Het kan eigenaardig lijken
dat de Kerk aan Jezus de titel “Koning” heeft willen geven,
Hij die alles heeft gedaan wat Hij kon
om Zijn volgelingen te verhinderen Hem tot Koning uit te roepen.
Maar het evangelie van vandaag over Golgotha
laat er geen twijfel over bestaan:
Als Jezus Koning is dan is het wel op een heel speciale manier.
Vreemde Koning inderdaad
die, getooid met een kroon van doornen, ons samenbrengt
rond een wrede troon, Zijn kruis.
Wij durven vandaag kijken naar de lijdende, weerloze Jezus
om Hem te erkennen als onze Heer en Koning.
Maar, welke soort koninklijke heerschappij oefent
deze Gekruisigde dan wel uit?
“Messias, Gij kunt niet redden!”
dat is het refrein dat terugkeert
in de spottende reacties van de omstanders.
En daarmee kunnen wij de kern vinden
van wat Lucas ons vandaag eigenlijk wil zeggen nl.:
“Jezus is voor ons, gelovigen,
wél de echte, uiteindelijke Redder!”
Jezus is een Koning
die er niet op de eerste plaats op uit is zichzelf te redden.
Gedurende heel Zijn leven
heeft Hij voortdurend tijd en aandacht geschonken aan anderen:
aan zieken, aan armen,
aan eenvoudigen, aan uitgestotenen.
“Hij ging al weldoende rond”,
maar “Hij had Zelf geen steen om Zijn hoofd op te laten rusten.”
Steeds weer was Jezus, Zichzelf-gevend,
totaal beschikbaar voor anderen.
Daarbij is Jezus een Koning die niet op de eerste plaats
een uiterlijke, materiële of lichamelijke verbetering
voor de mensen brengt,
maar een Redder die ons vooral wil bevrijden
van onze diepste kwaal, nl.
van de zelfzucht en de liefdeloosheid van ons hart.
Jezus is geen Bevrijder aan onze buitenkant,
maar van onze binnenkant.
Jezus is ten slotte een Koning die geen uiterlijke macht gebruikt,
maar alleen grenzeloze liefde aanbiedt
en allen uitnodigt tot vrijwillige wederliefde.
Geen Koning met soldaten, geweld en overheersing,
wel een Koning van de innerlijke bezieling
en van de vrije overgave van ons hart.
Indien Jezus op het moment van Zijn kruisdood
enige spectaculaire, bovennatuurlijke macht had gebruikt,
dan had Hij daarmee juist de kern van Zijn boodschap vernietigd,
nl. dat Zijn Vader de mensen niet
wil dwingen tot slaafse onderdanigheid,
maar een God is die Liefde wil blijven
en daarom de mensen alleen maar kan uitnodigen
om Hem vrijwillig te beminnen.
Echte liefde gebruikt immers geen macht, maar nodigt steeds uit.
De heel speciale soort
koninklijke heerschappij die Jezus wil uitoefenen,
is dus veeleer de bezieling van Zijn belangeloze liefde
waarmee Hij ons wil redden van onze zelfzucht.
Toetreden tot Zijn koninkrijk betekent voor ons:
te midden van onze dagelijkse bezigheden en zorgen
toch steeds durven en blijven geloven
in de kracht van de wederliefde als dankbaar antwoord op een God
die ons blijft beminnen.
Als Jezus Koning is dan is Hij de Koning van de Liefde in ons hart,
dan is Hij een Koning die wij uit vrije wil aanvaarden,
omdat wij vol dankbaarheid inzien
dat Zijn liefde ons echt leven schenkt.
Dan betekent het dat Hij van ons wederliefde verwacht
tegenover Hem en tegenover onze medemensen.
In fel contrast met de spottende reacties van de omstanders
plaatst Lucas naast Jezus een andere figuur
op de voorgrond: de goede moordenaar,
die in Jezus meer ziet dan een aardse koning,
met of zonder uiterlijke macht.
Hij erkent Hem als de Koning van zijn ziel.
Met zijn bescheiden en eenvoudig gebed:
“Heer, denk aan mij in Uw koninkrijk”
treedt hij toe tot Jezus’ innerlijk Rijk van de liefde.
Ook te midden van het hevigste lijden
denkt Jezus niet eerst aan zichzelf.
Hij vervalt niet in zelfbeklag of verbitterde opstandigheid.
Ook dan nog is Hij op de eerste plaats bezorgd voor anderen,
concreet diegenen die Hem op dat moment omringen.
Hij vergeeft Zijn beulen.
Hij vertrouwt Zijn Moeder en Zijn geliefde leerling aan elkaar toe.
Hij belooft aan de goede moordenaar het paradijs.
Door die openheid voor anderen, ook in het lijden,
toont Hij Zijn liefde tot het uiterste toe.
Lucas schijnt ons te vragen
dat wij niet als het volk op een afstand zouden blijven staan,
om ons niet te compromitteren,
dat wij ons niet zouden scharen bij de kring der spotters,
die in Jezus alleen een geminachte machteloze zien,
maar dat wij de houding zouden kiezen van de goede moordenaar
en ons zouden durven toevertrouwen aan die lijdende, weerloze,
maar liefdevolle Koning,
de enige die bij machte is ons te redden van de ergste dood,
nl. van de liefdeloosheid in ons hart.
Tot Hem durven wij dan ook vandaag met vertrouwen bidden:
“Jezus, denk aan mij,
wanneer Gij in Uw koninkrijk gekomen zijt!”
Jezus koning, niet met macht, maar met liefde (2004)
C-cyclus · Tijd door het jaar · Christus koning · wit