Drievuldigheidszondag C - 2004

C-cyclus · Tijd door het jaar · Triniteit · wit

Zusters en broeders,

Ik geloof in God en u ook.

Dat weet ik omdat u hier samen bent.

Ik geloof in God, en dat is heel bijzonder.

In dat geloof mag ik mij bewegen, mag ik werken en leven. Mag ik het goede proberen te doen, maar ik mag ook fouten maken. Ik mag erover nadenken en erover discuteren. Ik mag zoeken wie God is, en hoe hij is. En ook mijn aarzelen is toegestaan, mijn twijfelen, mijn angst en onzekerheid, mijn niet weten…

Mijn geloof is vrij.

God is een bevrijdende God.

God is liefde. Liefde is altijd groter dan wat wij ons erbij voorstellen.

Eigenlijk hebben we dat nooit genoeg klaar gesteld.

De geschiedenis wemelt van vreesaanjagende, jaloerse goden die mensen schrik inboezemen.

Vreemd genoeg is dat ook in het christendom, tot op vandaag, nog steeds het geval.

We blijven worstelen met het spook van een wrekende, veroordelende God. Heel veel mensen hebben angst voor God. God moet ‘behaagd’ worden. En dat is raar. Waar komt dat beeld vandaan?

Uit het Oude testament, zegt iemand.

En we lezen over steden die vernield worden, volkeren vermoord, bloed dat vloeit als straf voor onrecht of voor wat mensen onrecht hebben genoemd. En we vergeten dat het om beelden gaat, en we vergeten van verder te lezen, hoe God op zijn toorn terugkomt, en nieuwe kansen biedt, telkens weer.

Want zo is God.

God is een verhaal, een geschiedenis van tederheid, van nabijheid, van op weg gaan met mensen.

En dat mag en kan geen reden zijn tot vrees. Alleen maar tot vertrouwen. God zelf is naar ons toegekomen omdat hij ons vertrouwen wilde winnen. En heel de bijbel door klinkt het als een refrein, en eigenlijk is het dramatisch bijna: vrees niet.

Telkens weer moet God de vrees van mensen overwinnen.

Waarvoor zijn wij dan bang?

Van de liefde?

Of van onze eigen onmacht wat liefde betreft? Van ons eigen gebrek aan liefde misschien?

God houdt van ons.

En wij proberen van Hem te houden. Hem te verstaan. Te vatten. Te begrijpen.

Dat kunnen wij doen door geleerde boeken over hem te lezen.

Dat kunnen wij doen door zelf na te denken hoe Hij zich in ons leven aandient, hoe Hij met ieder van ons een eigen weg gaat.

Maar heel eenvoudig ook,

Kunnen wij proberen, elke dag opnieuw, in de liefde te gaan staan.

Ons bewust worden: Hij houdt van ons.

Hij houdt van ons zoals we zijn. Met ons eigen leven. Met ons voelen, ons denken, onze goedheid die bloeit, ons kwaad, onze zonde, ons falen ook…

Zoals we zijn worden we bemind; Niet zoals we zouden willen zijn. Dat is iets anders.

Geloven kan zo mooi zijn…

En toch…

We worstelen ermee.

Maar laten we eerlijk zijn…

Worstelen we met God?

Of met ons zelf?

Met de liefde die hij is?

Of met ons gebrek aan liefde?

God is liefde…

En wat zijn wij?

Amen.

Zoeken in Preken Online