Sacramentsdag C - 2004

C-cyclus · Tijd door het jaar · Sacramentsdag · wit

Tegenwoordig spreken we meestal van de eucharistieviering. Vroeger hadden we het altijd over de mis, of de H. Mis: de hoogmis, een stille mis, een rouwmis of een trouwmis. In feite doen we dat nu ook nog steeds. Nu en dan hoor je zelfs spreken van een doopmis, wat eigenlijk niet kan. Dat woord mis is nog steeds helemaal ingeburgerd.
De term komt van de Latijnse woorden waarmee vroeger de viering besloten werd: ite, missa est. En meestal werd dit vertaald met: “Ga, het is afgelopen”.
Als de viering afgelopen is, en de mensen lopen de kerk uit, hoor je ze nu ook nog wel eens zeggen: Zo, dat hebben we weer gehad, of: dat zit er weer op. En meestal zit er een ondertoon in van “ik heb mijn plichten weer vervuld”.
Maar “ite, missa est” betekent niet: ga maar, het is afgelopen, maar veel meer: ga nu aan het werk, ga in praktijk brengen wat je hier gevierd hebt. Het woord missa heeft dezelfde wortel als missionaris;: en duidt op missie, zending.
Daarom moet je ook zeggen: als de mis afgelopen is, dan begint het pas, dan wordt je gezonden om er iets mee te gaan doen in je gewone leven. Om de verbondenheid die je liturgisch gevierd heb, ook zichtbaar te maken in verbondenheid en saamhorigheid in het gewone leven van alle dag.
De eucharistieviering mag daarom ook nooit los staan van het gewone leven. Op zondag braaf naar de kerk gaan en verbondenheid vieren en op maandag medemensen bedriegen of tekort doen of pijn doen of links laten liggen: dat mag bij gelovige mensen niet gebeuren. Dan maak je de zondagse mis tot een leugen.
De zondagsmis was vroeger een strenge plicht, je had een doodzonde op je geweten als je niet ging. Maar het is veel meer zo dat mis vieren plichten oplegt, plichten voor je manier van leven, voor de wijze waarop je omgaat met de anderen.
Er werd en wordt wel gezegd: ik doe altijd trouw mijn plichten, en meestal betekent dat: ik ga altijd trouw naar de kerk. Maar in feite zou het moeten betekenen: ik heb altijd trouw gedaan waar de eucharistieviering mij toe oproept, en dan gaat het om die hele wezenlijke christelijke plichten van zorg en liefde voor de medemens, van je dienstbaar maken aan het welzijn van medemensen.
Dat is toch ook de wezenlijke betekenis van dat teken dat Jezus instelde op die laatste avond van zijn leven: toen hij brood en wijn nam en dat ronddeelde aan zijn vrienden als teken van zijn aanstaande dood: dat hij zelfs letterlijk zijn leven ging geven als uiterste consequentie van zijn liefde voor de medemens.
Zo wil Jezus steeds weer herdacht worden: dat hij leefde voor anderen, zorg had voor anderen. En datzelfde vraagt hij van ons: leven voor anderen in zorg en aandacht, in meeleven en medelijden.
Er wordt altijd gezegd: in de mis komt Jezus werkelijk tegenwoordig onder de gedaanten van brood en wijn. Zo stond het ook in de catechismus. En zo wordt het nog altijd door Rome geleerd. Maar eigenlijk is het juister om te zeggen: Jezus komt werkelijk tegenwoordig heel die handeling van het breken van het brood en het ronddelen van de wijn, met de woorden die erbij worden uitgesproken.
Het gaat niet zozeer om brood en wijn als zodanig, maar om wat er mee gedaan wordt: het delen, en daarin verbondenheid vieren. En in het verlengde hiervan kun je zeggen: Jezus is werkelijk tegenwoordig in die mensen die dat teken waar maken in hun leven: die elkaar tot voedsel zijn, tot steun en kracht, tot vrede en vreugde, in die mensen die heel concreet zijn liefde beleven in hun dagelijks bestaan. Dan alleen gaat zijn levenswerk, Gods werk, door, in en door ieder van ons.

Zoeken in Preken Online