Preek – Feest v.d. H. FAMILIE – c - Lc.2,41-52
KINDEREN AANMOEDIGEN bij het ZOEKEN van de EIGEN WEG
Kerstmis is een familiefeest. In deze tijd, zo rijk aan feestdagen, voelen wij het heel goed aan wat het betekent een FAMILIE te hebben. Mensen met wie men verbonden is, met wie men zich één voelt. Op die dagen weet men hoeveel een THUIS waard is. Een thuis is een plaats waar men mag groeien, waar men zich in liefde verbonden weet. Een thuis, een plaats waaraan men nooit ontgroeit.
Vandaag op het feest van de H. Familie lezen we dit jaar uit Lucas. We horen hoe Maria en Jozef op zoek gaan naar hun verloren kind Jezus. Hoeveel ouders zijn de dag van vandaag niet op zoek naar hun kinderen? En hoeveel kinderen hebben op die korte reis van hun jeugd hun ouders al niet verloren?
Het evangelie spreekt van angst en onrust en van leed dat in stilte gedragen wordt. Zij begrepen elkaar niet, horen wij. Elk menselijk wezen blijft een mysterie voor hen die het omringen. Mensen blijven vreemden voor elkaar. Ons anders-zijn, ons uniek-zijn veroordeelt ons tot eenzaamheid. Een eenzaamheid die enkel in liefde kan gedragen worden.
Daarom is de schok ook zo groot als mensen, die op elkaars liefde zijn aangewezen, opeens beseffen dat de liefde er niet meer is. Als gehuwden die normaal elkaars eenzaamheid behoeden, uit elkaar gaan, dan komt een afgrond aan pijn aan het licht.
Zo ook wanneer ouders en kinderen opeens beseffen dat ze “vreemden” zijn voor elkaar, dat hun wegen uit elkaar lopen en dat die wegen elkaar niet meer kruisen.
Er is veel leed in de families. Ouders die er niet meer in slagen hun diepste overtuigingen, hun waarden over te dragen aan hun kinderen. En kinderen die zich niet begrepen voelen, die zich heen en weer geslingerd voelen tussen ouders die het niet meer met elkaar kunnen vinden. Ouders en kinderen zijn vaak slachtoffers van deze maatschappij. Er is veel leed.
In dit relaas van het verloren kind Jezus, zoals Lucas het ons vertelt, wordt er heel wat op en af, heen en weer gelopen. Eigenlijk moet ons dat niet verwonderen, want ons leven verloopt niet zo rechtlijnig. En iedere mens moet zijn eigen weg zoeken. Het is dan niet te verwonderen dat we bij dit zoeken heel wat dwaalwegen uitproberen. Het vergt van ouders dan ook veel geduld om hun kinderen bij dit zoeken te volgen.
Het is dus even normaal dat er in dit evengeliefragment meer over “zoeken” dan over “vinden” gesproken wordt. Ons leven is ook veel meer een zoeken dan een vinden. Maar uit het evangelie kunnen we ook leren dat mensen nooit mogen weigeren om samen op weg te gaan. Ze moeten elkaar blijven aanvaarden ook als ze elkaar niet begrijpen. Ouders en kinderen moeten elkaar niet opzoeken en volgen, maar AANMOEDIGEN bij het zoeken naar hun eigen weg.
En daarbij mogen wij als christenen nooit vergeten dat wij ook Jezus moeten zoeken. In zijn liefde kunnen wij elkaar nabij zijn en nabij blijven. Daarom mogen wij ons nergens definitief aan vastklampen want dan gaat het leven aan ons voorbij. Wij moeten tussen de mensen blijven opstappen en zoeken. En Jezus is te vinden. Want, zo horen wij, hij is maar één dagreis van ons verwijderd.
Wij moeten Jezus en elkaar niet zoeken aan het andere eind van de wereld. Hij is tussen de mensen die wij op één dag kunnen bereiken. Hij is te vinden in het huis van zijn Vader.
Als wij de wil van zijn Vader volbrengen en elkaar dus liefhebben, dan vinden wij Hem en vinden wij elkaar. Dan schenkt Hij ons aan elkaar. En de rest van de weg legt Hij samen met ons af.