Telkens als gij dit brood eet

C-cyclus · Tijd door het jaar · Sacramentsdag · wit

Sacramentsdag is een dag van dankbaarheid om het geschenk van de eucharistie. Een heilige uit ons land Juliana van Cornillon heeft voor dit feest geijverd. Het is voor het eerst gevierd in de Sint-Martinuskerk te Luik in 1246.

Op Sacramentsdag zijn we opnieuw in de zaal waar Jezus voor het laatst met zijn leerlingen samen was. De Joden hielden en houden elk jaar het paasmaal om de Uittocht uit Egypte te gedenken. Het laatste avondmaal van Jezus had voor Jezus en zijn leerlingen een bijzondere karakter. “In het breken van het brood en de woorden die Jezus daarbij sprak, greep Hij vooruit op zijn zelfgave in zijn dood ‘voor de velen’. Tegelijk toonde Hij waar die zelfgave heen zou leiden: naar het Rijk Gods en de verrijzenis” (Geloofsboek).

Samenkomen op zondag

Sinds de tijd van de apostelen zijn christenen op de eerste dag van de week verzameld om in gemeenschap met heel de kerk dankbaar te vieren dat de Heer uit de dood is opgestaan(Euch. Gebed II B). Ze komen bijeen om naar Gods Woord te luisteren en om bij het breken en het eten van het Brood en het drinken uit de Beker de dood van de Heer te verkondigen totdat Hij komt (1 Kor. 11,23-26).

In het hart van de kerk

Eucharistie staat in het hart van de kerk tot opbouw van de gemeenschap. Zij is het sterkste teken dat de Heer geeft van zijn aanwezigheid. “Als God mens wordt in een wereld, die honger heeft, dan kan ik begrijpen dat hij daarin brood werd.” Mahatma Gandhi zou dit gezegd hebben. De eucharistie is het heilig gastmaal, waar Christus voedsel is, waarin wij zijn sterven en verrijzen herinneren en vieren en wij het onderpand ontvangen en een voorsmaak krijgen van het hemels geluk. Eucharistie omvat verleden, heden en toekomst. Wij delen er aan het lichaam van Jezus die in Palestina heeft geleefd, die tot ons komt als voedsel en die nu het lichaam van de kerk opbouwt tot heil van de wereld.

Met eerbied

Het herdenken van het laatste avondmaal gebeurt met schroom en eerbied. Het verbindt ons met de Verrezen Heer. Wij herhalen de woorden van de honderdman: “Heer, ik ben niet waardig dat gij tot mij komt, maar spreek slechts een woord en ik zal gezond worden.” Met onze uitgestrekte hand drukken wij ons verlangen uit om het lichaam van Christus te ontvangen. Cyrillus van Jeruzalem zegt het mooi in een van zijn catecheses aan de doopleerlingen: “Wanneer je dus nadert, maak van je linkerhand een troon voor je rechterhand, omdat zij het is die de Koning moet ontvangen, en ontvang in de palm van je hand het lichaam van Christus, terwijl je ‘Amen’ zegt.”

Ook nadat de eucharistie is gevierd en wij het lichaam van de Heer hebben genuttigd, blijft de Heer aanwezig in het eucharistisch brood. “Helemaal vooraan in de kerk, bij het altaar en het kruis, brandt altijd en rode godslamp. Ze zegt dat de heilige eucharistie in het tabernakel aanwezig is. Het Lichaam van Christus wordt er bewaard voor zieken en stervenden, maar ook om de Heer te aanbidden Zomaar gewoon in het voorbijgaan of op de plechtige aanbidding van Witte Donderdag of Sacramentsdag (tien dagen na Pinksteren). De Heer is trouwe, altijd durende aanwezigheid in de kerk. De kerk is de plaats om de Heer te ontmoeten. De godslamp zegt ons: ‘De Meester is er en Hij vraagt naar je” (Joh. 11, 28) (Geloofsboek).

Religieuzen en medechristenen bidden dagelijks bij het Heilig Sacrament en houden aldus binnen hun congregatie een durende biddende gebedsketen. Op een aantal plaatsen houden gemeenschappen aanbidding bij het uitgestelde sacrament. Voor oudere generaties roept dit herinneringen op aan het wekelijkse lof. In Roeselare hangt aan de muur van het gewezen Clarissenklooster een gedicht van Albrecht Rodenbach.

