Heilige Drie-eenheid – jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · Triniteit · wit

Homilie op het Feest van de Heilige Drieëenheid: “God in drie gezichten”

(Joh. 16, 12-15)

Tielt, 26 mei 2013

Weet je waarom je moet aanbellen of kloppen als je bij iemand wilt binnengaan, vroeg eens iemand. Zijn antwoord was: Het is om de ander die binnen is, de kans te bieden zijn masker op te zetten, een ander gezicht aan te nemen, misschien wat vriendelijker of gewichtiger. Mensen kunnen zich presenteren in veel gezichten. Toch heb je een gezicht gekregen dat vastligt. Je kunt het wel wat opkalefateren of bijwerken door plastische chirurgie, maar fundamenteel veranderen kun je het nauwelijks, wil het tenminste jouw gezicht blijven.

Wij zijn geneigd om iemand op het eerste gezicht te beoordelen of om iemand een etiket op te plakken: een sloddervos, een droogstoppel, een flapuit, enz…, of een sticker: een neger, een Marokkaan, een arbeider, een boerin en dergelijke. Bij zulke aanduidingen hebben mensen nauwelijks een verweer.

Ook op God plakken wij soms een label dat Hij niet wil dragen. Wij dringen Hem een rol op die Hij niet wil spelen. God heeft ook geen verweer. Dat is het risico dat Hij loopt. Verkeerde beelden zijn o.a.: God die geweld wil, God die moet optreden waar de mens de zaak verprutst heeft, God die alleen maar in tijd van nood belangrijk is.

Mensen hebben maar één gezicht. Ze kunnen zich in verschillende gezichten presenteren, maar, wanneer ze zich anders voordoen dan ze zijn, vallen ze al gauw door de mand. Ze worden ontmaskerd.

God daarentegen kun je moeilijk in één beeld of gezicht vastleggen. Hij is en blijft een mysterie. Dat mysterie ontrafelen is even ondoenlijk als een horloge uit elkaar halen met een paar bokshandschoenen. “God is altijd voortvluchtig; je haalt Hem nooit in” schreef Edward Schillebeeckx. We kunnen God ook niet bewijzen, wel aanwijzen. De voortvluchtige God laat immers zijn sporen na: in de wonderen van de schepping, in de stem van ons geweten, in de liefde tussen mensen.

Een poging om iets van God op het spoor te komen is ook te vinden in de namen die we Hem geven. De belangrijkste drie namen die de Kerk van oudsher aan Hem geeft, zijn: Vader, Zoon en heilige Geest.

Telkens wanneer we samenkomen in de kerk, beginnen we als regel met het kruisteken en we sluiten de viering er ook mee af: in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. We dopen de kinderen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. En als mensen sterven, zijn dat ook onze laatste woorden.

Christenen belijden dat God zich vooral laat zien in drie namen, in drie gezichten, in drie personen: Vader, Zoon en heilige Geest.

God de Vader, kun je zeggen, is de God die luistert naar onze vragen. Een God die luistert naar je vragen, daar moet je blij om zijn. Elke mens heeft vroeg of laat zijn zorgen en problemen, waar hij niet klaar in ziet, waarvoor hij geen oplossing vindt: in zaken, op het werk, in zijn relaties of met zijn kinderen. Problemen die hem met angst vervullen, waardoor hij ’s avonds niet kan inslapen en waarvan hij wakker wordt om 4 u. ’s morgens, genoemd “het uur van de wolf”. Een oplossing komt er meestal slechts als je die wolf plaats doet ruimen voor God zelf, die als een begrijpende en wijze vader of moeder naar je luistert en je tot rust brengt. In die God de Vader geloven kan mensen bevrijden.

God de Zoon is de God die vraagt dat wij luisteren naar Hem. Hij is Gods woord en antwoord aan ons. Ook dat is belangrijk. Er lopen in onze maatschappij zoveel valse profeten rond, die ons een aanlokkelijk maar bedrieglijk geluk voorspiegelen. Die moeten ontmaskerd worden. Er zijn zoveel stoorzenders in de ether, die moeten geneutraliseerd worden opdat we de boodschap van Jezus’ evangelie weer zouden horen. Het is belangrijk Jezus’ boodschap goed te beluisteren, want het is een blijde boodschap voor elkeen.

De heilige Geest, dat is kracht, hulp en troost, die woont in ons en met de mensen bezig is. Die kracht, die hulp, kunnen wij, zwakke mensen, zo goed gebruiken.

Als het duister is in ons leven, mogen we om licht roepen tot God de Vader. Soms steken we ons licht op in het woord van God de Zoon. Soms zijn we licht voor anderen, dank zij God de heilige Geest.

“God is altijd soms”, schreef de dichter Bertus Aafjes. “Hij is niet zus of zo, Hij is altijd soms. Hij zit niet op een troon van chroom of nikkel. Soms zit Hij in een oude perenboom en fluit als een merel. Soms staat Hij op zijn hoofd in een klein kind. God is altijd soms.”

Maar soms lijkt Hij nergens en voelen mensen zich alleen en aan hun lot overgelaten. Soms lijkt Hij nergens, totdat Hij je een lachend kleinkind langs stuurt, lieve vrienden of een hartelijk iemand in wie het vuur brandt van zijn Geest.

Maar wat we ook over God zeggen, Hij blijft te groot voor onze woorden en voor ons klein verstand. Het blijft een zoekend stamelen. Best ook!

Gabriël. Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online