HOMILIE
TWEEDE PAASZONDAG - BELOKEN PASEN - C
GODELIEVEPAROCHIE ROESELARE – 27/04/2025
als evangelie wordt gelezen: Johannes 20, 19-31
** Inleiding op het evangelie**
Zoveel jaren geleden hebben we, toen mijn moeder gestorven was, met de dood in het hart het ouderlijk huis opgeruimd. En toen ontdekten we boven op zolder ineens in een verloren hoek, onder een berg oude dekens en kussens een oud, al lang afgedankt bed – het moet het huwelijksbed van mijn grootouders zaliger geweest zijn. Mijn vader (die net als zijn vader een timmerman was), moet het niet over zijn hart gekregen hebben om het weg te doen – het was gemaakt in prachtig stevig eikenhout, hoogstwaarschijnlijk door mijn grootvader zelf… En merkwaardig genoeg: het was een ‘twijfelaar’ – de grootte ervan zat tussen een één- en een tweepersoonsbed in… Slapen in een ‘twijfelaar’ – daar zat heel wat levenswijsheid in en veel (echtelijke) ervaring, naar ik mag vermoeden. Dat je de twijfel toelaat, ja zelfs van te voren inbouwt in je leven en in je samen-leven, in je lieven en in je geloven. En dat je zo als het ware de twijfel in je leven installeert als een goeie en vertrouwde bekende; je gaat er mee slapen en je staat er mee op – en dan kan het bij manier van spreken elke avond nog alle kanten uit. Het grote voordeel van zo’n ‘twijfelaar’ is: dat je er wat plaats mee wint in de slaapkamer. Het grote nadeel is dan weer: dat je er een behoorlijk stuk comfort bij inschiet. Leven en lieven met een stuk onzekerheid en kwetsbaarheid, geloven met vraagtekens in plaats van met uitroeptekens – het is niet altijd comfortabel. Maar, als je er een gedacht van maakt, dan gààt het ook; het went en het is leefbaar en je kunt het uithouden, als je af en toe wat op de tanden bijt. (ik heb het allemaal van horen zeggen…) Gode-lieve mensen - zeker de laatste jaren, met al wat er in de wereld gebeurt en ook met ouder te worden – denk ik geregeld, en ik hoop dat ik u daarmee niet ontgoochel of schokeer: mijn geloof slaapt òòk heel dikwijls in een ‘twijfelaar’… Ik ben net als Thomas uit het evangelie van vandaag bij momenten òòk een beetje ‘een gelovige van acht dagen later’, ja soms zelfs vind ik al die mooie gedachten en preken in de kerk over opstaan en verrijzen een beetje ‘vijgen na Pasen’, zeker als ik het nieuws van de dag op TV heb gezien… Ik voel me steeds meer een tweelingbroer van ‘Thomas-Didymus’, met meer vraagtekens dan uitroeptekens in het hoofd en in het hart. Moet je horen wat Thomas is overkomen…
Homilie
Gode-lieve mensen, ik wil u in mijn homilie op deze zondag van Beloken Pasen,daags na de begrafenis van de goede Paus Franciscus, enkele gedachten voorleggen die mede geïnspireerd zijn door zijn gedachten en door zijn manier van in het leven staan.
-
Thomas was er niet bij, de eerste keer dat Jezus verscheen. Blijkbaar wilde hij naar buiten gaan, de wereld in. Op zijn eentje dan nog. Misschien was hij gewoon van de anderen weggelopen, omdat hij het niet meer aankon: al die miserie, al die onmacht, al dat verdriet. Thomas is een realist. Misschien geen ongelovige, maar toch een anders-gelovige. Trager, bedachtzamer, meer aarzelend en meer onzeker dan de anderen. Bijzonder op zijn hoede voor fake-news. Een Tweet of een Instagram-berichtje volstaan voor hem niet om mee te gaan in een mooi verhaal. Wanneer de andere apostelen beweren dat ze Jezus hebben gezien, wil hij de geloofwaardigheid van hun onwaarschijnlijk wedervaren in de eerste plaats aftoetsen aan wat er zich buiten in de wereld afspeelt in de realiteit, wat hij dagelijks hoort en ziet op het journaal, en in Ter Zake en de Afspraak, aan wat hij leest in De Morgen in De Standaard en de Knack.
