Heilige Drie-eenheid C - 2001

C-cyclus · Tijd door het jaar · Triniteit · wit

Zusters en broeders,

Door de eeuwen heen heeft de mens zijn goden een naam gegeven. De Egyptenaren spraken van Amon, de Syriërs van Baäl, de Grieken noemden hun oppergod Zeus, voor de Romeinen was het Jupiter en voor onze Germaanse voorouders Wodan. Aan al die goden werden allerlei eigenschappen toegekend, de een dikwijls al schrikwekkender dan de ander. Want de godheid was hard en hardvochtig, en eigenlijk haatte ze de mens. Echt belonen deed ze nooit, straffen des te meer. Dus moest ze voortdurend gepaaid worden met offers: het beste van de oogst, het vetste van het vee en het mooiste van het volk: honderdduizenden kinderen en jonge mensen werden in de loop der eeuwen geofferd aan goden die alleen maar schrik inboezemden.

En toen kwam Jezus. Hij leerde ons dat God geen wraak en straf is, maar liefde, alleen maar liefde. En Hij leerde ons ook Vader zeggen. En verder leerde Hij dat God gemeenschap is: gemeenschap van Vader, Zoon en Geest. Een voor ons menselijk verstand onbegrijpelijke eenheid van een God in drie personen en drie personen in een God. Een volmaakte gemeenschap dus.

Gemeenschap, zusters en broeders. ’t Is bijna een vuil woord in deze tijd van het individu. Maar dat belet niet dat we toch deel uitmaken van heel wat gemeenschappen: ons gezin bijvoorbeeld, of ons werk, of de school, of ons dorp. En we zijn ook allen lid van de Vlaamse en van de Europese Gemeenschap. En vandaag zijn we hier samengekomen als lid van de kerkgemeenschap, en bij die gemeenschap wou ik op deze Drievuldigheidszondag iets langer blijven stilstaan.

Onze Kerk, zusters en broeders, onze katholieke Kerk, is vandaag 2000 jaar oud. Dat is een heel respectabele leeftijd. Bovendien telt ze sinds de telling van vorig jaar meer dan een miljard leden, een miljard en veertig miljoen om precies te zijn, en dat is dan weer een heel respectabel aantal, meteen het grootste aantal van alle Kerken wereldwijd. En toch hebben we niet echt reden tot jubelen, want het kan niet ontkend: onze Kerk verkeert in crisis, zeker hier in het Westen. Van binnenin wordt ze bedreigd door leegloop en vergrijzing, en door een vrij algemene onverschilligheid van de jeugd. Voor velen blijft de kerkverbondenheid beperkt tot doopsel, communie, vormsel en begrafenis; soms ook huwelijk, maar minder en minder. Het gedrag van de weinige priesters en religieuzen die er nog zijn, is niet altijd even voorbeeldig. Dat alles leidt ertoe dat veel goedmenende katholieken niet meer weten waar ze aan toe zijn, en dat twijfel de plaats heeft ingenomen van enthousiasme en vertrouwen.

Maar ook van buitenuit wordt onze Kerk de laatste tijd zwaar te kijk gezet. Onlangs schreef de hoofdredacteur van Kerk en Leven onder de titel “Katholieken pesten” dat de overheid de katholieken voortdurend en moedwillig op stang jaagt. Zo wil ze het Te Deum afschaffen op het feest van de dynastie, de kruisbeelden uit de gerechtsgebouwen verwijderen, de financiering van de kerkfabrieken en van de eredienst herbekijken, drugs legaliseren, homo’s en lesbiennes laten trouwen, het katholieke verenigingsleven en het katholiek onderwijs ondergraven en een zeer vergaand euthanasievoorstel door het parlement jagen. Dingen allemaal die bij heel wat gelovigen misschien net iets gevoeliger liggen dan bij ongelovigen. Ook de media sparen onze Kerk niet. In reclame, soaps en praatprogramma’s wordt ze voortdurend voor schut gezet, en soms lijkt het erop dat de tip van de week daar is: lach de katholieken eens uit.

Zusters en broeders, we kunnen ons daardoor laten ontmoedigen, of er ons dood over ergeren. Maar we kunnen ook zeggen: dit is onze tijd, en wij, wij leven in deze tijd, en die is zoals hij is. En misschien is het goed er bij te denken dat het tweeduizend jaar geleden, toen Jezus onder ons leefde, zeker niet beter was. En wat deed Hij? Hij ging midden in zijn tijd staan, midden in de vijandschap van de Romeinse bezetter en de haat van de joodse kerkelijke hiërarchie, en Hij deed zijn ding, dwars door het onbegrip en de tegenkanting heen, zonder ontmoediging en ook zonder compromissen. Hij ging zijn weg zonder omzien, letterlijk totterdood. Maar zijn dood was leven, eeuwig leven, want iemand als Jezus is door niets of niemand kapot te krijgen.

Zusters en broeders, misschien vraagt ge u af wat dit met Drie-eenheid te maken heeft. Het antwoord is: alles. Want als we doen als Jezus, verwezenlijken we de droom van de Vader. Hun Geest zal ons de tekenen van deze tijd leren begrijpen, en ons bezielen om in deze tijd, die onze tijd is, als christen, als katholiek te leven. En dat doen we door de weg van Jezus te gaan. De enige weg: die van de liefde zonder compromissen, van de enthousiaste inzet voor onze medemens, en van de gerechtigheid tegen alle onrecht in.

Zusters en broeders, laten we weer in de stroom gaan staan van die vermoorde jood Jezus.Latenwe dat doen, samen, als één gemeenschap in zijn naam, in hun naam, de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Zoeken in Preken Online