Doop van de Heer – jaar C

C-cyclus · Kersttijd · Doopsel van christus · wit

Preek – Doopsel van de Heer

JEZUS wordt SOLIDAIR met de ZONDIGE MENS

Vandaag gedenken wij het doopsel van Jezus in de Jordaan. Vreemd eigenlijk, zo’n jaarlijkse herdenking van een doop. Dat doen wij, mensen, anders nooit. Wij vieren wel de verjaardag van onze geboorte, maar niet van onze doopdag. Maar de doop van Jezus wordt wel ieder jaar herdacht. Waarom eigenlijk? Omdat die doop van Jezus iets merkwaardigs is. Want wat gebeurt er precies? Jezus laat zich dopen door Johannes, door Johannes die opriep tot boete en die een doopsel van bekering preekte. Wie zich door Johannes liet dopen, maakte daarmee duidelijk dat hij of zij niet op de goede weg was, dat hij of zij een nieuw leven wilde beginnen…een leven dat beantwoordde aan de verwachtingen die God ervan droomt.

Wie zich liet onderdompelen in het water, waste –om zo te zeggen- alles van zich af wat tussen hem of haar en God in de weg stond: alle geweld, alle onrecht, alle geldwoeker, alle corruptie, alle chantage, alle leugen, alle egoïstisch eigenbelang.

Als wij die doop zo bekijken, vindt u het dan niet verwonderlijk dat juist Jezus zich laat dopen? Want in Jezus is toch de goedheid en de mensenliefde van God heel concreet onder ons gekomen. In Jezus hebben toch zovelen de mens naar Gods hart ontdekt, de mens die helemaal aan Gods verwachtingen beantwoordde. Jezus heeft toch eigenlijk geen bekering nodig. Maar dat doopsel van boetvaardigheid heeft Hij toch op zich willen nemen.

Ongetwijfeld zal Jezus veel herkend hebben in de prediking van Johannes. Heel wat zou Jezus zelf gezegd kunnen hebben. Hoe vaak predikte Jezus zelf niet: “Bekeert u want het Rijk Gods is nabij”? Door zelf de doop te willen ondergaan stemt Jezus in met Johannes’ oproep tot bekering. Maar toch blijft het merkwaardig.

Maar er steekt meer achter. Door zich door Johannes te laten dopen gaat Jezus op de plaats staan van de mens die bekering nodig heeft, van de mens die zich bewust is van eigen tekort schieten. Jezus wordt lotsverbonden, solidair met ons, falende, schuldige mensen.

Zo gaat Jezus ook tegenover zijn Vader staan, en Hij zegt in zijn doop: ”Beschouwt U mij maar als één van hen”. Jezus weet zich immers gezonden om het recht en de liefde -waar God zo naar verlangt- opnieuw te vestigen. Maar Jezus doet nu juist niet wat wereldverbeteraars, maatschappijcritici zo vaak doen: Hij gaat niet boven ons staan om vanuit de hoogte aan te wijzen wat er allemaal anders moet. Hij wil de tekortkomingen en de schuld van alle mensen op zijn schouders meedragen. Dat is zijn manier om ons,mensen, te vernieuwen en op een nieuw spoor te zetten.

Wanneer je in je eigen leven door eigen schuld in de knel zit, dan zit je toch ook niet te wachten op iemand die je schuld nog eens benadrukt. Hebben wij dan niet veel meer behoefte aan iemand die je – ondanks je schuld, ondanks je gemaakte fouten- trouw blijft? Aan iemand die je vriend blijft, die je huisgenoot blijft, die je man of vrouw blijft? En die zo jouw schuld meedraagt en die daardoor het dragen van die schuld minder moeilijk maakt. Alleen zo iemand helpt je om verder te komen.

Op zo’n manier is Jezus ook solidair met al die mensen die bekering nodig hebben. En daarom gaat – als Hij zich laat dopen – de hemel open en klinkt de stem van de Vader die roept: “In U heb Ik mijn welbehagen”. Dit gedrag van Jezus blijkt naar Gods hart te zijn. Heel de profetie wordt vervuld. Want Jezus is diegene die het geknakte riet niet breekt en de kwijnende vlaspit niet dooft. In zijn doop is Hij helemaal naast de mensen gaan staan en heeft Hij hun onvermogen, hun gebrokenheid mee gedragen en zo hun lasten verlicht.

Het lijkt me goed Jezus ieder jaar zo weer naar voren te halen en zijn doopsel te vieren. Als goed nieuws: dat Hij ons falen wil dragen en onze last wil verlichten. Het is een teken en een oproep om zelf te doen zoals Hij: elkaar trouw blijven,ook in onze schuld en in onze tekorten.

Zoeken in Preken Online