-
Maar, zegt het evangelie van vandaag: Thomas kòn de Verrezene niet zien, niet ontmoeten en ervaren – tenzij hij weer aansloot bij de gemeenschap, en zijn geloof niet langer individueel wilde beoefenen en beleven… Afwezigen hebben vaak ongelijk. Zo ook Thomas: hij bleef niet bij de gemeenschap, en dus kon hij ook niet blijven geloven. Zo is dat ook met elk van ons. Als we wegblijven uit de gemeenschap, verliezen we de spirit, geraken we verwijderd van God en van elkaar, begrijpen we ook niet meer wat er buiten in de wereld gebeurt. ‘Ik geloof op mijn eigen manier’ is een veel gehoorde slogan. En dat is ook juist. Je hebt je eigen unieke levenservaring en die bepaalt veel van je omgang met mensen en dingen en met God. Maar het is de betrokkenheid op de geloofsgemeenschap die ons geloof wakker houdt, voedt het en stimuleert. Pasen kan je niet ervaren in afzondering. We hebben elkaar nodig om goed nieuws te kunnen horen, om Pasen te kunnen voelen, om te kunnen geloven en blijven geloven. Het samenkomen in gemeenschap is essentieel om het geloof voor mensen zichtbaar en concreet te blijven maken…
-
Thomas is ook de man van ‘acht dagen later’. Hij kan de ontmoeting met de Verrezen Heer niet zelf forceren. Hij moet wachten. Geduld oefenen, acht dagen, meer dan een scheppingsweek lang. Hij moet wachten tot Jezus zelf het initiatief neemt en Thomas de kans geeft om Hem te voelen en aan te raken. Geloof – zeker verrijzenisgeloof - dwing je niet af, snel, snel. Je dringt het ook niet aan een ander op. Het vraagt tijd. Het vraagt openheid en ontvankelijkheid. Het nieuwe leven wacht op zijn kans om geboren te worden. Uiteindelijk herkent Thomas de Verrezene aan Zijn kwetsuren en aan Zijn gebrokenheid. Want het zijn de wonden die het wonder openbaren. Thomas moest nog leren dat geloven ook de durf vraagt om kwetsuren aan te raken. We zijn dat met Covid misschien wat kwijt gespeeld de afgelopen jaren. Dat raken en geraakt willen worden. We hebben noodgedwongen moeten inzetten op verstand in plaats van op buikgevoel. Op afstand en hygiëne, op voorzichtigheid en zorgen voor de eigen veiligheid. We moeten ons op vandaag als gelovigen de durf terug eigen maken om mensen nabij te zijn en hun kwetsuren aan te raken. Hun eenzaamheid, hun onverschilligheid. Hun onvermogen. Hun hemeltergende kleine kantjes en hun verdomd scherpe randjes. Wij moeten weer mensen worden met tact en zin voor ‘con-tact’. Mensen worden die geloven ‘op de tast’. Letterlijk en figuurlijk.
-
Simpel is dat niet. Een beetje rugwind is wel welkom. Bezieling of begeestering. De lezing van vandaag wordt door de evangelist Johannes geserveerd als een soort voorspel van Pinksteren. Een ander Pinksterverhaal heeft Johannes trouwens niet. De leerlingen worden door Jezus uit hun tent en uit hun beslotenheid gelokt. Hij zegt hun erhaaldelijk de vrede toe, want echte vrede is een proces van lange adem. Misschien dat Hij daarom ook over hen blaast. Om hen die lange Goddelijke adem van Hemzelf mee te geven. En Hij zendt hen de wereld in. ‘Zoals de Vader Mij heeft gezonden, zo zend Ik jullie’, zegt Hij er bij.
Meteen weten de leerlingen en ook wij trefzeker de plaatsen kennen waar we naar toe moeten gaan om ook op vandaag een nieuw begin van ‘Kerk’ te maken. Het startpunt ligt bij de ruimte in ons midden waar Hij, de gekwetste Mens van Goede Vrijdag is gaan staan. Het slachtoffer, de zwakke moet altijd centraal staan in ons denken en doen.
