Iemand vroeg aan de priester die jarenlang als vriend
met Paus Johannes-Paulus II op stap ging
tijdens zijn vakanties in de Alpen
of het hem iets bijzonders deed zo dicht bij de paus te mogen zijn?
De priester antwoordde :
“Kijk, ik ben priester en elke dag, bij de consecratie,
heb ik Christus zélf in mijn handen.”
Dat was een vriendelijke, maar betekenisvolle repliek.
Elk van ons mag Jezus bij de communie dicht aanwezig weten.
Ik weet niet of we er voldoende bij stil staan dat Hij er écht is,
dat het geconsacreerde brood en de wijn méér zijn dan een symbool dat ons aan Jezus herinnert,
maar DAT HIJ ER ECHT IS.
De consecratie moet voor een priester wel een speciaal moment zijn:
hij mag Jezus bij ons tegenwoordig brengen.
Twee liturgische feesten stellen dit speciaal in het licht:
Witte Donderdag, met de instelling van de Eucharistie
en de opdracht om Jezus’ ‘onder ons zijn’ blijvend te vieren,
en Sacramentsdag.
Wanneer we straks zeggen:
“Heer ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt,”
dan spreken we niet tegen een symbolisch stukje brood
of een beker wijn!
We richten ons tot de Heer.
Nog vóór we uitgesproken zijn, komt Hij al naar ons toe.
En wanneer we een kerk of kapel binnenlopen, is Hij er ook. Echt.