Als kinderen lopen we vanmorgen met de herders mee het verhaal van Kerstmis in. Het is spannend, nog vroeg, de slaap zit nog achter de ogen. We wilden als kind al nooit naar bed, maar als het dan toch moest, verzachtte een voorgelezen verhaal het niet te vermijden einde van de dag. Met onze neuzen net boven de dekens luisterden we naar de vager wordende stem van vader of moeder. Prachtige sprookjes van monsters, van gevaar en van altijd de goede afloop. Duisternis door het licht weggevaagd. De reus wordt overwonnen door de kleinste, de lelijkheid door de schoonheid overmeesterd.
Dezer dagen kreeg ik een sprookjesboek in handen. Terwijl ik het doorbladerde en de mooie verhalen weer tegenkwam, viel mijn oog ook op ons eigen kerstverhaal. Het verbaasde mij dat het er in stond. En misschien strijkt het sommigen van u tegen de haren in. De geboorte van Jezus is toch geen sprookje? Anderen zullen er wellicht begrip voor hebben: het is een mooie droom, samen gedroomd, terwijl we wakker bleven.
Samen koesteren we ons in de aangename klank van oude liederen en verhalen; we horen van armoede die rijkdom wordt; donker dat licht wordt en de veiligheid van de goede afloop. Tot zover mag ook het verhaal van deze dag een sprookje zijn. Maar er is een verschil: wij sluiten het boek niet, we bergen het niet op, inte¬gendeel, het verhaal moet gedaan worden. En we kunnen aan het werk, omdat we een helder licht gezien hebben aan de hemel. Het ‘sprookje’ van kerstmis wordt echt en gebeurt vandaag.
De engelen hebben hun goede boodschap verteld en ze voegen er aan toe: ‘Herders, sta op en ga zien, ga vinden.’ En wat vinden ze? Een stal, een kind, arme lieden, geen fatsoenlijke plaats! Is dit vrede op aarde? Wie kan daar nou vrede mee hebben? Laat je hart maar in opstand komen, herder, zie maar hoe jijzelf ook onderdrukt bent en aan de kant geschoven. Protesteer maar, jullie die met de her¬ders zijn meegelopen en ga het maar rond vertellen, dat het zo geen doen is. De boodschap van de engel luidt, vrij vertaald: ‘Vrede op aarde betekent werk aan de winkel met de inzet van jullie goede wil. God, onze Heer heeft welbehagen in hen, die de handen uit de mouwen steken om mensen uit stallen te laten verhuizen. Om de mensen van de onderkant tot menswaardigheid te verheffen.
En het geschiedde! Zo begon ons verhaal. Wat ik onszelf toewens is, dat het ook zo mag eindigen. Dat het geschieden mag, vandaag en alle dagen, dat wij aan de hand van de herders op weg naar de stal vanwege hemelse engelen helder krijgen, waar¬om het gaat: dat God bij mensen te vinden is, dat vrede een opdracht is en onrecht geen noodlot. Dat licht is heel oorspronkelijk aan ons verschenen bij onze geboorte en ieder kerstfeest is nodig om ons daaraan te herinneren.
Met de herders meelopen (Kerstmis, dageraad)
C-cyclus · Kersttijd · 2e zondag na Kerstmis · wit