Christus Koning C (2001)

C-cyclus · Tijd door het jaar · Christus koning · wit

De twee lezingen van vandaag vormen een soort tweeluik. Aan de rechterkant zie je Jezus hoog verheven, tot op goddelijke hoogte. Aan de linkerkant zie je een verschoppeling voor de rechter. Aan de rechterkant heerlijkheid en glorie, aan de linkerkant vernedering en verguizing.
In de katholieke kerk hebben we altijd het liefst naar die rechterkant gekeken. Naar die linkerkant, het lijdenspaneel, werd wel in de Goede week gekeken, maar verder kreeg het eigenlijk niet zoveel aandacht. Dat is niet zo vreemd: alles wat met lijden te maken heeft, gaan mensen het liefst uit de weg.
De kerk bevond zich in haar uitspraken en haar liturgie vaak op verheven hoogte, ergens hoog boven al het aardse gedoe. In haar doen en laten had zij dikwijls iets triomfalistisch. De ouderen kennen nog wel de Christus Koning processies en manifestaties, met alle hoogdravende woorden en liederen gesproken en gezongen. En als je nog wat verder terugkijkt dan zie je hoe pausen en bisschoppen zich vaak gedroegen als grote en kleine koninkjes, omgeven door allerlei hoogwaardigheidsbekleders.
Maar het beeld van Christus Koning dat de eerste lezing oproept, het triomfale paneel, het rechter deel van het tweeluik dus, betreft niet de Jezus van toen, 2000 jaar geleden, ook niet de Jezus zoals hij nu voortleeft in zijn Kerk, maar de Jezus van het einde van de tijd, als alles is voltooid, als zijn rijk van vrede en liefde heel de wereld zal omvatten. Dat was de droom van de eerste christenen die Paulus hier verwoordt.
Maar de Jezus van toen en nu moeten we zoeken op het lijdenspaneel in die vernederde man van wie Pilatus zei: Ecce homo, zie de mens. Om die mens Jezus gaat het, die mens die de kant van de zwakken koos, de kant van de verschoppelingen, de kant van de veroordeelden. Het gaat om de mens die omgang had met zondaars en tollenaars, iets waar de brave burgers schande van spraken, De mens die zonden vergaf en mensen nieuwe toekomst schonk. Niet de mens met macht en glorie, maar mens naast de mensen, en met name naast de kleine en vernederde mensen. Dat was zijn adel, zijn waardigheid, zijn glorie. Naar die kant van het tweeluik wordt niet zo graag gekeken, omdat we van binnen een beetje onrustig worden en de vraag tegenkomen: wat moet ik hier mee in mijn leven? Dromen over een hoogverheven koning is veel gemakkelijk dan kijken naar die lijdende dienaar op het lijdenspaneel. Maar dat glorievolle beeld van het triomfale paneel zal alleen dan ooit in de verre toekomst werkelijkheid worden als wij de Jezus van het lijdenspaneel navolgen in zijn levenshouding.
En wil die Jezus in ons tot leven komen, wil zijn Rijk gaan groeien in ons en door ons, dan moeten ook wij oog en aandacht hebben voor de zwakkeren en de verschoppelingen van deze tijd. En de Jezus die toen voor Pilatus stond, stelt ons de vraag: aan welke kant sta jij, aan de kant van Pilatus of aan mijn kant? Sta je aan de kant van de machtigen, verheven boven anderen sta je aan de kant van hen die vlug, te vlug, een veroordeling uitspreken of kies je voor mijn levenshouding van barmhartigheid jegens iedereen?
Als er negatief gesproken wordt over misdadigers, als er misprijzend gesproken wordt over alle luxe die ze in ons land in de gevangenissen zouden kennen, wie van ons gaat dan aan hun kant staan en zegt dat wij geen recht hebben om hen te veroordelen tenzij we heel hun voorgeschiedenis zouden kennen.
Wie van ons neemt het dan voor hen op en probeert begrip te hebben voor hun straf van vrijheidsberoving? En als er negatief gesproken wordt over asielzoekers, wie van ons gaat dan aan hun kant staan en probeert begrip te hebben voor hun motieven om hierheen te komen, ook als dat puur economische redenen zouden zijn? Wie van ons heeft oog en aandacht voor de vele jaren dat ze in gedwongen niets-doen in asielzoekerscentra moeten verblijven? Als er negatief gesproken wordt of die of die persoon, omdat hij of zij op de een of andere manier in de fout is gegaan, wie van ons gaat aan zijn of haar kant staan en probeert rekening te houden met alles was die persoon meegemaakt heeft?
Dat is de koninklijke weg die Jezus gegaan is, dat is de enige weg die leidt naar zijn koninkrijk op aarde, dat hopelijk eens in de verre toekomst werkelijkheid kan worden. Het is goed dat we op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar kijken naar de toekomst, met die droom van Jezus’ koninkrijk, in ons hart maar met een sterk besef van onze opdracht hier en nu: de kant kiezen van de zwakken en vernederden in deze tijd.

Zoeken in Preken Online