Drievuldigheidszondag C (2001)

C-cyclus · Tijd door het jaar · Triniteit · wit

Beste mensen,

Ons geloof spreekt ons over God.
En de God van ’t evangelie, is een God die in relatie wil staan.

De enige manier waarop wij over relatie kunnen spreken, is vanuit onze eigen
ervaring,
dus vanuit menselijke relaties.

Het ideaalbeeld van relatie is dat van de ware Jacob of Jacoba.
De romantiek van twee mensen die elkaar helemaal gevonden hebben.
Het sprookjeshuwelijk… ze leefden nog lang en gelukkig.
Cocooning… ik heb jij, en jij hebt mij.
De rest van de wereld kan ontploffen, we hebben elkaar.
Twee mensen die voor elkaar de hele wereld zijn.

Zo is misschien ook het sprookjesideaal van God:
God houdt van mij, en ik hou van God.
En als God er voor mij is, mag de wereld ontploffen.

Maar in ’t echte leven word je geconfronteerd met de keiharde realiteit:
De sleur van elke dag,
De dingen die ze niet tonen in de films.
Je hebt meer nodig dan gewoon twee prachtmensen…
er moet ook aan gewerkt worden.
De volmaakte relatie is waar twee mensen
elke dag opnieuw
voor elkaar kiezen, elkaar verkennen en verdiepen.
Doorheen vreugde en pijn.
Wie zich opsluit in zijn eigen wereldje,
gaat zich op den duur blindstaren
op de ergernissen van die partner.
Het is kwestie van niet elkaars wereld te willen worden,
maar van samen de wereld betekenis te geven.

In onze relatie met God is het niet anders:
de mens kan zich niet lekker nestelen in God
en daar helemaal in opgaan.
Jezus is daarin het sterkste voorbeeld.
Hij heeft zich ook niet in de tempel opgesloten,
of heeft ook niet alleen stilletjes tot God gesproken als hij in bed lag.

God zendt ons de Geest: een blijvend engagement.
Elke dag opnieuw,
in de sacramenten bij uitstek,
krijgen wij de kans om onze keuze voor God opnieuw te herhalen,
en telkens opnieuw mogen wij Gods Geest ontvangen.

Een van die gevleugelde uitspraken,
die telkens terugkomt in een of andere variant,
als er over ’t huwelijk en relaties gesproken wordt is:
Je doet ’t niet voor de seks.
Je doet ’t niet omdat je iemand zou hebben die geld in ’t laatje brengt, of
die ’t huis proper houdt.
Je doet ’t niet omdat je kindjes wil.
De eerste reden blijft die van het sprookjeshuwelijk:
omdat je in elkaar de wereld op zijn mooist ziet.

We geloven niet in God
omdat we zo onze hemel willen verdienen,
niet omdat we dan tot de kerkgemeenschap zouden horen,
niet omdat ’t katholiek onderwijs een betere reputatie heeft
en niet omdat de plechtige communie een schoon feest is.
Die zaken spelen allemaal mee,
maar uiteindelijk… in zijn diepste kern…
gaat ’t over een diepe ervaring dat God ons\

  • hier en nu, en telkens weer -
    Zijn Geest zendt.

    Twee prachtmensen naast elkaar… blijven uiteindelijk twee losse mensen.
    Maar als er een gewortelde liefde tussen hen in zit,
    worden ze een éénheid.
    één mens, nog één mens, en één band van liefde die evenzeer zichtbaar moet
    zijn.
    Da’s misschien de kern van de dagelijkse, menselijke drievuldigheid.

    Een oerbeginsel, een scheppende kracht, een geniale ontwerper van de wereld…
    en dan een schepping van mensen… met Jezus als dé mens bij uitstek.
    blijven twee losse dingen.
    Maar als ze zich op elkaar gaan afstemmen,
    als ze voor elkaar gaan kiezen,
    als Gods Geest hen bindt
    Dan geloof ik dat we dit
    Gods heilige drievuldigheid kunnen noemen.

Zoeken in Preken Online