Doop van de Heer – jaar C

C-cyclus · Kersttijd · Doopsel van christus · wit

Doop van de Heer 13 jan 2012 Lk 3

Vandaag vieren we het feest van de doop van Jezus. Eigenlijk zou ik het liever willen noemen: het feest van de doop van Jezus in de Jordaan. Die verwijzing naar de Jordaan is veel meer dan zomaar. Johannes de Doper doopte dààr niet alleen omdat er in de Jordaan veel water was, maar vooral omdat voor de Joden de rivier de Jordaan een met betekenis ‘beladen’ plaats is, en daarom was voor hen het gedoopt worden in de Jordaan een erg beladen gebeuren is. Laat me dat even duidelijk maken.

In de Bijbel heeft alles met alles te maken. Daarom moeten we soms een hele tijd terug in de tijd gaan om goed te begrijpen wat er gebeurt. Het Joodse geloof – dat ook voor een zeer groot deel het onze is- begint met Jahweh die Abraham roept. Dat weten we. Maar het échte geloof in Jahweh, in die God van Abraham, komt bij de Joden maar als Jahweh, als God, zijn volk bevrijd uit Egypte. Dàn pas ervaren ze dat Jahweh echt God is, dat Hij tegen het gebeuren van de wereldse geschiedenis in in staat is mensen te bevrijden uit slavernij, ellende, onderdrukking, verknechting. De Exodus, de bevrijding uit Egypte, is de eigenlijke kern van het OT , alle andere verhalen in het OT zijn daarrond ontstaan en geborduurd,… niet in het minst het scheppingsverhaal. Vooral in die bevrijding uit Egypte ervaren ze dat Jahweh te vertrouwen is: een machtige God -die tegen alles in - zich verbindt met de mens …en voor de mens ‘leven’ wil, ik noem het liever ‘leven ten volle’ (wat iets anders is als overleven) en dat voor iedere mens. In die uittocht uit Egypte ervaren ze dat God het voor de mens wil opnemen en met de mens wil vechten, strijden tegen elke vorm van onderdrukking want ook fanatisme, onrecht, mensen klein of dom houden, armoede zijn vormen van onderdrukking. Zo wordt Egypte rolmodel, symbool voor elke samenleving, elke vorm van leven in onderdrukking. Na de bevrijding trekken ze veertig jaar door de woestijn, d.w.z. een ganse generatie lang, om af te leren wat ze in Egypte gezien hebben, opdat ze - onder mekaar- niet in hetzelfde kwaad zouden vervallen als de Egyptenaren; en daarbij krijgen ze in de woestijn de 10 geboden, 10 richtingaanwijzers, 10 adviezen om niet in eenzelfde samenleving terecht te komen als de Egyptische samenleving waaruit ze kwamen, 10 adviezen om een land van belofte- juister gezegd een samenleving van belofte- te stichten. Pas dàn kunnen ze ‘het land van belofte’ binnen trekken. Niet het gebied (het territoriale land) ten westen van de Jordaan ( –want ze steken op een bepaald moment de Jordaan over , ze moeten door het water van de Jordaan om zich daar te vestigen –) [niet het land, het gebied ten westen van de Jordaan ] is het beloofde land, maar de samenleving die ze daar zullen vestigen is het beloofde land … àls… als .. ze er in slagen om dààr –na 40 jaar in de woestijn zoeken en proberen- te leven naar Gods adviezen. Johannes de Doper nu ervaart – ook in zijn tijd - dat dat volk van God zich daar wel gevestigd heeft, maar dat het niet het land van belofte geworden is, omdat ze daar niet leven volgens Gods adviezen; ze zijn opnieuw gaan leven- weliswaar nu onder mekaar - maar ze zijn opnieuw gaan leven naar het model van de ‘Egyptische’ samenleving waaruit God hen juist heeft willen bevrijden. Dàt is de beladenheid van de Jordaan. Vele generaties voor hen zijn door het water van de Jordaan getrokken, ‘bijna’ ‘ helemaal’ klaar na 40 jaar – een generatie lang- [na 40 jaar] zoeken en proberen, om dààr, aan de andere kant van de Jordaan, het land van belofte uit te bouwen. Maar er is niet veel van terecht gekomen omdat ze eenmaal gevestigd, gesetteld, teveel Gods adviezen naast zich hebben neer gelegd. Daarom roept Johannes de Doper hen op zich te bekeren: opnieuw veel meer te leven naar Gods geboden, naar Gods richtlijnen. ’Kom opnieuw in het water van de Jordaan staan,’, lijkt Johannes de Doper te zeggen, ’ besef dat dàt land - dié samenleving - van belofte, nooit een samenleving - een land- van belofte kan zijn, als je blijft steken in het model van die Egyptische samenleving waaruit God hen bevrijd heeft, maar dat dat land van belofte er alleen kan komen als je leeft volgens Gods adviezen.’ Dat is voor Johannes de betekenis van u te laten dopen in de Jordaan.’ In die rij van mensen die dat willen beseffen , gaat ook Jezus staan, Hij stelt zich solidair met al die mensen die dàt willen. Alleen zullen we in Zijn verdere leven zien hoe grandioos Hij daar in slaagt, Hij wordt bij wijze van spreken de icoon van die godsadviezen. Waarom vertel ik dat allemaal? De doop van Jezus doet ons natuurlijk denken aan ons eigen doopsel. We zijn weliswaar niet gedoopt door zelf en bewust in die ‘beladen’ Jordaan te gaan staan. [We hebben er zelfs niet eens zelf voor gekozen om gedoopt te worden. Het was een kinderdoop. We kunnen ons natuurlijk afvragen –tegen de achtergrond die ik gegeven heb- wat de zin is van een kinderdoop. Maar daarvoor is mijn tijd hier te kort en ik hoop dat ik daar misschien volgend jaar iets mag over vertellen….]. maar we hebben er in der tijd inderdaad niet bewust zelf voor gekozen. Toch hebben wij op een bepaald moment in ons leven dat eigenlijk wel gedaan, anders zouden we hier nu niet zitten**, zo mag ik het toch zien, denk ik?** M.a.w. door het feit alleen al dat we hier zitten kiezen wij ervoor gedoopte mensen te zijn, te leven als gedoopte mensen. SLOT: Ik wil u uitnodigen om de zin en de betekenis van uw als gedoopte mens te willen leven eens opnieuw te willen bekijken en te overwegen in het licht van die zoveel betekenende, historisch oorsprong van de doop.

Zoeken in Preken Online