Openbaring van de Heer – jaar C

C-cyclus · Kersttijd · Epifanie · wit

Homilie op het Feest van het Doopsel van Christus: “Ergens voor een stuk of helemaal!” (Jes. 42, 1-4.6-7 en Lc. 3, 15-16.21-22)

Tielt, 13 januari 2013

Als je op onze dagen aan iemand vraagt “Heb je dat T.V.-programma gezien?”, krijg je vaak als antwoord: “een stukje”. De T.V.-kijker is een zapper, een stukjes-kijker. De moderne mens is een stukjes-lezer: in zijn krant of weekblad leest hij een stukje van dit en een stukje van dat. Hij leest weinig boeken. Die zijn te lang! Wel artikels of stukjes van artikels.

De hedendaagse mens is een stukjes-mens. Hij leeft van snippers.

Zelfs voor de begrippen die hij hanteert, is er geen eenduidige omschrijving meer. Als je nu het woord “gezin” hoort, weet je niet goed meer wat daarmee bedoeld wordt. Je bent getrouwd of hertrouwd of je woont ongehuwd samen. Een man met een vrouw, een man met een man, een vrouw met een vrouw. Er zijn eigen kinderen, maar ook kinderen van de nieuwe relatie. Dat valt allemaal onder de noemer “gezin”: een stukjes-gezin en soms een gezin in stukjes.

Ook in de architectuur stapelen ze alle stijlen op elkaar: Griekse zuilen torsen blokken beton, met daarin een glasraam waar de Mona Lisa je lieftallig aankijkt. Stukjes-architectuur.

Ook inzake godsdienst spreken wij graag met verkleinwoorden. Er is een nieuwe modetaal gegroeid. Men zegt: “Ik wil wel een stukje van mezelf geven. Ik geloof wel min of meer in God en af en toe bid ik wel eens, enz… Zo spreken we, al stotterend, aarzelend. Misschien is dat wel begrijpelijk: het is zo moeilijk onze diepste gevoelens, de diepste roerselen van onze ziel, te verwoorden. We verdoezelen en verkleinen alles. Stukjes-christenen zijn we geworden.

En onze manier van spreken is ook onze manier van doen. Ik moet nog altijd achteruit kunnen; ik moet nog alle kanten uit kunnen. Zoals we spreken, zo zijn we ook : we geven ons in stukjes en beetjes, met voorbehoud, twijfelend aan onszelf en aan de anderen. We geven ons “ergens voor een stuk”.

Toch is het zeker dat we in de wereld niet verder komen met mensen waar je zo maar half en half, voor een stukje, kunt op rekenen. De wereld wordt slechts beter door mensen die zich zonder reserve geven, ook al konden ze niet alles voorzien. Alleen met totale inzet, met een taai doorzettingsvermogen, kan iets in beweging komen.

Die totale inzet wordt wel aangeduid in het doopsel van Jezus in de Jordaan. Toen was het nog de gewoonte iemand helemaal onder te dompelen. De betekenis is duidelijk: hij duikt het water van het leven in, met de ogen dicht; hij gaat er helemaal in onder en als een nieuwe mens rijst hij op en wordt naar de kant getrokken door de doper, naar de kant waar al de mensen staan; de geest is over hem en hij begint zijn weg. Hij is de man in wie God zijn welbehagen heeft.

In een prachtige bladzijde laat Jesaja vandaag in de eerste lezing horen hoe een mens is die God welgevallig is: hij zet zich in voor het recht. Driemaal wordt het herhaald. Hij hoeft daarom niet te roepen en te schreeuwen. We kennen die roepers en schreeuwers voor het recht: als ze door te roepen zelf de macht bereikt hebben, worden zij soms de grootste profiteurs van het onrecht. Zo niet met de man die gedoopt is in Gods geest: die gaat weldoende rond, hij verheft zijn stem niet, maar onafgebroken staat hij aan de kant van de zwakkeren. Het geknakte riet zal hij niet breken, de kwijnende vlaspit niet doven. Hij is totaal, - niet voor een stukje,- beschikbaar zonder voorbehoud: waarlijk dienstbaar en waarlijk vrij. Een vrije totaal dienstbare mens, in zo iemand stelt God zijn welbehagen.

Maar zover komen we slechts wanneer we door onze twijfels breken en alle voorbehoud afleggen. Dat is zo in een vriendschap, in een gezin, op het werk: altijd.

Door zich totaal onder te dompelen en aan de kant te gaan staan bij de mensen, kwam Jezus door de Geest tot het besef van zijn levensroeping en daarin viel geen aarzeling te bespeuren: geen halfheid, geen voorbehoud.

Hij zei niet: ik ben af en toe een goede herder. Hij zei niet: ik ben ergens een stukje licht. Hij zei ook niet: zalig die een tikje zachtmoedig zijn. Hij zei: uw ja zij ja, uw neen, neen. Bemin uw vijand. Wees volmaakt. Wees uit één stuk zoals uw Vader. Oordeel niet en veroordeel niet. Geef en u zal gegeven worden.

Leven in Jezus’ spoor vraagt een overgave, zonder voorbehoud, niet in stukjes maar helemaal. Je komt pas verder op je levensweg als je steeds de volgende stap zet, zonder alle gevolgen te kunnen overzien.

Maar gemakkelijk is dat niet!

G. Buyse, pastoor-deken em. Tielt

. .

Zoeken in Preken Online