Ik kwam gewandeld gans alleen,

de avond viel, de zon die zonk,

smeltend ginder ver in het westen,

langzaam weg in rode vloed.

Voor mij lag het rustig kerkhof,

achter mij strekte zich de stede,

en ik ging voorbij het klooster,

langs de groene hagen heen,

tot ik stil bleef staan voor het kerkje,

met zijn scherpe torennaald,

van de zon zo rood beschenen,

huis van vrede en heiligheid.

Het klokje viel opeens aan het luiden,

en ik trad het kerkje in,

het altaar stond van het licht te schitteren,

mensen knielden hier en daar,

en de priester, de koralen,

traden op en het lof begon.

Naast het altaar, achter traliën,

schoof een groen gordijn nu weg,

en ik hoorde maagden zingen,

eerst gezamenlijk in koor,

dan opeens één enkele stem,

terwijl de Hoogwaardigheid, plechtig

in priesters handen, over het buigend

volk, het kruisgebaar volbracht,

het maagdenhart scheen te kloppen,

als zij zong Adoro Te.

Lieve zusters, Jezus’ maagden,

ook mijn hart dat was ontroerd,

en gij zou het gaarne schenken,

wist gij wat ik wensen wou.

Een gebed voor mij die jong ben,

een gebed voor deze tijd,

die mij rollen zal en wentelen,

lijk de zee de bare rolt,

recht door zee wil ik toch varen,

zusters, bidt een gebed voor mij.

In dit vroegere Clarissenklooster is de Bremstruik gevestigd. De naam is geïnspireerd op het verhaal van Elia, die moe en uitgeput onder een bremstruik nieuwe kracht ontving. “Sta op en eet. Anders gaat de reis je kracht te boven” (1 Kon 19). De Bremstruik reikt de hand aan hedendaagse zinzoekende mensen. In de Bremstruik is er tevens contact mogelijk met de Kerit, het decanaal armoede-project. De Kerit wil mensen in armoede helpen, die door de mazen van het sociale vangnet vallen of die de weg naar de professionele of vrijwillige hulpverlening niet vinden. De Kerit verwijst alweer naar Elia. Deze profeet vindt bij een droge rivierbedding ten oosten van de Jordaan water om te drinken en hij wordt er door raven gevoed (1 Kon. 17 ,4-8). De Kerit is een plaats waar mensen hun concrete nood ter sprake brengen en waar zij hulp ontvangen om verder hun weg te gaan. Het breken van het brood in de eucharistie gaat verder in het delen met de arme.

Impulsen

Het jaar van de barmhartigheid heeft nieuwe impulsen gegeven aan de aanbidding. Paus Franciscus had opgeroepen tot 24 uur voor de Heer. Van vrijdag 4 maart tot zaterdag 5 maart 2016 hebben overal ter wereld katholieken tijd genomen om het Heilig Sacrament te aanbidden.

In de Heilig-Hartbasiliek van Koekelberg is er dag en nacht het hele jaar door Altijddurende aanbidding. Het pelgrimsboekje, dat de pelgrim daar kan vragen, bevat enkele aanwijzingen voor een tijd van aanbidding, aangespoord door voorbeelden van de heilige Margaretha Maria en Zuster Faustina.

Wie in Hasselt in de koorommegang van de Sint–Quintinuskathedraal zijn pelgrimstocht doet, kan er verwijlen bij het Heilig Sacrament in de vernieuwde aanbiddingskapel.

De Wereldjongerendagen van 2005 in Keulen, de stad van de Driekoningen, hadden als motto: “Kom laat ons Hem aanbidden.” Als opvolging bestaat in de Dom van Keulen en op een aantal andere plaatsen dat een keer in de maand jongeren samenkomen voor het gebed Nightfever, met daarin tijd tot aanbidding.

Op initiatief van studenten uit het Gentse is er elke woensdagavond in de kloosterkerk van de Karmelieten een Holy Hour: Eucharistische aanbidding met biechtgelegenheid.

De viering van Sacramentsdag kon zich uiten in een processie als teken dat de Heer tussen ons verblijft en mee optrekt. Deze processie heeft lange tijd deel uitgemaakt van de volksdevotie. Elk jaar trekt op de avond van Sacramentsdag een sacramentsprocessie door de straten van Rome.

Zoeken in Preken Online