Een echte koning

C-cyclus · Tijd door het jaar · Christus koning · wit

In nalatenschappen zijn vaak bidprentje van gestorven tijdgenoten te vinden. Naarmate mensen ouder worden vallen rondom medemensen weg. Een prentje blijft over, een klein monument in woorden.

Het is interessant om te zien hoe elke tijd zijn eigen manier heeft om die prentjes te schrijven. In de ene tijd vermeldt men alleen teksten uit de Schrift, in een andere geeft men een karakterisering van de gestorvene en in nog een andere tijd worden zoveel mogelijk functies die de gestorvene heeft bekleed, opgesomd. We vonden van het laatste dit voorbeeld:

Na een lang en geduldig lijden, overleed tot onze diepste droefheid Johannes Cornelius Matthijs W. Hij werd geboren in Schiedam en overleed op die en die datum te Spanbroek.
Hij was een trouw lid van het kerkbestuur en tevens lid van het collectantencollege. Prefect van de Heilige Familie, penning-meester van het armenbestuur, erevoorzitter van de toneelvereniging ‘Ons Genoegen’, donateur van de voetbalclub ‘Spanbroek vooruit’, secretaris van de commissie ‘School-verzuim’ en promotor van de jaarlijkse winkelweek. Hij was een man, waardig om in de gedachtenis der deugdzamen te leven.

Daarmee is een mens getekend in al zijn activiteiten.

We hebben een jaar lang, als betrof het materiaal voor een bidprentje, alle activiteiten en kwaliteiten van Jezus van Nazaret voor het voetlicht gehaald. We noemen Hem Profeet, Wonderdoener, Rabbi, Hogepriester, Gods Zoon, Mensenzoon, Goede Herder, Verlosser, Zaligmaker, Heiland. We noemen Hem Messias en één in wezen met de Vader. Als laatste titel op het einde van het kerkelijk jaar voegen we er de titel ‘Koning’ aan toe.

Wat is in zijn oorspronkelijke betekenis eigenlijk een koning?

In de eerste lezing horen we hoe David wordt uitgekozen om koning te zijn. De reden is: jij bent één van de onzen. Je bent aan ons gelijk, uit onze familie, wij kennen jou. Deze koning krijgt de opdracht hen te beschermen. Hij moet zorgen dat het land veilig is tegen rovers. Hij moet zorgen dat mensen kunnen leven in vrede en vrijheid. Dat is de oorspronkelijke betekenis van een koning. Het leven veiligstellen. In bijna alle tijden zijn koningen in verleiding gekomen om hun taak te benutten ten bate van zichzelf. Ze brachten geen vrede en veiligheid voor de mensen, voor wie ze koning waren, maar ze zochten macht en luxe voor zichzelf. Van wat bijeen gebracht werd om hun taak mogelijk te maken, namen ze op de allereerste plaats voor eigen welvaren en profijt.

Zo ziet het koningschap van Jezus er niet uit. Hij was koning in de oorspronkelijke betekenis van het woord. Degene die elke mens veiligheid en vrede wilde geven. Bevrijding wilde Hij uit de dwang van de wet, verlossing uit isolement. Daar stond Hij voor, daarover sprak Hij en daarvoor werkte Hij. Hij heeft geprobeerd zo lang Hij kon anderen te redden. Dat is de kern van zijn optreden. Je kunt zijn leven niet korter samenvatten: anderen redden. Zichzelf heeft Hij niet willen redden, omdat zijn taak niet voltooid was. Er blijven mensen, tot op vandaag, die niet gered worden Mensen die tussen wal en schip raken, vertrapt worden, gemarteld; mensen die lijden aan ongeneeslijke ziekte; mensen die het zwaar hebben op hun werk; mensen die eenzaam zijn; mensen die gewoon moeizaam leven. Ze zijn er nog steeds. Daarom heeft Hij zichzelf niet willen redden. Hij wilde solidair zijn met elk van hen. Dat is koning zijn ten einde toe. Om die redenen werden de koningen in Israël ook zonen van God genoemd. Want zo leven kun je alleen met en in de kracht van Gods Geest. Wanneer je niet meer beter kunt maken, geen mogelijkheden meer ziet om te redden, dan is het enige wat je nog kunt doen, naast die ander gaan staan en meemaken wat die ander meemaakt. Dat is wat Jezus heeft gedaan tot het einde. En daarom mogen wij Hem noemen: onze Koning! Daarom mogen wij weten dat, wat ons ook overkomt, wij Hem - en in Hem God - aan onze zijde zullen vinden.

Zoeken in Preken Online