Het gaat dit jaar wel vlug in de liturgie. Daags na de geboorte van Jezus zijn we met hem al in de tempel van Jeruzalem en is hij twaalf jaar.
Jozef en Maria, zijn ouders waren vrome joden. Zo gingen zij elk jaar met het Paasfeest naar Jeruzalem.
Volgens Lucas hadden ze hun kind vroeg naar de tempel gebracht, om hem daar als eerstgeborene aan de Heer toe te wijden.
Gericht op Jeruzalem
Lucas richt hiermee de blik van zijn lezers al vlug naar Jeruzalem. Na zijn onderricht en optreden in Galilea onderneemt Jezus vastberaden de tocht naar Jeruzalem. Daar eindigt zijn leven op Goede Vrijdag en neemt zijn werk een nieuwe start op Pinksteren.
Door de geboorte van Jezus is het leven van Jozef en Maria grondig veranderd. Zij zijn een gezin geworden: Maria, de zorgzame moeder, Jozef, de verantwoordelijke vader.
In zijn brief bij dit jaar van de heilige Jozef belicht de wijze waarop Jozef die zorg voor Maria en Jezus heeft opgenomen. De rol en de betekenis van de heilige Jozef is eveneens het onderwerp van de catechese van de paus bij de wekelijkse audiëntie op woensdag in de laatste maanden van dit jaar 2021.
Wanneer Jozef en Maria pas na drie dagen Jezus terugvinden in de tempel, stelt Maria aan haar zoon de vraag; ”Kind, waarom hebt gij ons dit aangedaan? Denk toch eens aan met wat een pijn uw vader en ik naar U hebben gezocht.”
Deze vraag is herkenbaar binnen veel gezinnen, wanneer kinderen mettertijd hun eigen keuze maken, wanneer zij vader en moeder verlaten, om op hun beurt een gezin te stichten of een andere richting uit te gaan.
Samen doorheen goede en kwade dagen
De wijze waarop een jongen en een meisje naar elkaar toegaan en welke woorden ze dan uitspreken is doorheen de tijd verschillend geweest.
“Ik wil je man (vrouw) zijn en ik beloof je trouw te blijven
in goede en kwade dagen, in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid.
*Ik wil je liefhebben en waarderen *al de dagen van mijn leven.**”
De personen die voor een huwelijkssluiting deze huwelijksbelofte hebben opgesteld, getuigden hierbij van veel mensenkennis. In het leven zijn er inderdaad goede en kwade dagen. Hoe gezond ben ik, hoe gezond is mijn partner? Hoe zal het lukken in het beroepsleven? Hoe zullen we een ziek kind in ons gezin opnemen? Hoe passen karakters bij elkaar; hoe reageert ik bij tegenslag? Bij het samenleven kan niet alles van de ene kant komen. Elkeen heeft een bijdrage en mag niet de indruk wekken dat de andere alle last op de partner legt.
Deze duurzaamheid komt in het gedrang, wanneer we voortdurend het beste willen en mekaar loslaten en een andere persoon kiezen, wanneer we deze beter vinden dan onze huidige partner. “Ik ben veertig jaar getrouwd, zei een man en mijn huidige partner is mijn derde vrouw.”
Het radioprogramma Wijs van Radio 2 stelde op 18 november aan de luisteraars vragen over de duurzaamheid van hun relatie. Deze staat ter discussie in een instabiele tijd. Waar vroeger alles zondig was, lijkt het er op of nu alles goed is, lust en genot.
Liefde maakt alles rooskleurig, De liefde wordt bezongen, maar ze schept niet elke dag het paradijs.
Er zijn zure gedichten geschreven over het huwelijk, Willem Elschot (1882-1960) schreef er een dat aldus begint.
Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd
in d’ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,
haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven
toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.
Zijn gedicht eindigt met deze strofe:
Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot
en zagen dat de man die zij hun vader heetten,
bewegingloos en zwijgend bij het vuur gezeten,
een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood.
An noemt in haar reactie dit gedicht rauw maar echt: “Zo vergaat het een ouder wordend paar, ze kijken naar elkaar. Hier schrijft een man, maar een vrouw denkt er net zo over.
Haar man, haar krijger, haar veroveraar is als een gegroefde schors, vel over been om van de rest te zwijgen. Oud worden is elke dag opnieuw geloven dat het nog gloeiende binnenste de buitenzijde compenseert.”
Oud worden, het is allicht dag aan dag beitelen aan het beeld dar men droomde en waarin elke partner zijn deel opneemt.
Waar in onze streken de levensduur toeneemt, zijn er ook de beelden van de vreugde van man en vrouw, die zich verheugen over kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen.
Luisteren baar de binnenkant
Xavier herinnert zich nog steeds zijn eerste weekend van Marriage Encounter in 1975 waar gezegd werd: “Iedereen is verliefd op applaus!” “Deze woorden heb ik sedertdien nooit vergeten en gebruik ze nu nog ook als het past.
Een woord van aanmoediging, noem het een bevestiging of een aansporing, een luisterend oor of geef er zelf een naam aan, kost niets, maar, wordt helaas niet zo gemakkelijk uitgesproken, maar kan wél heel veel deugd doen.”
Petronella en Jan-Baptist uit Asse waren driekwart eeuw gehuwd. Gevraagd naar het geheim van hun lang en gelukkig huwelijk zei de vrouw: “Je moet geduld hebben en elkaar bijstaan,” Jan-Baptist voegde eraan toe:” We hebben weleens woorden. Maar het geheim is dat je nooit kwaad naar bed mag gaan.”
Renée, moeder van vier kinderen eindigde haar nieuwjaarbrief met dit kort getuigenis: “Het gezinsleven is boeiend, altijd in beweging en onvoorspelbaar. Maar we zijn blij zo te mogen leven en danken God voor dat geschenk.”
In het samenleven is het goed wanneer mensen kunnen luisteren naar de binnenkant. Liefde is … elkaars binnenkant beluisteren. Zie, daaromtrent een aantal suggesties op Kerknet, gepubliceerd op zondag 14 februari 2021 en komende uit een Franse brochure.
Bij wie de pijn knaagt om wat niet is gelukt, zij blijven als gelovige verbonden met de gemeenschap van de kerk. De kerk van Jezus heeft de taak te delen in de vreugde en de pijn van mensen, in wat deze met elkaar delen in goede en kwade dagen. De interdiocesane dienst van gezinspastoraal IDGP wil hierbij ondersteunend werken.