- In alle overzichten en samenvattingen die in de voorbije dagen gepubliceerd zijn en getoond van de twaalf jaren pausschap van Paus Franciscus, ontroerden mij het meest die beelden van toen hij ineens op Lampedusa verscheen, en daar bad voor de vluchtelingen die verdronken waren op zee. Of die foto waarop hij de voeten kust van een mens in detentie – die voeten die hij pas gewassen had op Witte Donderdag. Franciscus die de melaatse omhelst, weet je wel? Hier is werkelijk alles in uitgedrukt. Deze omhelzing is het hele christelijke leven in een notendop samengevat. Het gebaar bij uitstek van Franciscus – die van Assisi en die van Rome - is de omarming, de omarming van de melaatse bedelaar… Johannes stuurt ons met zijn verhaal over Thomas één grote uitnodiging om de wonden van de wereld aan te raken en ze rakelings nabij te komen met troost en genezing, met verrijzenisgeloof en opstandigheid. Hij zegt ons onomwonden: ‘Alleen vergankelijkheid heeft het eeuwige leven’…
En dan nog een toemaatje, om af te ronden.
Ik kwam in de voorbije dagen als bij toeval een verhaal tegen van Charles Péguy dat ik niet kende – het gaat als volgt: *‘**Een man stierf en kwam aan bij de hemelpoort. De engel die de poort bewaakte zei hem: ‘Laat me je wonden **eens *zien.’ De man antwoordde: ‘Wonden? Die heb ik niet.’ Toen zei de engel: ‘Vond je dan tijdens je hele leven op aarde niets of niemand de moeite waard om voor te vechten..?’En de man werd niet in de hemel binnen gelaten… Soms denken we – en zo is het ons ook aangeleerd en ‘ingepompt’ – dat we op het zogenaamde ‘laatste oordeel’ op ons paasbest zullen moeten verschijnen, in ons sjiekste kostuum, en met zo mogelijk een perfect rapport op zak. Maar dat is niet zo. We zullen ons daar mogen laten zien open en bloot zoals we zijn, met al onze kwetsuren, met al onze onmacht, met als onze gemiste kansen en ons onverwerkt verdriet. Als maar blijkt dat we gevochten hebben: om ten volle te leven, om lief te hebben en te zorgen voor, om mens te zijn en mens te blijven. En dat we het hebben opgenomen voor hier en daar iemand die ons nodig had. Dat zal volstaan om in de hemel toegelaten te worden. Ik vind het een troostende gedachte…
Zo moge het zijn. Amen. geert dedecker
Bij de vredeswens: ‘Vrede laat Ik u – Mijn vrede geef Ik u…’ (Joh. 14, 27)
Jezus wenst tot twee keer toe ‘vrede’ aan Zijn leerlingen bij Zijn eerste verschijnen na Pasen! Hij komt in hun midden dwars door hun gesloten deuren heen en zegt: ‘Vrede zij met u’.
In Zijn Naam wens ik jullie vandaag evenzeer die vrede toe. Vrede met jezelf, en dat ligt vooral in het leren aanvaarden van het leven zoals het is: niet mooier, ook niet slechter. Jezelf aanvaarden, zodat je ook gemakkelijker de ander kan aanvaarden. En je tegelijk ook nooit neerleggen bij de situatie zoals die is, maar je blijven verzetten tegen alle onverschilligheid, tegen het cynisme in jezelf en in de wereld om je heen; tegen alle vormen van geweld, kwaad en dood… Pasen is in alle omstandigheden een keuze maken, door niet bij de pakken te blijven zitten en alles zomaar op zijn beloop te laten. Proberen de lange weg te gaan van de hoop op de toekomst, en het geloof dat een nieuw begin altijd mogelijk is. ‘Opstaan’ dus – en stappen zetten, geleid door het Licht van de Paaskaars, die daar sinds zondag weer staat als een paal boven water…
Voorbeden
God, Gij die ons ruimte en vrijheid gunt,
leer ons die vrijheid zo te gebruiken
dat wij anderen de ruimte niet ontnemen,
dat wij ieder mens op onze weg in zijn waarde laten,
en hem of haar proberen te zien met uw ogen.
Maak ons ontvankelijk voor elkaar.
Wees bij degenen die zorgen hebben,
om hun eigen situatie, om hun toekomst,
om hun kinderen of andere geliefden,
om hun gezondheid of hun werk.
Dat zij niet alleen zijn in hun angst of verdriet,
dat troost hen niet ontbreekt.
