessante sprekers voor een andere vorm van detentie: detentiehuizen. Woensdag 11 mei, 19.30 u. - Gespreksavond ‘Mee gestraft?’ Over naastbestaanden van mensen in detentie met getuigenis. Ook te volgen via livestream. Woensdag 18 mei, 19.00 u. - Getuigenis & Panelgesprek: Ouderschap in detentie. Hoe is het om ouder te zijn in de gevangenis?