Beeld van Gods barmhartigheid (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · Christus koning · wit

Voor gelovigen in de westerse wereld is de bijbel het meest gezaghebbende religieuze boek. De bijbelse boodschap van het Oude Testament bevestigt - tegen het toen heersende veelgodendom in - de doorbraak van de idee van één enige en ware God. ‘Hij die is’, een abstracte benaming voor Hem die onuitspreekbaar is, gaat een verbond aan met de mens. Daarvan getuigen de veelsoortige oud-testamentische teksten en geschriften.

Maar die onuitsprekelijke God krijgt gaandeweg in geschiedenis van zijn verbond met de mens een menselijk gezicht. In het Nieuwe Testament spreken allerlei geloofsgetuigenissen en -verhalen over de letterlijk cruciale plaats van Jezus, dé mens naar Gods hart, in deze verbondsgeschiedenis. In veel uiteenlopende brokstukken schriftelijke overlevering wordt Jezus’ unieke betekenis verwoord: Hij is de definitieve en beslissende belichaming van God die heil wil voor elke mens.

In de nieuw-testamentische geschriften wordt de naam ‘Jezus’ in veel variaties omschreven. Hij is de Heer, de Messias, de Christus, de Verlosser, het Lam dat naar de slachtbank wordt geleid, hij is de hoogste, de Koning van het heelal.

Ook in de brieven van Paulus vinden wij gelijkaardige omschrijvingen. Zo lezen wij o.m. in de brief aan de inwoners van Kolosse: Jezus is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping, het hoofd van het lichaam dat de kerk is, hij is de oorsprong, de eerste die uit de dood is opgestaan.
In al deze omschrijvingen weerspiegelt zich Paulus’ gelovige interpretatie van het Jezus-gebeuren.

Zo is in de hele geschiedenis van het gelovig denken over Jezus steeds opnieuw gepoogd - verscheiden en veelzijdig - de figuur van Jezus te laten oplichten.

Op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar brengen we eer en hulde aan Jezus’ koningschap, niettegenstaande hij er verre van koninklijk uitzag op het kruis. Jezus’ naaste vrienden hadden zich zonder twijfel een andere troon voorgesteld dan de schandpaal van het kruis. Wat voor een koning was hij, die zichzelf niet kon doen respecteren? Hoe kon hij anderen helpen als hij niet eerst voor zichzelf kon zorgen?

De tekst uit het Lucasevangelie, waaruit het voorbije liturgisch jaar week na week werd gelezen, geeft het grondakkoord van Jezus’ leven - zelfs tot op het kruis - duidelijk aan: God ziet door Jezus barmhartig naar mensen om.

Christus als koning eren is tegelijk opkijken naar de gekruisigde ‘Koning der joden’. Want op het kruis oefent Jezus zijn koningschap uit door verzoening en vergeving te schenken aan wie hem er om vragen.

Het eerbetoon aan Jezus als Koning lijkt dan wel in tegenspraak met de vernedering die hij op het kruis onderging. Maar wie zegt ‘Jezus is koning’, belijdt dat zijn leven en sterven door God zelf bekrachtigd werden. Hij is de mens naar Gods hart wiens zending en opdracht door God zelf onderschreven werden.

Onze eer aan Jezus, de verguisde en vernederde Koning, zal oprecht en waarachtig zijn, als we hem volgen op zijn weg van barmhartige vergeving en verzoening. Dan wordt ook ons leven als waardevol bekrachtigd en als geslaagd onderschreven.

Zoeken in Preken Online