Gij die onvermoeibaar zijt
in het maken van een nieuw begin,
Gij die steeds opnieuw uw hoop vestigt op mensen,
wees dicht bij hen die moedeloos zijn,
die niet meer durven dromen,
die de hoop verloren hebben
dat de wereld ooit nog leefbaar wordt voor al uw mensen,
dat vrede mogelijk is,
dat de geschiedenis ten goede kan worden gekeerd.
Gij hebt het visioen van recht en vrede In ons hart gelegd.
Laat ons dan niet de moed verliezen
door de overmacht van de feiten.
Help ons ook oog te hebben
voor al het goede dat gebeurt,
voor elk gebaar van ‘kleine goedheid’
dat uw toekomt dichterbij brengt:
mensen die zorgen voor elkaar,
eigenbelang dat niet het zwaarste weegt,
plaatsen waar vergeving groeit, trouw en barmhartigheid,
waar opgestaan wordt tegen alle vormen van dood.
Laat het geloof dat de goede krachten uiteindelijk sterker zullen zijn
in ons niet uitdoven.
Ga met ons mee, en maak ons gaan-de-weg tot Uw mensen.
Mijn geloof slaapt in een ‘twijfelaar’…
Zoveel jaren geleden – toen mijn moeder gestorven was – hebben we met de dood in het hart het ouderlijk huis opgeruimd – en toen ontdekten we boven op zolder ineens in een verloren hoek, onder een berg oude dekens en kussens een oud, al lang afgedankt bed – het moet het huwelijksbed van mijn grootouders zaliger geweest zijn. Mijn vader (die net als zijn vader een timmerman was, moet het niet over zijn hart gekregen hebben om het weg te doen – het was gemaakt in prachtig stevig eikenhout, hoogstwaarschijnlijk door mijn grootvader zelf… En merkwaardig genoeg: het was een ‘twijfelaar’ – de grootte ervan zat tussen een één- en een tweepersoonsbed in… Slapen in een ‘twijfelaar’ – daar zat heel wat levenswijsheid in en veel (echtelijke) ervaring, vermoed ik. Dat je de twijfel toelaat, ja zelfs van te voren inbouwt in je leven en in je samen-leven, in je lieven en in je geloven. Zo ‘installeer’ je als het ware de twijfel tot in je bed; je gaat er mee slapen en je staat er mee op – en zo kan het bij manier van spreken elke avond alle kanten uit… Het grote voordeel van zo’n ‘twijfelaar’ in je huis te installeren is: dat je er wat plaats mee wint; dat de ruimte die je er voor nodig hebt wat meer ingeperkt is. Maar het grote nadeel is dan weer: dat je er een behoorlijk stuk comfort bij inschiet. Leven met de twijfel tot in je bed, leren leven en lieven met een stuk onzekerheid en kwetsbaarheid, geloven met vraagtekens in plaats van uitroeptekens is niet altijd zo comfortabel. Maar- als je er een gedacht van maakt – dan gààt het ook; het is leefbaar en je kunt het uithouden, als je af en toe wat op de tanden bijt… En - zeker de laatste jaren, met ouder te worden – moet ik af en toe denken: mijn geloof slaapt in een ‘twijfelaar’… Ik hou geweldig veel van Thomas uit de Paasverhalen: de twijfelaar, die alleen maar in het wonder van Pasen kon geloven wanneer hij de wonde zag (en als hij in de gemeenschap opgenomen, als hij ‘met de andere leerlingen samen was’)… Thomas, bijgenaamd ‘Didymus’ - tweelingbroer, twijfelaar, ‘trage gelovige’, de apostel van ‘acht dagen later’… Ik herken mijzelf daarin heel vaak, want ook mijn geloof slaapt in een soort van twijfelaar… Ik ben net als Thomas bij momenten een beetje ‘een gelovige van acht dagen later’… Maar… weet dat er gezegd is: ‘Als je genoeg geloof hebt én genoeg twijfel, dan kom je tot de verlichting…’ zegt een boeddhistische wijsheid (ik hoorde het ooit van Benoît Standaert). En laat het een troost zijn: merkwaardig genoeg blijkt men volgens de verrijzenisverhalen zelfs uit het gelovige hout van een verstokte ‘twijfelaar’ toch nog een stevige apostel als Thomas te kunnen maken…
Te koop: Antiek bed - twijfelaar | Den Ouden Steegh
Marlies Verdoodt