Economie of heilseconomie? (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · Christus koning · wit

In onze tijd wordt de economie de motor van de maatschappij genoemd. Op dit denken wordt het hele leven afgestemd. Er wordt gesproken over hogere winstmarges bij bedrijven. Maar er wordt gezwegen over de talloze mensen die zonder werk komen te zitten. Er worden starterpremies gegeven om nieuwe bedrijven te beginnen, maar er wordt gezwegen over de leegstaande panden waar middenstanders het niet meer konden rukken. Er wordt nieuwbouw gepleegd om mensen bij elkaar te brengen bij rouw en trouw, maar er wordt gezwegen over mooie kerkgebouwen die uit de markt raken. Economie gaat vaak samen met rivaliteit en waar vandaag de sterkste de zwakste naar de afgrond brengt, ondergaat morgen de sterkste een zelfde lot omdat er weer een nieuwe grootheid aan de horizon is verschenen.
Voor mensen die in Jezus geloven wordt steeds meer voelbaar dat er een grotere discrepantie gaat ontstaan tussen wat voor hun waarde heeft en wat in het maatschappelijk steeds meer gangbaar wordt. Men voelt dat men steeds meer buiten het leven komt te staan. De omgeving vraagt zoveel van christenmensen dat een uurtje vrij maken voor gebed, bezinning en vieren steeds minder mogelijk wordt. De liefde voor God schiet tekort. Maar ook de liefde voor de naaste. Zorg en aandacht voor mensen wordt minutieus berekend in tijden en kosten, maar warmte en aandacht kunnen niet berekend worden. In zaken die gekwalificeerd worden als leuk, maar niet direct iets met zorg en opbouw van menselijke ontwikkeling te maken hebben, wordt handenvol geld gestoken. Maar de mens die buiten zijn schuld in de problemen is gekomen loopt aan tegen de hardheid van de wet. Temidden van zo’n wereld probeert de kerk zich te distantiëren van economische wetten door dienstbaarheid te zien als hoogste goed. Het werk dat vele vrijwilligers doen op allerlei gebied is niet in geld uit te drukken, maar zonder hun inzet en inbreng zou de wereld kil en koud zijn. Zij denken vanuit de heilseconomie: ik hoef er zelf niet beter van te worden, maar als de ander er maar beter van wordt. Dit leven voor de ander geeft op een bijzondere manier vrede en geluk.
Op het feest van Christus, koning van het Heelal, wordt de dienstbaarheid van Jezus bespot. Soldaten zeiden terwijl Hij aan het kruis hing: anderen kon Hij redden, waarom kan Hij zichzelf nu niet redden. Een woord wat ook nu nog gebeurt. Toch merk je ook dat er een andere atmosfeer aan het groeien is. Naast jongeren die een bijbaantje hebben om een zakcentje bij te verdienen, zie je ook jongeren die in een actie als ‘diacon’ laten zien dat een dienst voor anderen een andere vorm van verdienen is. Ze gaan een dag naar een verzorgingshuis om met ouderen een middag of morgen op te trekken, ze geven getuigenis van hun geloof door een viering op te luisteren of ze zoeken mensen op in de wijk om iets voor hen te kunnen betekenen. Iets doen voor de ander zit voor een stuk in mensen gebakken, maar het moet wel kans krijgen om zich te ontwikkelen. Naarmate dit meer kansen krijgt zal geweld, afgunst en rivaliteit verdwijnen. Begrip, liefde, aandacht voor de ander en voor God komen er voor in de plaats. Christus Koning was vroeger een triomfalistisch feest. Nu is het een geloofsgetuigenis van een wereld, die vrede en toekomst in zich draagt en waar Jezus erkend wordt als degene op wie wij ons leven willen richten. Het heeft nog steeds zijn waarde in deze tijd.

Zoeken in Preken Online